Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.4
3.4 Opleiding van onderzoekers
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454283:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aandachtspunten, considerans, sub H.
Klaassen 2010a, p. 98.
Böcker e.a. 2010, p. 188; Klaassen 2010a, p. 96-97; Klaassen 2010b, p. 156.
Artikel 3 lid 1 statuten.
De beroepsvereniging van curatoren, Insolad, heeft het volgen van de opleiding als lidmaatschapsvoorwaarde voor iedereen gesteld, ongeacht de ervaring van de betrokkene, en heeft daar nooit spijt van gehad. Omdat in grotere faillissementen de rechtbanken alleen Insolad-leden tot curator benoemen, kan men zeggen dat de rechterlijke macht indirect het volgen van deze zware Grotius-cursus als benoemingsvereiste stelt. De cursus die ik mij voorstel, is qua zwaarte niet met een Grotius-cursus te vergelijken.
Er is momenteel geen opleiding voor onderzoekers. Iedere onderzoeker die voor het eerst wordt benoemd, zal zijn eigen weg moeten vinden. Aannemelijk is dat onderzoekers soms overleggen met de secretarissen van de Ondernemingskamer. In de Aandachtspunten staat dat zij met vragen bij de secretarissen van de Ondernemingskamer terechtkunnen.1
Daarmee is tegemoetgekomen aan kritiek dat de onderzoekers, althans in de perceptie van partijen, achter hun rug om overleg voerden met de Ondernemingskamer of, sinds de wetswijziging van 2013, de raadsheer-commissaris.2
Het is niet erg efficiënt dat nieuwe onderzoekers keer op keer het wiel opnieuw moeten uitvinden. De werkwijze van onderzoekers is heel verschillend.3 Daarom is er geen mogelijkheid om van elkaars ervaringen te leren en best practices te ontwikkelen. De Ondernemingskamer zou de onderzoekers meer handvatten kunnen geven door de Aandachtspunten verder uit te werken. Ik denk dat dit echter niet voldoende is. Richtlijnen staan op papier en papier is geduldig. De richtlijnen moeten ook gaan leven. Daartoe zullen onderzoekers de inhoud van die richtlijnen toegelicht moeten krijgen aan de hand van voorbeelden en praktijkervaringen moeten uitwisselen. Ik ben er daarom een voorstander van om een opleiding voor onderzoekers in het leven te roepen, net zoals er ook voor gerechtelijk deskundigen een opleiding is ontwikkeld. Er zijn meer voorbeelden te vinden waarin het volgen van een opleiding een vereiste is om professioneel een nevenactiviteit te kunnen uitoefenen. Zo stelt het NAI bijvoorbeeld een basisopleiding voor arbiters verplicht, ook voor ervaren advocaten en rechters. Het opzetten van een basisopleiding zou goed passen in een streven om enquêteonderzoeken te professionaliseren.
Naar mijn mening zou de Stichting Rimari het initiatief moeten nemen om een basisopleiding voor onderzoekers (en andere OK-functionarissen) op te zetten. Het voorbeeld van het LRGD toont aan dat particulier initiatief goed kan werken. De Stichting Rimari is opgericht op 19 juni 2012 en heeft onder meer ten doel de door de Ondernemingskamer benoemde onderzoekers, bestuurders, commissarissen en/of andere deskundigen bij te staan en te ondersteunen en de kwaliteit van de door de Ondernemingskamer bevolen onderzoeken te bevorderen.4 Het organiseren van een basisopleiding voor onderzoekers (en andere OK-functionarissen) past in de doelstelling. Het idee om een opleiding voor onderzoekers op te zetten vergt uitwerking. Het gaat het bestek van mijn onderzoek te buiten om hier verder op in te gaan. Onderwerpen die aan de orde zouden kunnen komen, zijn de inhoud van de enquêteprocedure en de wijze waarop de Ondernemingskamer het onderzoeksverslag gebruikt, de taken van de onderzoekers, de uitvoering van het onderzoek en een toelichting op de Aandachtspunten.
Met betrekking tot de kosten neem ik aan dat de Ondernemingskamer hiervoor geen budget heeft en de deelnemers de cursus zelf zullen moeten betalen. Dat lijkt mij niet onoverkomelijk, omdat zij ook inkomen zullen genereren als zij een onderzoek uitvoeren. Een heikel punt lijkt mij nog wel of het volgen van de opleiding een vereiste moet zijn om tot onderzoeker te worden benoemd. Het lijkt mij wenselijk dat zo veel mogelijk onderzoekers, ook degenen met ervaring, de opleiding volgen.5 Zeker voor (nieuwe) onderzoekers die als enige onderzoeker in een zaak worden benoemd, lijkt mij dat van belang. Als de Ondernemingskamer meerdere onderzoekers benoemt, lijkt het mij voldoende als een van hen de opleiding heeft gevolgd. Dat biedt de Ondernemingskamer de mogelijkheid om bijvoorbeeld ook een onderzoeker ad-hoc te benoemen, bijvoorbeeld een oud-bestuurder van een beursgenoteerde onderneming. Ik zou het aan het beleid van de Ondernemingskamer willen overlaten hoe hiermee om te gaan.