Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.1:9.4.1 De mogelijke rollen van de raadsheer-commissaris
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.1
9.4.1 De mogelijke rollen van de raadsheer-commissaris
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459072:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tromp 2007, p. 237.
Tromp 2007, p. 238.
Naar mijn mening is het niet nodig dat de raadsheer-commissaris hiervoor vooraf toestemming zou moeten geven. Voldoende is dat de onderzoekers hun voornemen om dit te doen, opnemen in een plan van aanpak, zodat de partijen die het hiermee niet eens zijn de raadsheer-commissaris kunnen vragen de onderzoekers een aanwijzing te geven hiertoe niet over te gaan. Zie § 7.6.3.4 en § 7.6.4.2.
Vgl. OK 26 november 2015, JOR 2016/32, m.nt. M. Holtzer (ZED+).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf zet ik allereerst uiteen welke rollen de raadsheer-commissaris in het onderzoek zou kunnen vervullen (los van de vraag wat volgens het geldende recht mogelijk is en van wat ik wenselijk zou achten). De Wet aanpassing enquêterecht wordt in 2017 geëvalueerd. Bij deze evaluatie zal, naar ik aanneem, worden onderzocht hoe de ervaringen met de raadsheer-commissaris zijn en zal de vraag moeten worden beantwoord of de wet moet worden gewijzigd.
In theorie zie ik drie rollen die de raadsheer-commissaris in het onderzoek zou kunnen vervullen: onderzoeksleider, toezichthouder en geschilbeslechter. In het onderstaande zal ik die drie rollen karakteriseren.
Onder de eerste rol die de raadsheer-commissaris zou kunnen vervullen, die van onderzoeksleider, zou men kunnen verstaan het aansturen van het onderzoek dat door de onderzoeker wordt uitgevoerd. Als onderzoeksleider zou de raadsheer-commissaris de eindverantwoordelijkheid hebben voor het onderzoek, zowel procedureel als inhoudelijk. Hij zou de regie voeren en bevorderen dat het onderzoek de feiten aan het licht brengt die de Ondernemingskamer nodig heeft om in de tweede fase van de enquêteprocedure een beslissing te kunnen nemen. Om die verantwoordelijkheid te kunnen waarmaken, zou de raadsheer-commissaris nauw overleg moeten voeren met de onderzoekers over de opzet en uitvoering van het onderzoek. Hij zou het conceptonderzoeksverslag moeten kunnen lezen, in ieder geval voordat het door de onderzoekers ter griffie wordt gedeponeerd, maar wellicht ook al in een eerder stadium, voordat het aan de betrokkenen voor commentaar wordt voorgelegd.
De tweede rol die de raadsheer-commissaris zoals gezegd zou kunnen vervullen, is die van toezichthouder op het onderzoek. Een toezichthouder heeft drie algemeen geformuleerde taken, te weten informatie verzamelen, zich een oordeel daarover vormen en zo nodig ingrijpen.1 Er zijn diverse vormen van toezicht. Voor zover voor rechterlijk toezicht relevant, kan een onderscheid worden gemaakt tussen preventief en repressief toezicht en tussen algemeen en concreet toezicht.2 Van preventief toezicht is sprake als bepaalde gedragingen of handelingen vooraf moeten worden goedgekeurd door de raadsheer-commissaris. In het kader van een onderzoek in de enquêteprocedure kan men daarbij bijvoorbeeld denken aan het gebruikmaken van forensische onderzoeksmethoden, vanwege de daaraan verbonden kosten en inbreuk op de privacy van natuurlijke personen.3 Een ander voorbeeld is goedkeuring van het door de onderzoekers opgestelde plan van aanpak. Onder repressief toezicht vallen bevoegdheden van de raadsheer-commissaris om de onderzoekers te corrigeren. In het kader van het enquêterecht kan men daarbij denken aan een bevel aan de onderzoekers om het conceptverslag een tweede keer aan partijen toe te zenden voor het maken van opmerkingen. Van algemeen toezicht is sprake als de raadsheer-commissaris het functioneren van de onderzoekers in algemene zin controleert. Een voorbeeld in het enquêterecht is het bewaken van de voortgang van het onderzoek, bijvoorbeeld door te verlangen dat de onderzoekers periodiek verslag uitbrengen over de voortgang van het onderzoek. Van concreet toezicht is sprake als de raadsheer- commissaris alleen optreedt naar aanleiding van een klacht of een aanwijzing dat er iets mis is. In het enquêterecht kan men daarbij bijvoorbeeld denken aan het op verzoek van een partij vervangen van een onderzoeker die, ondanks diverse verzoeken daartoe, het onderzoek maar niet afrondt.
In de derde rol die de raadsheer-commissaris zou kunnen vervullen, die van geschilbeslechter, is zijn enige functie een beslissing te nemen als een van de betrokkenen bij de enquête daarom vraagt. In wezen is dit een taak die de raadsheer-commissaris ook heeft indien hij repressief en concreet toezicht houdt. Dan beslist hij immers op een concreet verzoek dat hem wordt voorgelegd. Los van het onderzoek kunnen ook geschillen ontstaan tussen de door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen.4 Bij het nadenken over een mogelijke extra rol voor de raadsheer- commissaris zou men kunnen overwegen of het wenselijk is de raadsheer-commissaris een taak bij het beslechten daarvan te geven.
Los van deze meer algemene taken kan een raadsheer-commissaris ook specifieke taken hebben, bijvoorbeeld het afdwingen dat de betrokkenen meewerken aan het onderzoek. Als de raadsheer-commissaris op verzoek van de onderzoekers een bevel geeft als bedoeld in artikel 2:352 BW, handelt hij daarbij niet als onderzoeksleider, toezichthouder of geschilbeslechter, maar oefent hij overheidsmacht uit om de onderzoekers in staat te stellen het onderzoek uit te voeren.