Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/2.9.1:2.9.1 Inleiding
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/2.9.1
2.9.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS499971:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Bmwn, The regulation of cotporate disclosure (2005), p. 5-4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De anti-fraudebepaling van Rule 10b-5 heeft betrekking op misstatements of omissions van een uitgevende instelling met betrekking tot material facts. Dat roept ten eerste de vraag op welke informatie van feitelijke aard is, en welke niet (zie § 2.9.2). Ten tweede zal de vraag moeten worden beantwoord welke informatie material is en welke maatstaf bij de beantwoording van die vraag moet worden aangelegd (zie § 2.9.3). In een tweetal landmark decisions heeft de Supreme Court zich hierover ogenschijnlijk duidelijk uitgesproken. Niettemin blijft toepassing van deze maatstaf in concrete situaties nog steeds een uitdaging. Zoals Brown het uitdrukt:
"Even with an onderstanding of the legai parameters involved, however, determining materiality in close cases represents a frustrating and imprecise task. The issue oden becomes a question of judgment for experienced securities lawyers.”1
Om enige indruk te geven van de toepassing van deze materialiteitsmaatstaf worden twee voorbeelden uitgewerkt: bad news (zie § 2.10) en negotiations (zie § 2.11).