Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.3.4:1.3.4 De antagonistische enquête
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.3.4
1.3.4 De antagonistische enquête
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459122:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de Ondernemingskamer de mogelijkheid heeft gekregen om onmiddellijke voorzieningen te treffen, is een nieuw type enquêteprocedure opgekomen. Daarin staan niet zozeer de onderneming en haar problemen centraal, als wel de belangen van de betrokken partijen. Voorbeelden zijn onder meer de enquêtes naar Gucci, HBG, Rodamco North America (“RNA”), Stork, ABN AMRO, ASMI, TMG en Akzo Nobel. De enquêteprocedure ontwikkelt zich daarmee tot een strijdmiddel tussen verschillende (maar vaak niet alle) bij een onderneming betrokken belanghebbenden, waarin de eigen, op zichzelf meestal legitieme, belangen van de rechtstreeks betrokken partijen centraal staan, en niet langer noodzakelijkerwijs de belangen van de betrokken onderneming. Dit soort enquêtes ziet men vooral bij vijandige overnames of als middel om nakoming van overeenkomsten af te dwingen.1 Vanwege het sterk conflictueuze karakter van de enquête noem ik dit type enquête antagonistische enquêtes.
In de meeste antagonistische enquêtes zal het nooit tot een onderzoek komen, of wordt het onderzoek, als het al is gelast, niet afgerond. De reden daarvoor is dat het de verzoeker vooral gaat om het verkrijgen van onmiddellijke voorzieningen en dat partijen na een oplossing van hun conflict er meestal geen belang meer bij hebben het onderzoek voort te zetten. Voor het geval het echter wel tot een onderzoek komt, kan daarover het volgende worden opgemerkt. Het kenmerk van antagonistische enquêtes is dat de onderzoeksopdracht meestal scherp gedefinieerd is, althans behoort te zijn,2 en de onderzoeksperiode beperkt. Met de rechtspersoon zelf zal meestal niets mis zijn. Het karakter van de enquête is niet zozeer inquisitoir, maar gericht op geschilbeslechting.