Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.12
7.12 Het openbaar register van de AFM
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS495045:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor het begrip 'lidstaat van herkomst' art. 2 lid 1 onderdeel i) van de Transparantierichtlijn. Zie tevens § 7.8 voor de wijze waarop dit begrip in de Wet op het financieel toezicht is geïmplementeerd.
Of het zou moeten zijn dat de betekenis van de term `eindgebruikers' kan worden afgeleid uit het kopje van art. 21 van de Transparantierichtlijn: 'Toegang tot gereglementeerde informatie'. Ook die uitleg is mijns inziens niet eenduidig, omdat in art. 21 lid 1 van de Transparantierichtlijn nevenschikkend aan de uitgevende instelling wordt voorgeschreven: (i) de bekendmaking van gereglementeerde informatie op zodanige wijze dat deze snel en op niet-discriminatoire basis toegankelijk is en (ii) de beschikbaarstelling van gereglementeerde informatie aan het officieel aangewezen mechanisme.
Zie ook CESR, Frequentb., asked questions regarding the Transparency Directive: common positions agreed by CESR members, mei 2009, CESR/09-168, onder 5. CESR stelt namelijk: 'Making regulated information available by filing it with the OAM does not meet the criteria of making regulated information public. The OAM is in charge of the storage of regulated information. The storage of regulated information (filing with the OAM) and making public regulated information are two separate obligations imposed on the issuer.'
Zie Aanbeveling nr. 2007/657/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 11 oktober 2007 over het elektronische netwerk van officieel aangewezen mechanismen voor de centrale opslag van gereglementeerde informatie als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2007, L 26).
Zie de Nota van toelichting op het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft (Stb. 2008, 578), P. 26.
Daarbij wordt in art. 1:107 lid 3 onderdeel c sub 2° Wft verwezen naar de openbaarmakingsplicht van art. 5:25i lid 2 of lid 5 Wft. In het register dient ook het tijdstip waarop de informatie door de uitgevende instelling openbaar is gemaakt, opgenomen te worden.
Het formulier kan worden gebruikt met Acrobat Reader (vanaf versie 7.0) en biedt de mogelijkheid velden in te vullen en elektronische bijlagen toe te voegen. Zie de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 14.
Zie de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 14.
Zie Kamerstukken II, 2004-2005, 29 827, nr. 3, p. 37.
Zie art. 19 lid 1 van de Transparantierichtlijn.
Zie art. 21 leden 1 en 2 van de Transparantierichtlijn.
Zie art. 61005/1 en 61005/2 van Euronext Rule Book 1.
Zie Kamerstukken H, 2004-2005, 29 827, nr. 3, p. 13 en de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 17.
Een derde instrument ten slotte van het voor art. 5:25i Wft geldende openbaarmakingsregime is het opnemen van de door de uitgevende instelling openbaar gemaakte koersgevoelige informatie in een door beleggers te raadplegen openbaar register. Mijns inziens laat de wettelijke regeling van dit instrument op een aantal punten nog te wensen over.
Openbaar register of slechts centrale opslag?
Dat de Europese wetgever een openbaar register voor ogen heeft gehad bij het ontwerpen van de wettelijke regeling is niet aanstonds duidelijk. Zo bepaalt art. 21 lid 2 van de Transparantierichtlijn slechts dat de lidstaat van herkomst1 er zorg voor moet dragen dat er ten minste één officieel aangewezen mechanisme — ook wel aangeduid met het acroniem OAM (Officially Appointed Mechanism) — is voor de centrale opslag van gereglementeerde informatie. Dat mechanisme moet onder meer voldoen aan minimumnormen op het gebied van onder meer "gemakkelijke toegang voor eindgebruikers", zonder dat de betekenis van de term 'eindgebruikers' in de Transparantierichtlijn verder wordt toegelicht.2 Uit art. 12 lid 3 van de Uitvoeringsrichtlijn Transparantierichtlijn is af te leiden dat met deze term gedoeld wordt op (potentiële) beleggers. Immers, aldaar wordt bepaald dat de periodieke fmanciële informatie door de uitgevende instelling aan de media mag worden medegedeeld door middel van een aankondiging waarin wordt vermeld "op welke website de relevante documenten, naast het officieel aangewezen mechanisme voor de centrale opslag van gereglementeerde informatie als bedoeld in artikel 21 van de richtlijn, beschikbaar zijn".
