Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.7.1:4.7.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.7.1
4.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS451857:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 10 januari 1990, NJ 1990/466, m.nt. J.M.M. Maeijer (Ogem), r.o. 4.2; HR 26 juni 2009, NJ 2011/ 210, m.nt. W.J.M. van Veen onder NJ 2011/211, JOR 2009/192, m.nt. J.J.M. van Mierlo onder JOR 2009/193 (KPNQwest), r.o. 3.2.3. In de literatuur is kritiek op deze beslissingen geuit. Zie bijvoorbeeld Van Brunschot 2008, p. 235-236; Storm 2014, p. 214-215.
Zie § 4.7.2.
Zie § 4.7.3.
Zie § 4.7.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Ondernemingskamer kan ook een onderzoek gelasten naar een rechtspersoon die in staat van faillissement verkeert.1 Indien de rechtspersoon in staat van faillissement verkeert of aan hem surseance van betaling is verleend, kan hij de kosten van het onderzoek niet betalen en geen zekerheid daarvoor stellen. De onderzoekskosten zijn in faillissement of surseance van betaling geen boedelschuld (waarover hieronder meer).2 De Ondernemingskamer kan anderen dan de rechtspersoon ook niet veroordelen om zekerheid voor de onderzoekskosten te stellen.3 Wel kunnen de verzoekers of derden op eigen initiatief besluiten voor de onderzoekskosten zekerheid te stellen.4