Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/8.3.5.4:8.3.5.4 Motiveringseisen bij afwijking
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/8.3.5.4
8.3.5.4 Motiveringseisen bij afwijking
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS579468:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie §7.5.4.
Al geeft Kottenhagen 1986, p. 297-299, wel een opsomming van eisen waaraan de motivering van de rechter dient te voldoen; ook deze eisen zijn echter nog vrij algemeen geformuleerd.
Zie HR 26 februari 1999 (Ajax/Reule), NJ 1999, 717 m.nt. HJS.
Zie § 6.3.5.
HR 4 juni 1993, NJ 1993, 659 m.nt. DWFV.
Vgl. Martens 1993, p. 136; Veegens/Korthals Altes & Groen 1989, nr. 118.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Algemeen aangenomen wordt dat de rechter die van een (hem bindend) precedent wil afwijken, deze afwijking dient te motiveren.1 Wat deze motivering concreet moet inhouden is hierbij niet eenvoudig exact aan te geven.2 In elk geval kan van de rechter verwacht worden dat hij zijn argumenten vóór afwijking vermeldt en aangeeft waarom deze zwaarder wegen dan de argumenten tegen afwijking. Wanneer dus bijvoorbeeld een voorzieningenrechter van de rechtbank zou willen terugkomen op de regel - eerst neergelegd in een rechtersregeling en daarna door de Hoge Raad aanvaard - dat een vordering in kort geding kan gelden als een 'eis in de hoofdzaak'3 zal zulks afdoende gemodveerd behoren te worden. De betrokken rechter zal ten eerste aan dienen te geven waarom deze regel niet langer als rechtens juist kan gelden, waarbij hij tevens de argumenten die de Hoge Raad destijds vóór aanvaarding van deze regel heeft gegeven, zal moeten weerleggen. Daarnaast zal onderbouwd moeten worden waarom afwijking van dit precedent, ondanks de nadelen die hieraan uit oogpunt van rechtsgelijkheid en (met name) rechtszekerheid zijn verbonden, niettemin noodzakelijk is te achten.
Ten aanzien van rechtersregelingen die recht in de zin van art. 79 RO vormen - besproken in hoofdstuk 4 tot en met 6 - bleken motiveringseisen een belangrijk instrument te vormen voor controle in cassade op de toepassing daarvan.4 Op de controle door de hogere rechter op de toepassing van precedenten ga ik in § 8.5.3 nog nader in. Vooruitlopend daarop kan hier vast worden opgemerkt, dat modveringseisen als middel tot controle in dit verband weinig betekenis hebben. De hogere rechter zal een uitspraak van een lagere rechter niet vernietigen wegens een onjuiste motivering, wanneer hij de daarin neergelegde rechtsopvatting (die afwijkt van eerdere rechtspraak) uiteindelijk juist acht, anders gezegd: indien de hogere rechter zélf ook zou zijn 'omgegaan'. In zoverre zou geconcludeerd kunnen worden dat het stellen van motiveringseisen aan afwijking uiteindelijk weinig oplevert.
De mogelijkheid tot controle door de hogere rechter is evenwel niet het enige doel van motiveringseisen. Voor de motivering van rechterlijke uitspraken in het algemeen is dit door de Hoge Raad in het arrest Vredo/Veenhuis als volgt verwoord:
"elke rechterlijke beslissing (moet) tenminste zodanig worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtengang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden - in geval van openstaan van hogere voorzieningen: de hogere rechter daaronder begrepen - controleerbaar en aanvaardbaar te maken."5
Zoals kan worden afgeleid uit deze formulering dient de motivering ertoe de uitspraak van de rechter niet slechts voor de hogere rechter, maar met name ook voor partijen en derden controleerbaar én aanvaardbaar te maken. Hieraan kan nog worden toegevoegd dat de motiveringseis voorts dient als waarborg voor 'zelfcontrole' door de rechter: de rechter wordt aldus gedwongen zijn eigen gedachtengang nog eens nauwkeurig na te lopen en te verantwoorden.6 Tegen deze achtergrond is het zonder meer zinvol dat de afwijking van een rechtersregeling met precedentwaarde afdoende wordt gemotiveerd, zelfs indien een concrete sanctie op het niet-naleven van deze verplichting in de meeste gevallen zal blijken te ontbreken.