Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/3.1:3.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS574748:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de hoofdstukken 1 en 2 kwam naar voren, dat de toenemende samenwerking tussen rechters ertoe heeft geleid dat reeds met betrekking tot een aantal (voor de praktijk veelal belangrijke) onderwerpen rechtersregelingen zijn vastgesteld. Deze ontwikkeling roept niet alleen de vraag op, wat precies de juridische betekenis is van deze regelingen - een vraag die in het vervolg van dit onderzoek centraal zal staan - maar doet, daaraan voorafgaand, in meer algemene zin de vraag rijzen hoe een en ander zich verhoudt tot de traditionele rol van de burgerlijke rechter als onafhankelijke beslechter van individuele geschillen.
In dit hoofdstuk wordt daarom een tweetal onderwerpen behandeld die in dit kader bij uitstek van belang zijn: ten eerste de rechterlijke onafhankelijkheid, in het bijzonder de onafhankelijkheid tussen rechters onderling (§ 3.2), en ten tweede de (staatsrechtelijke) verhouding tussen rechter en wetgever (§ 3.3). Onderzocht wordt hoe deze leerstukken de mogelijkheid tot vaststelling van rechtersregelingen (met name uiteraard: bindende rechtersregelingen) beïnvloeden: staan zij aan deze mogelijkheid wellicht in algemene zin in de weg, of stellen zij althans bepaalde grenzen hieraan?