RvdW 2024/787:Verkrachting van ex-vriendin, kort nadat zij relatie heeft beëindigd en na eerdere mishandelingen, art. 242 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over ontbreken van voldoende steunbewijs, art. 359 lid 2 Sv. Kan worden vastgesteld dat bij aangeefster waargenomen letsel is ontstaan bij deze verkrachting? Wat raadsman ttz. in hoger beroep naar voren heeft gebracht over ontbreken van steunbewijs voor tlgd. gedragingen in het licht van eerdere, recente mishandeling van aangeefster door verdachte waardoor niet kan worden vastgesteld dat bij aangeefster waargenomen letsel is ontstaan bij tlgd. verkrachting, kan niet anders worden opgevat dan als standpunt dat duidelijk, door argumenten ondersteund en voorzien van ondubbelzinnige conclusie aan hof is voorgelegd. Hof is in zijn uitspraak van dit uos afgeweken door p-v van forensisch onderzoek naar letsels van aangeefster voor bewijs van tlgd. feit te gebruiken. In strijd met art. 359 lid 2 (tweede volzin) Sv heeft hof echter niet in het bijzonder redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (schriftuur is ingediend vóór betekening van aanzegging).