Centrale opslag
Onze wettelijke regeling is (te) summier. De wetgever heeft in art. 5:25m lid 5 Wft bepaald dat de minister van Financiën een instantie aanwijst die zorg draagt voor de centrale opslag van gereglementeerde informatie. De minister van Financiën heeft de AFM met die taak belast (art. 7 lid 1 van het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft). Daarnaast bepaalt art. 5:25w lid 2 Wft dat bij AMvB nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de wijze van opslag van gereglementeerde informatie door de aangewezen instantie. Ter uitvoering hiervan zijn in art. 7 lid 2 van het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft enkele regels gesteld waaraan de centrale opslag van de gereglementeerde informatie door de AFM tenminste moet voldoen. Zo dient de AFM ervoor zorg te dragen dat:
de veiligheid van de opgeslagen gereglementeerde informatie zodanig gewaarborgd is dat het risico op gegevenswijziging en ongeoorloofde toegang zo veel mogelijk is uitgesloten en zekerheid bestaat over de bron van de gereglementeerde informatie;
de gereglementeerde informatie op het moment van opslag wordt voorzien van een datum en tijdstempel;
de opgeslagen gereglementeerde informatie op een eenvoudige wijze en uiterlijk binnen vijf werkdagen na ontvangst toegankelijk is voor het publiek.
Hier tekent zich een significant verschil af met de wijze waarop een uitgevende instelling op grond van art. 5:25i lid 2 j° art. 5:25m lid 2 Wft een persbericht dient uit te brengen. Het persbericht wordt pas door de AFM toegankelijk gemaakt voor het beleggend publiek nadat door de AFM is vastgesteld dat het aan haar toegestuurde persbericht door de uitgevende instelling openbaar is gemaakt en uiterlijk binnen vijf werkdagen na ontvangst daarvan. Hiermee heeft de opslag door de AFM feitelijk veeleer een archieffunctie gekregen dan een instrument dat ten behoeve van de openbaarmaking van koersgevoelige informatie wordt ingezet.3
Opmerkelijk is dat de wetgever heeft nagelaten nadere regels te stellen voor de wijze waarop de opgeslagen gereglementeerde informatie voor het publiek toegankelijk dient te worden gemaakt. Hoewel de Wet op het fmancieel toezicht in art. 1:107 e.v. een gedetailleerde regeling kent voor een door de AFM gehouden openbaar register wordt daarvan — behoudens ten aanzien van het opnemen van door uitgevende instellingen openbaar gemaakte koersgevoelige informatie in het openbaar register (zie hierna) — (nog) geen gebruik gemaakt. De gereglementeerde informatie van uitgevende instellingen kan overigens onder het kopje 'financiële verslaggeving' op de website van de AFM geraadpleegd worden (www.afm.nl).
Voorts dient de AFM er voor zorg te dragen dat:
de centrale opslag van gereglementeerde informatie op zodanige wijze wordt ingericht dat samenwerking met andere instanties die belast zijn met de centrale opslag van gereglementeerde informatie op eenvoudige wijze kan plaatsvinden.
Voornoemde onderwerpen zijn ook genoemd in een (niet bindende) aanbeveling van de Europese Commissie (zie ook § 3.6).4 In deze aanbeveling wordt een aantal richtsnoeren gegeven waar het OAM rekening mee kan houden opdat met andere OAM's van de lidstaten effectief kan worden samengewerkt in het in Europees verband nog te ontwikkelen elektronisch netwerk dat de verschillende OAM's met elkaar verbindt. Het ligt in de rede te verwachten dat de AFM als Nederlandse OAM deze aanbeveling van de Europese Commissie zal opvolgen.5
Openbaar register
Als gezegd, wordt uitsluitend ten aanzien van koersgevoelige informatie bepaald dat de AFM de van uitgevende instellingen ontvangen meldingen van koersgevoelige informatie6 opneemt in een openbaar register (art. 1:107 lid 3 onderdeel c sub 2° Wft). Ik vestig er nog wel uitdrukkelijk de aandacht op dat de AFM de plicht heeft "onverwijld" zorg te dragen voor inschrijving van de ontvangen meldingen van koersgevoelige informatie in het openbaar register. Aan die verplichting dient door de AFM om die reden eerder voldaan te worden dan "uiterlijk binnen vijf werkdagen na ontvangst" van de melding van koersgevoelige informatie (vgl. art. 7 lid 2 onderdeel c van het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft). De AFM houdt deze gegevens gedurende ten minste vijf jaar voor een ieder kosteloos ter inzage in het register (art. 1:108 lid 1 Wft). Het openbaar register is te raadplegen op de website van de AFM (www.afm.nl).
