Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.9.2
7.9.2 Het uitbrengen van een persbericht; praktische uitwerking
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS498769:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie de AFM-brochure Snelgids koersgevoelige informatie, p. 4. Zie ook Kamerstukken II, 20072008, 31 093, nr. 8, p. 14, alwaar wordt gesteld: 'Informatieverspreiding via een persbericht zal in de praktijk met name via internationale (financiële) persbureaus lopen. Dit draagt er toe bij dat beleggers, ook al zijn zij in een andere (lid)staat of markt gevestigd, toch gelijkwaardige, en zoveel mogelijk op hetzelfde moment, toegang hebben tot de gereglementeerde informatie.'
Ook de Nota van toelichting op het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft (Stb. 2008, 578), p. 25, maakt melding van het gebruik dat van een operator of een service provider kan worden gemaakt bij het verspreiden van koersgevoelige informatie. In dat geval wordt van deze derde verwacht dat hij in staat is om de koersgevoelige informatie onder afdoende voorwaarden te verspreiden en over adequate mechanismen beschikt om de authenticiteit van de koersgevoelige informatie te waarborgen en te voorkomen dat er een wezenlijk risico op gegevensvervalsing of ongeoorloofde toegang tot niet-gepubliceerde koersgevoelige informatie bestaat (zie § 7.9.3).
Zie de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 15.
Zie de Nota van toelichting op het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft (Stb. 2008, 578), p. 25.
Zie de rubriek Veelgestelde vragen: Koersgevoelige informatie (www.afin.nl).
Zie voor kritiek op deze voorafgaande inkennisstelling van de AFM van een nog openbaar te maken persbericht met koersgevoelige informatie: Schreurs, Ondernemingsrecht 2005, p. 186-190.
Zie Kamerstukken II, 2004-2005, 29 827, nr. 3, p. 34.
Zie Kamerstukken II, 2004-2005, 29 827, nr. 7, p. 9 en nr. 8, p. 7.
Vgl. ook Kamerstukken II, 2004-2005, 29 827, nr. 7, p. 23.
Ingevolge art. 5:25m lid 2 j° lid 1 Wft dient de uitgevende instelling ervoor te zorgen dat bij de openbaarmaking van koersgevoelige informatie door middel van een persbericht gebruik wordt gemaakt van media waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een snelle en doeltreffende verspreiding van de koersgevoelige informatie in alle lidstaten van de Europese Unie is gewaarborgd. Op welke wijze kan de uitgevende instelling aan deze abstract geformuleerde eisen in de praktijk handen en voeten geven?
Volgens de AFM moet het persbericht gestuurd worden naar "een in de markt gebruikelijke combinatie van algemene en specifieke financiële media".1 Tot deze media behoren de internationale en nationale real time nieuwsdiensten (zoals Reuters, Bloomberg, Dow Jones, Betten en ANP) en de landelijk verspreide dagbladen (zoals Het Financieele Dagblad, NRC Handelsblad, De Telegraaf en De Volkskrant).
Aangezien de verzendlijst van uitgevende instellingen doorgaans bestaat uit een groot aantal adressen wordt voor de openbaarmaking van koersgevoelige informatie veelal gebruik gemaakt van gespecialiseerde verzendorganisaties of communicatieadviesbureaus.2 Daarbij geldt evenwel dat ingeval de openbaarmaking van de koersgevoelige informatie door deze derden feitelijk wordt verzorgd, de uitgevende instelling hiervoor niettemin zelf verantwoordelijk blijft.3 Wanneer de door de uitgevende instelling bij de verspreiding van koersgevoelige informatie betrokken derde ook andere diensten aanbiedt, zoals in de sfeer van media of het bieden van een handelsplatform voor fmanciële instrumenten, ligt het in de rede dergelijke diensten of taken duidelijk te scheiden van de diensten en taken die verband houden met de openbaarmaking van koersgevoelige informatie.4
Gelet op het met de openbaarmakingsplicht nagestreefde doel is een persbericht nog steeds verre van ideaa1.5 Aan een persbericht zijn nu eenmaal beperkingen verbonden. Zo is het niet mogelijk om door het uitbrengen van een persbericht beleggers rechtstreeks te bereiken. Daarvoor zal altijd nog de tussenkomst van een intermediair nodig zijn. Daar komt bij dat de dienstverlening van deze intermediairs nog al eens een divers karakter heeft. Een abonnee op een real time nieuwsdienst zal aldus eerder kennis kunnen nemen van een persbericht van een uitgevende instelling dan een abonnee van een krant. Een andere beperking die is verbonden aan het gebruik van een persbericht is dat persberichten van een uitgevende instelling niet altijd worden overgenomen door intermediairs. De ene uitgevende instelling zal van de media eerder coverage krijgen dan een andere. Ook is het mogelijk dat de inhoud van het persbericht slechts ten dele door het medium wordt overgenomen.
