Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.1.3:4.1.3 Aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.1.3
4.1.3 Aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456677:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De in de Aandachtspunten opgenomen voetnoot verwijst naar HR 31 januari 1996, NJ 1996/431, m.nt. J.M.M. Maeijer (VHS).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aandachtspunt 3.4 vermeldt dat de Ondernemingskamer kan bepalen dat de onderzoeker een plan van aanpak en/of een begroting als bedoeld in Aandachtspunt 5.1 opstelt. In dat geval stuurt de onderzoeker het plan van aanpak en/of de begroting aan de Ondernemingskamer en de betrokken partijen. Voor zover mij bekend, heeft de Ondernemingskamer hier nog nimmer om verzocht.
Aandachtspunt 5.1 bepaalt dat de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten (voorlopig) vaststelt in de beschikking waarbij het onderzoek wordt bevolen. Indien de Ondernemingskamer heeft bepaald dat de onderzoeker een begroting opstelt, moet hij daarin inzicht verschaffen in de aard en omvang van de naar verwachting te verrichten werkzaamheden, de daaraan naar redelijke verwachting te besteden tijd, het te hanteren uurtarief en, indien van toepassing, de verdere kosten waaronder die van het inschakelen van derden. De onderzoeker dient de begroting in bij de griffier van de Ondernemingskamer waarna de griffier partijen en de verschenen belanghebbenden in de gelegenheid stelt daarop te reageren. Daarna zal de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten nader vaststellen.
Aandachtspunt 5.2 bepaalt dat het maximumbedrag op (gemotiveerd) verzoek van de onderzoeker kan worden verhoogd. De onderzoeker zal het verzoek voorzien van een specificatie met een overzicht van de reeds verrichte werkzaamheden en naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden. Het verzoek moet zijn ingediend vóórdat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer is gedeponeerd. Latere verzoeken kunnen niet worden gehonoreerd.1 De Ondernemingskamer stelt partijen steeds in de gelegenheid zich over het verzoek uit te laten.
Aandachtspunt 5.3 bepaalt dat de onderzoeker zijn werkzaamheden niet behoeft aan te vangen respectievelijk voort te zetten – en geadviseerd wordt om dit ook niet te doen – dan nadat een (ter bepaling door de onderzoeker) adequaat voorschot is ontvangen en/of betaling van de onderzoekskosten op andere wijze is zeker gesteld. De toelichting wijst erop dat als de onderzoeker zijn werkzaamheden bij uitblijven van een voorschot of adequate zekerheid toch aanvangt, hij het risico loopt dat zijn salaris en de gemaakte kosten niet kunnen worden verhaald.
Aandachtspunt 5.4 heeft betrekking op het vaststellen van de kosten van het onderzoek. Na deponering van het onderzoeksverslag zal de Ondernemingskamer ambtshalve de kosten van het onderzoek vaststellen. De onderzoeker dient met het oog daarop gelijktijdig met de indiening van het onderzoeksverslag of zo spoedig mogelijk daarna een specificatie van de gemaakte onderzoekskosten in te dienen. Deze specificatie verschaft inzicht in de aard en omvang van de verrichte werkzaamheden, de daaraan bestede tijd, het gehanteerde uurtarief en, indien van toepassing, de verdere kosten waaronder die van het inschakelen van derden. De griffier zal partijen en de verschenen belanghebbenden in de gelegenheid stellen op deze specificatie te reageren waarna de Ondernemingskamer de kosten van het onderzoek bij beschikking zal vaststellen.
Aandachtspunt 5.5 bepaalt dat de onderzoeker zijn declaratie(s) voor de gemaakte onderzoekskosten aan de rechtspersoon stuurt (en in voorkomende gevallen tevens aan degene die heeft toegezegd de declaratie te zullen voldoen).