De AFM heeft voor het melden van koersgevoelige informatie een elektronisch formulier ontwikkeld, dat beveiligd naar de AFM kan worden verzonden.7 Iedere uitgevende instelling kan via de AFM portal over dit formulier beschikken. Voor de toegang tot de AFM portal voorziet de AFM uitgevende instellingen van een met een password beveiligde account.8 Iedere uitgevende instelling ontvangt daartoe een gebruiksverklaring. Elke uitgevende instelling die de gebruiksverklaring heeft getekend, krijgt een hoofdaccount dat gebruikt kan worden om persberichten aan de AFM toe te sturen, die dan in het openbaar register worden opgenomen. Met dit hoofdaccount kan een uitgevende instelling een subaccount aanmaken voor derden (zowel ten behoeve van functionarissen van de uitgevende instelling als ten behoeve ven externe dienstverleners).
De juistheid en volledigheid van de informatie die in het register wordt opgenomen, komen voor de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling. Dit vloeit voort uit het feit dat de uitgevende instelling eerstverantwoordelijke is voor de openbaarmaking van de koersgevoelige informatie. De adresgegevens die bij een melding aan de AFM zijn verschaft, worden niet in het register opgenomen.9
Inkennisstelling van de AFM
Teneinde het mogelijk te maken dat de koersgevoelige informatie in het openbaar register kan worden opgenomen, is de uitgevende instelling verplicht de AFM gelijktijdig met de openbaarmaking door middel van het uitbrengen van een persbericht op de hoogte te stellen van deze informatie (art. 5:25m lid 6 Wft). Meer precies bepaalt art. 5:25m lid 6 Wft overigens dat de uitgevende instelling de gereglementeerde informatie gelijktijdig met de openbaarmaking door middel van een persbericht aan de door de minister van Financiën aangewezen instantie zendt, "alsmede indien deze niet als zodanig is aangewezen de Autoriteit Financiële Markten". De achtergrond van deze bepaling is dat gereglementeerde informatie zowel bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst10 als de instantie die belast is met de centrale opslag van gereglementeerde informatie11 moet worden ingediend. In Nederland zal de AFM beide functies vervullen, zodat het mogelijk was geweest om art. 5:25m lid 6 Wft directer te formuleren.
Inkennisstelling van Euronext Amsterdam
De uitgevende instelling dient het persbericht niet alleen gelijktijdig met de openbaarmaking door middel van een persbericht naar de AFM te sturen (art. 5:25m lid 6 Wft), maar ook naar Euronext Amsterdam.12 De reden voor deze melding is dat Euronext Amsterdam, ondanks het feit dat de AFM belast is met het toezicht op de naleving en de handhaving van de openbaarmakingsplicht ex art. 5:25i Wft, verantwoordelijk blijft voor het eventueel treffen van handels-technische maatregelen (zie § 9.5.1). Hierbij kan worden gedacht aan onderbreking van de handel in geval van een grote wijziging van de koers, in welk geval de handel bij overschrijding van een grenswaarde automatisch gedurende korte tijd wordt stilgelegd. Te denken valt voorts aan een technische storing waardoor een belangrijk deel van de leden van de beurs niet in staat is om orders in het handelssysteem in te leggen.13 Met name vanwege het eerste geval — een grote wijziging van de beurskoers — is het zinvol dat Euronext Amsterdam tijdig beschikt over de door de uitgevende instelling openbaar gemaakte informatie die daarvoor de aanleiding kan zijn geweest.