Onderkend moet worden dat de opkomst van het internet veel van deze beperkingen heeft kunnen ondervangen. Hoewel verspreiding van koersgevoelige informatie door middel van de corporate website van de uitgevende instelling niet als een gelijkwaardig alternatief voor het uitbrengen van een persbericht kan worden gezien omdat het een passieve wijze van verspreiding van informatie is, wordt met het plaatsen van een persbericht op deze website wel bereikt dat het bericht voor alle beleggers gelijktijdig en volledig toegankelijk wordt (zie § 7.11).
Hier vermeld ik nog dat indien de openbaarmaking betrekking heeft op periodieke financiële informatie van de uitgevende instelling (dat wil zeggen: de jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële verslaggeving, de kwartaalberichten dan wel de tussentijdse bestuursverklaringen), de uitgevende instelling volgens art. 5:25m lid 4 Wft in het persbericht kan volstaan met een aankondiging in het persbericht waarin wordt verwezen naar de website van de uitgevende instelling waar de bewuste informatie volledig beschikbaar is. Naar mag worden aangenomen, zal een dergelijk persbericht nog steeds de highlights van de openbaar te maken periodieke fmanciële informatie (of anders gezegd: de koersgevoelige informatie die van de periodieke financiële informatie deel kan uitmaken) moeten bevatten. Als motivering voor deze stelregel kan erop worden gewezen dat de hoofdregel luidt dat koersgevoelige informatie door middel van een persbericht openbaar gemaakt moet worden.6 Op die hoofdregel van art. 5:25m lid 2 Wft wordt weliswaar ten aanzien van periodieke financiële informatie in art. 5:25m lid 4 Wft een uitzondering gemaakt in verband met de omvang van deze informatie. Het zou immers lastig en ook weinig inzichtelijk zijn om deze documenten volledig in een persbericht op te nemen. Ondanks deze uitzondering blijft mijns inziens de hoofdregel nog steeds overeind dat koersgevoelige informatie door middel van een persbericht openbaar gemaakt moet worden. In dit verband zou ter ondersteuning van deze stelregel ten slotte nog gewezen kunnen worden op het vereiste dat het persbericht beleggers in staat moet stellen de informatie volledig, correct en tijdig in te schatten (zie § 7.9.3). Dat is niet mogelijk als in het persbericht slechts naar een plaats elders wordt verwezen waar informatie geraadpleegd kan worden.
Niet onvermeld mag ten slotte blijven dat in het voorstel van de Wet marktmisbruik7 in art. 47 lid 1 Wte 1995 (oud) nog de eis werd gesteld dat de AFM door de uitgevende instelling voorafgaand aan de openbaarmaking van het uit te brengen persbericht daarvan in kennis zou worden gesteld.8 Hierdoor zou de AFM kunnen beoordelen of de informatie reden geeft tot het laten nemen van een handelsmaatregel. De door een uitgevende instelling openbaar te maken informatie kan namelijk dermate verrassend of contrair aan de verwachtingen van beleggers zijn, dat niet direct bij openbaarmaking ervan duidelijk zal zijn welke gevolgen deze openbaarmaking op de koers van de desbetreffende financiële instrumenten zal hebben.9 De eis van voorafgaande inkennisstelling van de AFM is uiteindelijk komen te vervallen, omdat anders zou worden afgeweken van de meerderheid van de Euronext-landen.10 Overigens stond de verplichting om de AFM voorafgaand aan het uitbrengen van een persbericht daarover te informeren op gespannen voet met de eis dat koersgevoelige informatie onverwijld openbaar wordt gemaakt (art. 5:25i lid 2 Wft).11