Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/467
Bestuurdersaansprakelijkheid; motivering.
HR 19-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:628
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 april 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, K. Teuben
- Zaaknummer
23/01328
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Bouwrecht / Architectenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:628, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:104, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑05‑2023
- Wetingang
Art. 6:162 BW
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid; motivering.
Samenvatting
Het hof heeft geoordeeld dat de vorderingen gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking konden komen. Als gevolg daarvan had het hof in zijn overwegingen moeten betrekken het betoog van de middellijk directeur/aandeelhouder en feitelijk leidinggever, dat er geen grondslag bestond voor zijn aansprakelijkheid in persoon en dat hij steeds optrad in zijn hoedanigheid van directeur van de betrokken vennootschappen.
Partij(en)
- 1.
B+O Architectuur en Interieur B.V., te Meppel,
- 2.
B+O Bouwkunde en Techniek B.V., te Meppel,
- 3.
B+O Management en Advies B.V., te Meppel,
- 4.
[de architect],
eiseressen tot cassatie, hierna gezamenlijk: [eiseressen], adv.: mr. P.A. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.