Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.1.4:4.1.4 Beheersing van de kosten van het onderzoek
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.1.4
4.1.4 Beheersing van de kosten van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS451864:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Commissie-Verdam 1964, p. 68.
HR 2 maart 1994, NJ 1994/548, m.nt. J.M.M. Maeijer (VHS), r.o. 3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het rapport van de Commissie-Verdam blijkt dat de Ondernemingskamer erop toe dient te zien dat de kosten van het onderzoek binnen redelijke grenzen blijven.1 De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de VHS-beschikking, waarin hij overwoog dat de onderhavige regeling (de regeling omtrent de verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten) – die bedoeld is als maatregel ter beheersing van de kosten – anders niet zinvol zou zijn.2
De Ondernemingskamer heeft een tweetal instrumenten om invulling te geven aan haar wettelijke taak om erop toe te zien dat de kosten van het onderzoek binnen redelijke grenzen blijven.
In de eerste plaats stelt zij het bedrag vast dat het onderzoek ten hoogste mag kosten (hierna ook te noemen het onderzoeksbudget). Daarmee kan zij normatief aangeven wat in de gegeven omstandigheden van het geval een redelijk bedrag is waarvoor het onderzoek moet kunnen plaatsvinden. Bij een verzoek van de onderzoekers tot verhoging van het onderzoeksbudget kan zij haar oorspronkelijke beslissing over het onderzoeksbudget heroverwegen en dit, met inachtneming van de inmiddels gebleken omstandigheden, eventueel verhogen. Daartoe kan bijvoorbeeld aanleiding zijn als het onderzoek bewerkelijker blijkt te zijn dan aanvankelijk gedacht, betrokkenen onvoldoende aan het onderzoek meewerken, of de oorspronkelijke taxatie van de kosten door de Ondernemingskamer te laag blijkt te zijn.
Het tweede instrument dat de Ondernemingskamer heeft om de kosten beheers- baar te houden is dat zij de vergoeding van de onderzoekers moet vaststellen. De Ondernemingskamer kan daarbij zowel de redelijkheid van het door de onderzoekers voorgestelde uurtarief beoordelen als de redelijkheid van het aantal uren dat de onderzoekers aan het onderzoek hebben besteed.
De uit het systeem van de wet voortvloeiende regel dat de Ondernemingskamer erop toe moet zien dat de kosten van het onderzoek binnen de perken blijven, strekt niet alleen ter bescherming van de rechtspersoon. Omdat de rechtspersoon de kosten van het onderzoek kan verhalen op enerzijds de verzoekers, als het verzoek niet op redelijke gronden blijkt te zijn gedaan, en anderzijds de (voormalige) bestuurders, commissarissen en werknemers van de rechtspersoon, voor zover zij voor een onjuist beleid en een onbevredigende gang van zaken verantwoordelijk zijn, strekt de regeling ook ter bescherming van hun belangen. Indirect hebben uiteraard ook de kapitaalverschaffers van de rechtspersoon er belang bij dat de kosten van het onderzoek in de hand worden gehouden.