Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/2.11
2.11 Negotiations
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS492674:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het begrip `acquisition' houdt volgens de instructies bij Form 8-K onder meer in 'every purchase, acquisition by lease, exchange, merger, consolidation, succession or other acquisition'.
Van een significant amount of assets is volgens de instructies bij Form 8-K onder meer sprake indien 'the registrant's and its other subsidiaries' equity in the net book value of such assets or the amount paid or received for the assets upon such acquisitions or dispositions exceeded 10% of the total assets of the registrant and its consolidated subsidiaries'.
Zie SEC Release No. 34-34-26831 (SEC Interpretation: Management's Discussion and Analysis of Financial Condition and Results of Operations; Certain Investment Company Disclosures) van 18 mei 1989, § 111.4.
Zie SEC Release No. 34-34-26831 (SEC Interpretation: Management's Discussion and Analysis of Financial Condition and Results of Operations; Certain Investment Company Disclosures) van 18 mei 1989, § 111.4.
Zie Rule 11-01 supra (a) (8) van Regulation S-X (Accounting Rules, Fonn and Content of Financial Statements).
Ten onrechte menen Nieuwe Weme en Stevens mijns inziens dat deze regel een breder toepassingsbereik zou kennen en reeds van toepassing is indien periodieke financiële informatie door de uitgevende instelling openbaar wordt gemaakt. Zie Nieuwe Weme en Stevens, Serie OO&R, deel 34(2008), p. 179-180 en 255-256.
Zie SEC v. Geon Industries, Inc., 531 F.2d 39, 47-48 (2d Cir. 1976).
Zie Jackvony v. RIBT Fin. Corp., 873 F.2d 411, 415 (lst Cir. 1989).
Brown, The regulation of cmporate disclosure (2005), p. 6-17 met uitgebreide verwijzingen naar lagere rechtspraak.
Zie Bmwn, The regulation of cmporate disclosure (2005), p. 6-20.
Zie Bmwn, The regulation of cmporate disclosure (2005), p. 6-13.
De besluitvorming aangaande het openbaar maken van lopende onderhandelingen zal bij uitgevende instellingen al gauw tot hoofdbrekens leiden. Immers, uitgevende instellingen zullen er huiverachtig voor zijn om lopende onderhandelingen over bijvoorbeeld een fusie of overname openbaar te maken uit vrees voor benadeling van hun concurrentiepositie of het niet ondenkbeeldig te achten risico dat voortzetting van de onderhandelingen door voortijdige openbaarmaking daarvan in gevaar wordt gebracht. Niet onbegrijpelijk is dan ook de wens van uitgevende instellingen om openbaarmaking van onderhandelingen uit te stellen totdat algehele overeenstemming over een fusie of overname is bereikt. Hierna zal worden bezien of, en zo ja, in hoeverre met deze wens van uitgevende instellingen in de federale effectenwetgeving rekening is gehouden.
Zoals wij in § 2.9.3 reeds hebben gezien, heeft de Supreme Court in Basic, Inc. v. Levinson het vereiste van agreement-in-principle als maatstaf voor de materiality van onderhandelingen verworpen. In plaats daarvan is door de Supreme Court unaniem voor de zogeheten probability/magnitude test gekozen. Die toets houdt in dat voor een beoordeling van de vraag of lopende onderhandelingen material zijn zowel de waarschijnlijkheid dat deze onderhandelingen tot resultaat kunnen leiden (probability) als de betekenis die het onderhandelingsresultaat voor de uitgevende instelling heeft (magnitude) bepalend zijn. Dit impliceert dat uitgevende instellingen in beginsel genoopt kunnen worden lopende onderhandelingen openbaar te maken.
(i) Duty to disclose?
Intussen mag echter niet worden vergeten dat de federale effectenwetgeving uitgaat van een general rule of nondisclosure, zodat niet steeds een openbaarmakingsplicht voor uitgevende instellingen ontstaat indien en zodra met toepassing van de probability/magnitude test geconstateerd zou moeten worden dat lopende onderhandelingen over een fusie of overname material zijn. Het is om die reden nuttig in herinnering te roepen dat zelfs als lopende onderhandelingen material zouden zijn openbaarmaking niet is vereist indien de uitgevende instelling in staat is een duty to disclose te vermijden (zie § 2.5). Ook geldt dat marktgeruchten over een mogelijke fusie of overname normaal gesproken geen plicht tot openbaarmaking van lopende onderhandelingen in het leven zullen roepen.
