Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.9.3:2.9.3 Beperking van de onderzoeksopdracht
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.9.3
2.9.3 Beperking van de onderzoeksopdracht
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454289:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. OK 12 januari 2011, ARO 2011/19 (Cascal). Zie hierover Josephus Jitta 2011, p. 35-36.
Vgl. OK 13 juni 2014, ARO 2014/152 (Harbour Antibodies), r.o. 3.8.
Zie § 9.4.4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Ondernemingskamer heeft de bevoegdheid de onderzoeksopdracht te beperken. Dit vloeit evenzeer voort uit de regiefunctie van de Ondernemingskamer. Hiervoor gelden dezelfde procedureregels als voor uitbreiding van de onderzoeksopdracht met een onderzoeksthema dat samenhangt met het reeds gelaste onderzoek. In de praktijk zal het niet snel voorkomen dat de Ondernemingskamer akkoord gaat met een beperking van de onderzoeksopdracht.1 Als de Ondernemingskamer hiermee instemt, heeft dat meestal te maken met ontoereikende financiële middelen om het onderzoek uit te voeren. Dat gebeurt soms ook in onderling overleg tussen partijen en de onderzoeker.2 Daartegen bestaat geen bezwaar bij het ontbreken van financiële middelen. Het lijkt mij echter onjuist als de reden voor het beperken van het onderzoek is dat partijen menen dat het belang aan een deel van het onderzoek is ontvallen. Dan is er sprake van een partiële beëindiging van het onderzoek, waartoe alleen de Ondernemingskamer kan besluiten.3