Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/8.3.1:8.3.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/8.3.1
8.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS580698:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na de voorafgaande beschouwingen in de vorige paragraaf kan nu worden teruggekeerd naar de vraag die in dit hoofdstuk centraal staat: op welke wijze kan bij de huidige stand van zaken op het gebied van precedentwerking van rechterlijke uitspraken worden aangeknoopt, wanneer in een of meer rechterlijke uitspraken een bepaalde (niet reeds op voorhand bindende) rechtersregeling wordt toegepast? In hoeverre kan dit tot gevolg hebben dat rechters aan die regeling gebonden raken?
Zoals bleek in § 7.2 kan bij de vraag naar binding aan precedenten onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds binding van de rechter aan eigen precedenten en anderzijds binding aan de precedenten van andere rechters. Dit laatste punt kan weer onderverdeeld worden in gebondenheid aan precedenten van hogere rechters ('verticale binding') en gebondenheid aan precedenten van rechters op hetzelfde hiërarchische niveau ('horizontale binding').
In de voorliggende paragraaf gaat het om binding in verdcale zin. De vraag of ook sprake kan zijn van precedentwerking van rechtersregelingen op horizontaal niveau komt vervolgens in § 8.4 aan de orde. De binding van de rechter aan eigen uitspraken wordt in dit hoofdstuk niet afzonderlijk behandeld. In de eerste plaats is op het gebied van rechtersregelingen met name de vraag interessant in hoeverre ook andere rechters dan degenen die een dergelijke regeling reeds toepassen daaraan gebonden kunnen zijn. Wanneer bovendien een rechter gebonden kan zijn aan andermans uitspraken (en, zoals reeds bleek in hoofdstuk 7, is dat in bepaalde gevallen zeker mogelijk), zal hij dat a fortiori zijn aan zijn eigen uitspraken. Een afzonderlijke bespreking van deze laatste vorm van binding zou dus weinig nieuws opleveren. Ook de voorwaarden voor afwijking zullen bij afwijking van eigen precedenten niet wezenlijk anders zijn dan in andere gevallen. Hetgeen in deze en de volgende paragraaf wordt besproken, zal dus in het algemeen van overeenkomstige toepassing zijn op de gebondenheid van de rechter aan eigen precedenten, waarin hij een bepaalde rechtersregeling heeft toegepast.