Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/1.4.2.4:1.4.2.4 Wat dient de accountant te onderzoeken in het kader van een wettelijke controle?
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/1.4.2.4
1.4.2.4 Wat dient de accountant te onderzoeken in het kader van een wettelijke controle?
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS300542:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hijink (2010), p. 111, met verwijzing naar Beckman (2007), p. 5.
Hijink (2010), p. 111.
Hijink (2010), p. 111, met verwijzing naar onder andere Beckman (2007), p. 8 e.v. en Beckman (2005), p. 139-141.
Hijink (2010), p. 112, met verwijzing naar onder andere Beckman (2007), p. 29.
Deckers en Van Kollenburg (2002), p. 244.
Deckers en Van Kollenburg (2002), p. 245.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De financiële verslaggeving vormt de basis voor de door het bestuur en de raad van commissarissen af te leggen rekening en verantwoording.1 De accountant controleert of deze rekening en verantwoording juist is.
Met betrekking tot de begrippen rekening en verantwoording nog het volgende: ‘rekening’ betreft het cijfermatige informeren en ‘verantwoording’ betreft het informeren over de effectiviteit en onderliggende redenen van het gevoerde ondernemingsbeleid.2
Bij de controle door de accountant zijn twee aspecten van belang:
De accountant wordt geacht te onderzoeken of sprake is van afwijkingen van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg zijn van fraude of van fouten. Hij dient aldus de onzekerheid over het feitenmateriaal dat aan de jaarrekening ten grondslag ligt te verminderen;
De accountant moet controleren of de door het bestuur gemaakte keuzes bij het opstellen van de jaarrekening voldoen aan de bij en krachtens de wet gestelde voorschriften en het vereiste inzicht geven.
Hierbij is relevant of het beeld dat het management in de jaarrekening construeert op basis van het materiaal getrouw is.
Met betrekking tot deze twee aspecten, maak ik eerst de kanttekening dat de rol van de jaarrekening bij het afleggen van rekening en verantwoording niet moet worden overschat, aldus ook Hijink en Beckman.3 In lijn met Beckman betoogt Hijink dat de jaarrekening ‘slechts de financiële uitkomsten van gevoerd beleid en daarop uitgeoefend toezicht geeft’, waarbij de jaarrekening een ‘momentopname’ betreft, ‘die kan worden gezien als resultante van keuzes en afwegingen van degenen die de jaarrekening opmaken”. Hierdoor is de jaarrekening hooguit ‘het slotstuk van het afleggen van rekening.4 Voor wat betreft de verantwoording merkt Hijink op dat de jaarrekening ‘als document dat de financiële uitkomsten van het gevoerde beleid weergeeft weinig geschikt [is] om verantwoording af te leggen’. Het bestuursverslag is hier meer geschikt voor.5 Ten aanzien van het eerste aspect, is het volgende van belang voor wat betreft het feitenmateriaal. Uit het voorgaande volgt dat de jaarrekening een weergave betreft van de gevolgen van de activiteiten van de rechtspersoon. Deze onderliggende activiteiten worden ook wel bedrijfsprocessen genoemd.6 Om een oordeel te kunnen geven over de jaarrekening zal de accountant zich ook een oordeel moeten vormen omtrent de interne organisatie rondom de bedrijfsprocessen. Immers, elk bedrijfsproces beïnvloedt een aantal posten in de jaarrekening. Wanneer de accountant zich een oordeel wil vormen omtrent bepaalde posten in de jaarrekening dan zal hij dus dienen na te gaan door welke bedrijfsprocessen deze specifieke post in de jaarrekening wordt beïnvloed.7 In dit verband zijn de risico-inschattingswerkzaamheden zoals besproken in paragraaf 1.4.2.8 relevant.
De hierboven beschreven twee aspecten van de wettelijke controle komen terug in artikel 2:393 BW. Op grond van dit artikel dient de externe accountant bij een wettelijke controle te onderzoeken of:
de jaarrekening het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht geeft;
de jaarrekening aan de bij en krachtens de wet gestelde voorschriften voldoet;
het bestuursverslag overeenkomstig titel 9 Boek 2 BW is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of het bestuursverslag in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat; en
de in artikel 2:392 lid 1, onderdelen b tot en met g BW vereiste gegevens zijn toegevoegd.8
Er zal in de praktijk bij een wettelijke controle niet begonnen worden met het vereiste inzicht van (1). Een mogelijkheid is dat eerst (2) (voorschriften) wordt onderzocht, waarna (1) (inzicht) pas aan de orde komt. Vervolgens wordt onderzocht of (3) (bestuursverslag) en (4) (overige gegevens) in lijn zijn met de bevindingen onder (1). Een andere mogelijkheid is dat eerst wordt onderzocht of aan de vragen van (2) (voorschriften), (3) (bestuursverslag) en (4) (overige gegevens) is voldaan, alvorens antwoord te geven op (1) (inzicht). Zulks omdat de beantwoording van de vragen (2), (3) en (4) een rol speelt bij het antwoord op de vraag of sprake is van het vereiste inzicht. Ik heb er voor gekozen om in het hiernavolgende eerst in te gaan op de vragen van (2) (voorschriften), (3) (bestuursverslag) en (4) (overige gegevens), waarna (1) (inzicht) aan de orde komt.
1.4.2.4.1 De bij en krachtens de wet gestelde voorschriften voor de jaarrekening1.4.2.4.2 Het bestuursverslag1.4.2.4.3 De in artikel 2:392 lid 1, onderdelen b tot en met f BW vereiste gegevens1.4.2.4.4 Het inzichtvereiste