Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.2.1:12.4.2.1 Inningsbevoegdheid
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.2.1
12.4.2.1 Inningsbevoegdheid
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589502:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
760. De inningsbevoegdheid is de bevoegdheid om in en buiten rechte nakoming te eisen en betalingen in ontvangst nemen. De inningsbevoegdheid om vat onder meer de bevoegdheid om: roerende zaken in ontvangst te nemen, in eigen naam of in naam van de schuldeiser als partij bij de akte van levering op te treden, een andere plaats voor betaling aan te wijzen, een ander rekeningnummer door te geven waarop moet worden betaald, een rekening te sturen, aan te manen, een dagvaarding uit te brengen, de benodigde akten en conclusies te nemen, getuigen en deskundigen op te roepen, pleidooi te voeren, verzet in te stellen tegen een uitspraak die is gedaan bij verstek, hoger beroep en cassatie in te stellen, reële executie, lijfsdwang of een dwangsom te vorderen, een veroordeling bij voorraad te vragen, een verkregen executoriale titel ten uitvoer te laten leggen, een advocaat of procesgemachtigde in te schakelen, en (zo nodig) andere procedures te voeren dan een normale dagvaardingsprocedure, zoals een verzoekschriftprocedure, een arbitrageprocedure, een kortgedingprocedure, alsmede de bevoegdheid om een vordering ter verificatie in faillissement in te dienen en een renvooiprocedure te voeren.1
De derde oefent andermans vordering uit. Hij kan niet meer rechten of bevoegdheden uitoefenen dan aan de schuldeiser zelf toekomen. De derde kan geen andere prestatie van de schuldenaar eisen dan die de schuldenaar aan de schuldeiser verschuldigd is. Wordt de inhoud van de vordering en in het bijzonder de inhoud van de inningsbevoegdheid nader bepaald door nevenrechten, dan omvat de uitoefening van de vordering tevens de uitoefening van deze nevenrechten. De derde is uit dien hoofde gebonden aan afspraken over onder meer de plaats van aflevering of betaling, een fatale termijn, een verzuim van rechtswege, betaling effectief, prorogatie, sprongcassatie, arbitrage, bind end ad vies, forumkeuze, rechtskeuze, bewijs, een overeenkomst van achterstelling met de schuldenaar en een vaststellingsovereenkomst.
761. Wordt aan een derde de inningsbevoegdheid toegekend, dan veronderstelt dit - tenzij duidelijk anders blijkt - dat de derde ook bevoegd is om:
voor de betaling een kwitantie af te geven en om desverlangd een ter zake van de schuld afgegeven bewijsstuk zoals een schuldbekentenis af te geven;2
de schuldenaar aansprakelijk te stellen en/of in gebreke te stellen;3
de vordering zo nodig vervroegd opeisbaar te maken;4
de lopende verjaring te stuiten;5
conservatoir en executoriaal beslag te leggen op goederen van de schuldenaar;6
de aan de vordering verbonden bijzondere verhaalsrechten op goederen van derden en voorrang en de daaraan verbonden zekerheidsrechten (de rechten van pand en hypotheek en de rechten uit borgtocht) uit te oefenen.7
762. De bevoegdheid om voor de betaling een kwitantie af te geven en om desverlangd een ter zake van de schuld afgegeven bewijsstuk zoals een schuldbekentenis af te geven, de bevoegdheid om de schuldenaar aansprakelijk te stellen en/of in gebreke te stellen, de bevoegdheid om de lopende verjaring te stuiten en de bevoegdheid om conservatoir en executoriaal beslag te leggen zijn bevoegdheden die aan iedere schuldeiser toekomen. Oefent de derde deze bevoegdheden uit, dan oefent hij andermans vordering uit.
De derde is uit hoofde van zijn inningsbevoegdheid bevoegd om bepaalde aan de vordering verbonden nevenrechten uit te oefenen. Deze nevenrechten zijn het bedongen recht om de vordering vervroegd opeisbaar te maken, het bijzondere verhaalsrecht, de voorrechten en de voorrang op grond van de wet, de rechten van pand en hypotheek en de rechten uit borgtocht.
De genoemde bevoegdheden uit de vordering en nevenrechten zijn onlosmakelijk verbonden met de inningsbevoegdheid. Zij dienen geen ander doel dan de versterking of het normaal functioneren van de inningsbevoegdheid. De inningsbevoegde derde is om die reden ook tot uitoefening van de genoemde bevoegdheden en rechten bevoegd. Is bijvoorbeeld een last tot inning verleend, dan strekt de last zich in beginsel uit tot de hiervoor genoemde handelingen, tenzij uit de last anders voortvloeit.