Dat de federale effectenwetgeving de legitieme wens van uitgevende instellingen om lopende onderhandelingen vertrouwelijk te houden met zoveel woorden erkent, blijkt bijvoorbeeld uit de reporting requirements op grond van de Securities Exchange Act. Zo vereist Item 1.01 van Form 8-K dat slechts melding wordt gemaakt van het geval dat de uitgevende instelling "has entered into a material definitive agreement". In dezelfde lijn vereist Item 2.02 van Form 8-K dat bepaalde informatie in het registration statement openbaar moet worden gemaakt
"(i)f the registrant or any of its majority-owned subsidiaries has completed the acquisition1 or disposition of a significant2 amount of assets, otherwise than in the ordinary course of business (...)."
Ook op een andere wijze kan worden geïllustreerd dat de op grond van de Securities Exchange Act bestaande en door de SEC verder vorm gegeven reporting requirements uitgevende instellingen niet verplichten om lopende onderhandelingen over een fusie of overname openbaar te maken. Volgens Item 303 (Management's Discussion and Analysis of Financial Condition and Results of Operations) van Regulation S-K dienen uitgevende instellingen ruim omschreven feiten of gebeurtenissen in bij de SEC te deponeren reports te beschrijven die een material change van de financial condition and results of operations kunnen veroorzaken. Niettemin oordeelt de SEC dat Item 303 uitgevende instellingen niet verplicht tot vroegtijdige openbaarmaking van preliminary merger negotiations:
"(...) where disclosure is not otherwise required, and has not otherwise been made, the MD&A need not contain a discussion of the impact of such negotiations where, in the registrant's view, inclusion of such information would jeopardize completion of the transaction."3
De SEC vervolgt dan:
"Where disclosure is otherwise required or has otherwise been made by or on behalf of the registrant, the interests in avoiding premature disclosure no longer exist. In such case, the negotiations would be subject to the same disclosure standards under Item 303 as any other known trend, demand, commitment, event or uncertainty. These policy determinations also would extend to preliminary negotiations for the acquisition or disposition of assets not in the ordinary course of business."4
Een opmerkelijk voorbeeld van een geval waarin openbaarmaking van lopende onderhandelingen over een fusie of overname wel is vereist, is het volgende. Indien een uitgevende instelling in verband met een voorgenomen distributie van effecten op grond van de Securities Act een registration statement bij de SEC indient, wordt vereist dat informatie — waaronder zelfs pro forma financiële informatie — bekend wordt gemaakt ingeval:
"Consummation of other events or transactions has occurred or is probable for which disclosure of pro forma financial information would be material to investors."5
Dit betekent dat in het geval een voorgenomen overname reeds probable is een uitgevende instelling ook pro forma fmanciële informatie in het registration statement dient te verstrekken waarin de cijfers van de over te nemen onderneming zijn opgenomen. Een dergelijke openbaarmakingsplicht geldt, als gezegd, slechts bij een door de uitgevende instellingen voorgenomen uitgifte of verkoop van effecten.6
(ii) Materiality
Hoewel de toepassing van de probability/magnitude test in de praktijk geen sinecure is, kunnen wel enkele algemene gezichtspunten daarvoor worden geformuleerd. In de eerste plaats geldt dat lopende onderhandelingen slechts als material gekwalificeerd kunnen worden als ook de uitkomst van die onderhandelingen material zal zijn. In de tweede plaats heeft de uitkomst van de onderhandelingen geen invloed op de beoordeling van de materiality van een tussenfase in de onderhandelingen. De materialiteit van lopende onderhandelingen moet namelijk worden beoordeeld naar het moment waarop een duty to disclose actueel is geworden. Daarbij dienen later ingetreden gebeurtenissen — zoals het afbreken van lopende onderhandelingen buiten beschouwing te blijven.
Magnitude
Ten aanzien van een uitgevende instelling die doelvennootschap is, zal het vaststellen van de magnitude geen al te grote problemen opleveren. Gewoonlijk zal immers een overnamepremie moeten worden geboden om een overname mogelijk te maken. Zo oordeelde een District Court:
"Since a merger in which it is bought out is the most important event that can occur in a small corporation's life, to wit, its death, we think that inside information, as regards a merger of this sort, can become material at an earlier stage than would be the case as regards lesser transactions — and this even though the mortality rate of mergers in such formative stages is doubtless high."7
Dit ligt anders bij de uitgevende instelling die als bieder optreedt. In die gevallen zal de materiality van de onderhandelingen afhangen van diverse factoren zoals bijvoorbeeld de relatieve omvang van de doelvennootschap, de te betalen overnamepremie en het al dan niet gebruikelijke karakter van de transactie vanuit de positie van de bieder gezien.
