Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.4
7.4.4 Zorgvuldigheid
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450685:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 7.2.1.
Zie § 1.6.
Vgl. Aandachtspunt 3.1 en de considerans sub E.
Zie hierover Hallers 2002 e.a., p. 247-248; Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 19, 21.
Zie § 7.6.3.
Zie § 7.4.9 (de betrokkenheid van partijen bij het onderzoek) en § 7.5.6 (het onderzoeksprotocol).
Zie § 4.5.3.
Zie § 7.4.15.
Hallers e.a. achten dit voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid wenselijk. Zie Hallers e.a. 2002,p. 248.
Zie § 3.4.
Zie § 2.1.5 en § 7.4.2.1.
Zie § 7.4.2.2.
Zie § 7.4.7.
Zie § 7.4.10.
Zie § 7.5.9.
Zie § 4.8.2. Vgl. artikel 4.9 Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken.
Zie § 7.4.12 (hoor en wederhoor); § 7.6.7 (tegenspraak); § 7.6.9 (gelegenheid bieden tot het maken van opmerkingen op het conceptverslag).
Zie § 7.6.6.6.
Zie § 7.4.11 en hoofdstuk 8.
Zie § 8.11.
Zie § 10.3.
Zie § 7.6.9.
Zie § 7.4.14 en 10.3.8.
De deskundige in de civiele procedure moet het onderzoek zorgvuldig uitvoeren. Deze eis ligt besloten in artikel 198 lid 1 Rv, dat, voor zover relevant, bepaalt dat de deskundige verplicht is de opdracht naar beste weten te volbrengen.1 Deze bepaling leent zich voor overeenkomstige toepassing in de enquêteprocedure.2 Dit vloeit ook voort uit de in de Aandachtspunten opgenomen eis dat de onderzoekers hun werkzaamheden moeten verrichten naar de maatstaf van hetgeen in de gegeven omstandigheden van bekwame en redelijk handelende onderzoekers mag worden verwacht.3 In andere soft law is dit vereiste iets meer geconcretiseerd.4 Ook in de literatuur wordt dit vereiste genoemd.5
De zorgvuldigheidseis kan in drie componenten worden onderscheiden: proces, inhoud en verantwoording. Over alle drie de componenten maak ik een paar opmerkingen.
Het onderzoek moet planmatig worden uitgevoerd. Dit betekent dat de onderzoekers na de oriëntatiefase in beginsel een plan van aanpak moeten opstellen. Het concept hiervan moeten de onderzoekers aan partijen voorleggen, alvorens het definitief vast te stellen.6 Naast het plan van aanpak behoren de onderzoekers in beginsel een onderzoeksprotocol op te stellen, waarin zij aangeven hoe zij partijen bij het onderzoek zullen betrekken. Dit onderzoeksprotocol kan eventueel ook in het plan van aanpak worden opgenomen.7
De onderzoekers moeten het onderzoek vervolgens uitvoeren conform het plan van aanpak. Als zij op andere dan ondergeschikte punten van het plan van aanpak willen afwijken, zullen zij partijen van hun voornemen daartoe in kennis moeten stellen en de gelegenheid moeten bieden commentaar te leveren. De processuele zorgvuldigheid brengt voorts mee dat de onderzoekers het onderzoek binnen budget uitvoeren en, zo dat niet mogelijk mocht zijn, tijdig verhoging van het onderzoeksbudget vragen.8 Ten slotte brengt de door de onderzoekers in acht te nemen processuele zorgvuldigheid mee dat het onderzoek binnen een redelijke termijn wordt afgerond.9
Ik heb mij afgevraagd of het verstandig zou zijn om een kwaliteitssysteem voor onderzoeken te ontwikkelen dat onderzoekers moeten toepassen.10 Gezien de grote verscheidenheid in onderzoeken lijkt mij dat moeilijk. Bovendien is het niet de taak van de Ondernemingskamer zich inhoudelijk met een kwaliteitssysteem bezig te houden. De onderzoekers zijn immers, in beginsel, vrij in de wijze waarop zij het onderzoek uitvoeren. Wel zou de stichting Rimari bij het ontwikkelen van best practices een rol kunnen spelen.11
De onderzoekers moeten het onderzoek ook inhoudelijk zorgvuldig uitvoeren. Zij moeten zich houden aan de onderzoeksopdracht12 en aan aanwijzingen van de Ondernemingskamer en de raadsheer-commissaris.13 De diepgang van het onderzoek moet proportioneel zijn, in aanmerking nemende de aard van de rechtspersoon, het type enquête, de onderzoeksopdracht en het onderzoeksbudget14 en de tijdspanne waarbinnen het onderzoek moet worden afgerond.15 Indien het onderzoek niet binnen het onderzoeksbudget uitvoerbaar is en verhoging van het onderzoeksbudget niet mogelijk is, behoren de onderzoekers dit te vermelden in een tussentijds verslag, zodat partijen zich op basis hiervan tot de Ondernemingskamer kunnen wenden, en de Ondernemingskamer kan beslissen wat er dan moet gebeuren.16 Eventueel zullen zij de Ondernemingskamer ook zelf moeten vragen het onderzoek te beëindigen.17
Onderzoekers moeten hoor en wederhoor toepassen en partijen voldoende gelegenheid bieden tot tegenspraak.18 De partijen die zij hebben gehoord moeten zij gelegenheid bieden het gespreksverslag daarvan in te zien en te corrigeren.19 Verder zullen zij hindsight bias en andere beoordelingsfouten moeten proberen te voorkomen.20 Daartoe is het wenselijk dat zij een gestructureerd werkproces volgen.21
Ten slotte moet ook het onderzoeksverslag zorgvuldig worden opgesteld.22 Voordat de onderzoekers het verslag opstellen, moeten zij aan degenen ten aanzien van wie wezenlijke bevindingen in het conceptverslag worden gemaakt, gelegenheid bieden opmerkingen over het verslag te maken.23 De onderzoekers moeten hun bevindingen behoorlijk motiveren. In het onderzoeksverslag moeten zij verantwoorden hoe het onderzoek is uitgevoerd. Verder zullen zij eventuele beperkingen die zij hebben ondervonden bij de uitvoering van het onderzoek moeten expliciteren.24
Voor alle enquêtes geldt dat de onderzoekers hun taak zorgvuldig moeten uitoefenen. De mate waarin dat moet gebeuren kan wel afhankelijk zijn van het type enquête, de grootte van de rechtspersoon en het onderzoeksbudget. Ik ben er een voorstander van om in Aandachtspunt 3.1 expliciet op te nemen dat de onderzoekers het onderzoek zorgvuldig moeten uitvoeren. Verder is het wenselijk deze zorgvuldigheidseis in de Aandachtspunten verder te concretiseren. Voorstellen daartoe doe ik in de paragrafen waarnaar ik in deze paragraaf heb verwezen.