Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/692
Vervoeren van 6.041,3 gram cocaïne, art. 2 onder B Opiumwet. 1. Bewijsklacht. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat de 6 inbeslaggenomen blokken in totaal 6.041,3 gram cocaïne bevatten? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 24 maanden). Wekt opgelegde gevangenisstraf verbazing? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 25-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:908
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
22/01000
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:908, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:425, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑04‑2024
Essentie
Vervoeren van 6.041,3 gram cocaïne, art. 2 onder B Opiumwet. 1. Bewijsklacht. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat de 6 inbeslaggenomen blokken in totaal 6.041,3 gram cocaïne bevatten? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 24 maanden). Wekt opgelegde gevangenisstraf verbazing? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01000
Datum 25 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 maart 2022, nummer 21-005462-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.