Probability
Ingewikkelder liggen de zaken bij het vaststellen van de (mate van) probability van lopende onderhandelingen. Is de magnitude van de lopende onderhandelingen eenmaal een gegeven, dan kunnen onderhandelingen reeds in een beginstadium material zijn. Gewoonlijk zal het eenzijdig inwinnen van inlichtingen nog niet material zijn, omdat:
"(...) any reasonably sophisticated investor in securities buying shares in a large corporation would expect that, from time to time, other corporations might express an interest in buying, or that the large corporation's directors might discuss what it should do if it obtains such offers. For large corporations to make public announcements every time directors discuss any such matter in terms as vague as these presented in this evidence or received `tentative feelers' of the general sort revealed by this evidence (...) would more likely confuse, than inform, the marketplace."8
Dit ligt wezenlijk anders indien partijen gezamenlijk de mogelijkheden van een fusie of overname wensen te verkennen. Zelfs een enkele serieuze bijeenkomst van partijen kan voldoende zijn indien de uitkomst daarvan een vorm van mutual understanding met betrekking tot een mogelijke fusie of overname inhoudt. Zoals aangegeven door de Supreme Court in Basis, Inc. v. Levinson (zie § 2.9.3) dient gelet te worden op indicia of interest, waarbij geldt dat:
"(n)o particular event or factor short of closing the transaction need be either necessary or sufficient by itself to render the merger discussions material."
Uit de rechtspraak die na Basic is gewezen, wordt afgeleid dat onderhandelingen reeds material zijn "at very formative stages".9 Ondanks de heldere lijn die door de Supreme Court in Basic is uitgezet, vertoont de rechtspraak nog steeds geen eenduidig beeld. Brown geeft daarvoor de volgende verklaring:
"Although the Supreme Court may have resolved the dispute over the appropriate test, the underlying concerns that gave rise to the agreement in principle test remain. Unsurprisingly, therefore, some courts have demonstrated a general unwillingness to accept the full consequences of the probability/magnitude test. The decisions tend to minimize the broad gloss in Basic. Indeed, some seem to have resurrected the now discredited agreement in principle test while ostensibly balancing probability and magnitude."10
Opmerkelijk is mijns inziens nog wel de volgende constatering van Brown in dit verband:
"The law concerning the disclosure of merger negotiations hos been heavily influenced by insider trading cases. These cases often arise in the context of individuals trading in anticipation of an acquisition. Courts find almost any hard evidence of a possible merger or takeover to be material. Thus, these cases provide support for anyone arguing materiality at very early stages."11
Die constatering acht ik opmerkelijk, omdat de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen van material nonpublic information een wezenlijk ander karakter heeft dan het voor insiders geldend verbod om door middel van effectentransacties gebruik te maken van een relevante informatievoorsprong (zie hiervoor uitgebreid § 5.2 en § 5.3).
Ten slotte wordt aangenomen dat ingeval lopende onderhandelingen eenmaal openbaar zijn gemaakt geen duty to update ontstaat als de onderhandelingen tussen partijen zich verder verdichten en het eindstadium van de onderhandelingen in zicht komt. Niettemin kan een ommekeer in de onderhandelingen — zoals een beslissing van één der partijen om de onderhandelingen af te breken — aanleiding zijn om eerder gedane mededelingen over lopende onderhandelingen te corrigeren (duty to correct). Zie hiervoor ook § 2.8.
(iii) Accurate disclosure
Indien en zodra een duty to disclose ontstaat en de lopende onderhandelingen over een fusie of overname bovendien material zijn, zal het doen van een openbare mededeling door de uitgevende instelling vereist zijn. De uitgevende instelling is verplicht om de markt voldoende informatie over de lopende onderhandelingen te verstrekken, zodat de markt daarvan op de hoogte is. Hoewel de status van de onderhandelingen correct moet worden medegedeeld, is het niet altijd nodig dat de markt en detail door de uitgevende instelling wordt geïnformeerd. Zo wordt wel aangenomen dat openbaarmaking van de identiteit van de bieder en de modaliteiten van de transactie waarover onderhandelingen nog plaatsvinden niet openbaar gemaakt behoeven te worden.