Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/790
Verkrachting van vrouw in haar (van verdachte gehuurde) woning, art. 242 Sr. 1. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster t.a.v. bestanddeel ‘dwang’ voldoende steun in ander bewijsmateriaal en bestaat er reële mogelijkheid dat sprake is geweest van consensueel seksueel contact? 2. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 09-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1025
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 juli 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/03353
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1025, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑07‑2024
Essentie
Verkrachting van vrouw in haar (van verdachte gehuurde) woning, art. 242 Sr. 1. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster t.a.v. bestanddeel ‘dwang’ voldoende steun in ander bewijsmateriaal en bestaat er reële mogelijkheid dat sprake is geweest van consensueel seksueel contact? 2. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03353
Datum 9 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 augustus ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.