Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/3.2.4:3.2.4 Conclusies
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/3.2.4
3.2.4 Conclusies
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS577094:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dezelfde zin bijv. De Waard 1998, p. 158; Bok 1997, p. 236-237; Snijders 1997b, p. 1796; Martens 1997, p. 12-14; Wulffraat-van Dijk 1995, p. 366-369; Brerininkmeijer 1989, p. 1626. Anders: De Werd 1997a, p. 327-328; Buijs & Stroink 1997, p. 33-34.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechterlijke onafhankelijkheid kent verschillende verschijningsvormen. Hiervan doet met name de onafhankelijkheid ten opzichte van andere rechters (de individuele onafhankelijkheid) zich gelden bij de totstandkoming van rechtersregelingen. Zoals in het voorgaande bleek, wordt wel betoogd dat de vaststelling van rechtersregelingen in strijd komt met deze laatste vorm van onafhankelijkheid.
Deze conclusie deel ik niet. De onafhankelijkheid van de rechter, en zeker de onafhankelijkheid ten opzichte van andere rechters, is niet onbegrensd. Wel is uit oogpunt van (individuele) onafhankelijkheid noodzakelijk te achten dat de (op dat moment) betrokken rechters in de gelegenheid worden gesteld te participeren in de totstandkoming van een gemeenschappelijke visie of rechtsopvatting (die neergelegd kan zijn in een rechtersregeling, maar bijvoorbeeld ook in een of meer precedenten). Anderzijds is dit echter ook voldoende: de individuele onafhankelijkheid van de rechter reikt niet zó ver dat hij aan een aldus vastgestelde rechtersregeling slechts gebonden kan zijn indien en voorzover hij het met de inhoud daarvan eens is.1
De rechterlijke onafhankelijkheid staat derhalve niet in algemene zin de weg aan de vaststelling van rechtersregelingen, noch aan eventuele gebondenheid van de rechter daaraan. Zij zal echter wel invloed (kunnen) uitoefenen op de eisen die aan de wijze van totstandkoming van zodanige regelingen gesteld moeten worden. Hierop zal in § 5.2 nader worden ingegaan.