Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.1.2.3:4.1.2.3 De kosten van het onderzoek als de Hoge Raad de beschikking van de Ondernemingskamer vernietigt
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.1.2.3
4.1.2.3 De kosten van het onderzoek als de Hoge Raad de beschikking van de Ondernemingskamer vernietigt
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456678:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 9 juli 2010, NJ 2010/544, m.nt. P. van Schilfgaarde, JOR 2010/228, m.nt. M.J. van Ginneken,Ondernemingsrecht 2010/105, m.nt. P.M. Storm (ASMI). Over deze zaak zijn ook vragen aan de minister gesteld. Zie Kamerstukken II 2009/10, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 3014.
Haantjes & Olden 2013, p. 162 (Kamerstukken II 2011/12, 32887, 6, p. 26-27).
Haantjes & Olden 2013, p. 212-213 (Kamerstukken II 2011/2012, 32887, 7, p. 3-4).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het verslag is, naar aanleiding van de ASMI-beschikking van de Hoge Raad,1 de vraag opgeworpen wat er met de kosten van het onderzoek moet gebeuren indien de Hoge Raad de beschikking waarbij de Ondernemingskamer het onderzoek heeft gelast vernietigt. De minister antwoordde in de nota naar aanleiding van het verslag dat wanneer de Ondernemingskamer een enquêteonderzoek heeft gelast, de onderzoeker zijn werk heeft gedaan en vervolgens in cassatie zou worden beslist dat het enquêteverzoek ten onrechte is toegewezen, de grondslag onder het inmiddels verrichte onderzoek zou wegvallen. De minister meende dat het redelijk is dat de vennootschap ook in een dergelijk geval de werkzaamheden van de onderzoeker betaalt. Om die reden is bij nota van wijziging het tweede lid aan artikel 2:359 BW toegevoegd.2 De toelichting hierop bevat een herhaling van hetgeen ook al in de nota naar aanleiding van het verslag staat.3