RvdW 2024/778:Medeplegen poging woningoverval (art. 312 lid 2 onder 2 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106 sub b BW? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga m.b.t. aantasting in persoon ‘op andere wijze’. Oordeel hof dat bijzondere ernst van misdrijf, mede gelet op omstandigheden waaronder het is gepleegd in samenhang met toelichting van schade, maakt dat ‘geestelijk letsel voldoende is komen vast te staan’, is niet z.m. meer begrijpelijk. Dat aan deur van b.p. en zijn gezin onder door hof vastgestelde omstandigheden is gedreigd met geweld, volstaat daartoe (zonder nadere vaststellingen over aard van dit door b.p. gestelde ‘geestelijke letsel’) niet. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing.