Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.7
7.7 De timing van de openbaarmaking
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS492666:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook art. 6 lid 1 van de Richtlijn marktmisbruik op grond waarvan de uitgevende instelling voorwetenschap 'zo snel mogelijk' openbaar dient te maken. Zie eveneens de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 7.
In het geval het de uitgevende instelling niet aanstonds duidelijk is of de bewuste informatie al dan niet koersgevoelig is, zou ook gesteld kunnen worden dat de uitgevende instelling met de koersgevoeligheid daarvan nog niet bekend is (zie § 5.8 en § 7.3). In dat geval is de onverwijlde openbaarmakingsplicht voor de uitgevende instelling nog niet ontstaan.
Zie de adviezen van de Adviescommissie Fondsenreglement van 31 mei 2001 (Smit Internationale N.V.) en 20 januari 2003, JOR 2003/119 m.nt. M.J.G.C. Raaijmakers (Petroplus International N. V). Zie uitgebreid hierover § 6.3.2.
Zie de AFM-brochure Snelgids koersgevoelige informatie, p. 5.
Zie Jaarverslag over 2000 van de Adviescommissie Fondsenreglement, p. 4. Voor zover mij bekend, is deze passage uit het jaarverslag niet naar aanleiding van enig advies van de Adviescommissie Fondsenreglement opgenomen.
Zie hiervoor ook Nieuwe Weme/Stevens, Serie OO&R, deel 34(2008), p. 262. Onder het regime van art. 28h van het Fondsenreglement van Euronext Amsterdam werd tegen deze issue nog anders aangekeken. Voldoende was dat de uitgevende instelling op de eerstvolgende handelsdag met een persbericht voorbeurs uitkwam.
Zie hiervoor Nieuwe Weme/Stevens, Serie OO&R, deel 34(2008), p. 262 (noot 315). Een dergelijke uitleg is kennelijk nog geen gemeengoed in Europa. Zie ESME Report, Market abuse EU Legal framework and its implementation by Member States: a first evaluation, Brussels, 6 juli 2007, p. 6. ESME stelt in dit verband: 'The topic of whether to disclose the inside information on, for instance, Monday morning, prior to the opening of the markets, or to disclose it during the weekend seems not to be addressed at EU level (and often by national regulators as well) and the question of whether the mechanism of delay of disclosure of inside information may be used is debatable.'
Zie de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 14-15.
Zie de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 12.
Ingevolge art. 5:25i lid 2 Wft is de uitgevende instelling verplicht om koersgevoelige informatie "onverwijld" openbaar te maken. Hiermee wordt buiten twijfel gesteld dat koersgevoelige informatie zo spoedig mogelijk openbaar moet worden gemaakt nadat de uitgevende instelling daarover de beschikking heeft verkregen.1
Ondanks deze plicht tot onverwijlde openbaarmaking zal de uitgevende instelling met de specifieke omstandigheden van het geval rekening mogen houden. Zo zal de uitgevende instelling onder omstandigheden de tijd mogen nemen om te onderzoeken of er wel sprake is van koersgevoelige informatie als dat voor haar niet aanstonds duidelijk is. Ook zal het opstellen van een zorgvuldig geformuleerd persbericht soms enige tijd vergen. Aangenomen mag worden dat de tijdspanne die met vorenbedoeld onderzoek2 of het opstellen van een persbericht gemoeid zal zijn, reeds verdisconteerd is in het begrip 'onverwijld'.
Hoewel in het begrip 'onverwijld' aldus wel enige rek besloten ligt, is die rek begrensd. Volgens vaste rechtspraak van de Adviescommissie Fondsenreglement van Euronext Amsterdam is het de uitgevende instelling bijvoorbeeld niet toegestaan openbaarmaking van koersgevoelige informatie uit te stellen, omdat nog overleg moet plaatsvinden met de raad van commissarissen of een ander orgaan van de uitgevende instelling.3 Evenmin is het toegestaan om met de openbaarmaking van koersgevoelige informatie te wachten op een reguliere publicatie van periodieke informatie zodat deze informatie in een breder kader geplaatst kan worden.4 De uitgevende instelling mag ook geen tijd van betekenis nemen om bijvoorbeeld koersgevoelige informatie van negatieve aard te voorzien van een doordacht oordeel over de oorzaken daarvan, eventuele remedies of de voorzienbare gevolgen van deze informatie voor de resultaten van de uitgevende instelling over een geheel jaar.5 In al deze gevallen is de uitgevende instelling, hoe het ook zij, verplicht de bewuste koersgevoelige informatie onverwijld openbaar te maken. Uitsluitend indien aan de strikte voorwaarden van de uitstelregeling wordt voldaan, mag de uitgevende instelling openbaarmaking van koersgevoelige informatie uitstellen (art. 5:25i lid 3 Wft).
De plicht tot onverwijlde openbaarmaking gaat zelfs zo ver dat in het geval de uitgevende instelling bekend wordt met koersgevoelige informatie buiten de handelsuren van een gereglementeerde markt — bijvoorbeeld 's avonds of in het weekeinde — een publicatie om die reden niet mag worden opgehouden.6 Volgens de AFM heeft de wetgever een onverwijlde openbaarmakingsplicht aan uitgevende instellingen opgelegd die niet afhankelijk is van de handelsuren op een gereglementeerde markt.7 Gelet op het feit dat één van de doelstellingen van de openbaarmakingsplicht is dat handel door insiders met voorwetenschap zo veel als mogelijk wordt voorkomen en het feit dat dergelijke handel ook buiten een gereglementeerde markt om zou kunnen plaatsvinden, is deze uitleg niet onbegrijpelijk.
Bij de timing van de openbaarmaking lijkt het verder aangewezen een onderscheid te maken tussen koersgevoelige informatie waarvan de openbaarmaking reeds tevoren is aangekondigd door de uitgevende instelling en informatie ten aanzien waarvan dat niet mogelijk is. Zo heeft de AFM uitgevende instellingen geadviseerd om vooraf aangekondigde persberichten (zoals bijvoorbeeld de jaar-, halfjaar- en kwartaalcijfers) bij voorkeur buiten de handelsuren openbaar te maken.8 Tijdige openbaarmaking zal beleggers in de gelegenheid stellen om in alle rust van deze periodieke informatie kennis te nemen, zodat beleggingsbeslissingen op basis van die informatie goed geïnformeerd en weloverwogen kunnen worden genomen. Tijdige openbaarmaking van periodieke informatie zal er ook toe bijdragen dat beleggers gelijktijdig geïnformeerd zijn op het moment dat beleggingsbeslissingen ook daadwerkelijk kunnen worden genomen en uitgevoerd. Met de raadpleging van periodieke financiële informatie — ook al is de meest relevante informatie daaruit in een persbericht opgenomen — zal immers enige tijd gemoeid zijn. Ten aanzien van onverwachte gebeurtenissen is het uiteraard niet mogelijk om de openbaarmaking daarvan tevoren te plannen. Die informatie zal zo spoedig mogelijk nadat de uitgevende instelling daarmee bekend is geworden openbaar gemaakt moeten worden.
In verband met de timing van de openbaarmaking moet ten slotte nog worden gewezen op de plicht van de uitgevende instelling om haar organisatie zodanig in te richten dat onverwijlde publicatie van de koersgevoelige informatie ook daadwerkelijk mogelijk is.9 Om tijdig aan deze verplichting te kunnen voldoen, dient de uitgevende instelling daarvoor interne procedures op te stellen (zie verder § 7.3, § 7.4 en § 7.5).