Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.6.1
7.6.1 Inleiding
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS498774:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II, 2004-2005, 29 827, nr. 3, p. 12 e.v.
Op grond van art. 5:68 Wft geldt voor bepaalde financiële ondernemingen een extra verplichting om bepaalde maatregelen te treffen. Zo is een vestiging in Nederland van een bank, beheerder, beleggingsinstelling, beleggingsondememing, clearinginstelling, financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in art. 3:110 lid 1 Wft heeft, ondernemingsspaarfonds, pensioenfonds of verzekeraar verplicht zich te houden aan bij of krachtens AMvB te stellen regels met betrekking tot een integere bedrijfsvoering ten aanzien van haar optreden op markten in financiële instrumenten. Deze regels strekken er in elk geval toe dat de genoemde financiële onderneming: (i) interne voorschriften vaststelt met betrekking tot het omgaan met voorwetenschap respectievelijk met betrekking tot privé-transacties in financiële instrumenten door bestuurders en personeelsleden, (ii) belangenverstrengeling die te maken heeft met transacties in fmanciële instrumenten beheerst en (iii) adequate controlemechanismen heeft ten behoeve van de naleving daarvan. Deze regels zijn uitgewerkt in art. 20 e.v. van het Besluit marktmisbruik Wft.
Uitgevende instellingen zijn wettelijk verplicht bepaalde maatregelen te treffen. Tot de hier bedoelde maatregelen behoren: (i) de insiderlijst (zie § 7.6.2) en (ii) het insiderreglement (zie § 7.6.3). De wetgever heeft deze maatregelen aangemerkt als preventieve maatregelen tegen marktmisbruik (dat wil zeggen: handel met voorwetenschap en marktmanipulatie).1 Met deze maatregelen wordt beoogd ongeoorloofd gebruik van koersgevoelige informatie door aan de uitgevende instelling verbonden insiders te voorkomen. Het effect van deze maatregelen reikt uiteraard verder. Deze maatregelen zullen er ook toe kunnen bijdragen dat de vertrouwelijkheid van koersgevoelige informatie gewaarborgd blijft tot op het moment waarop de uitgevende instelling deze informatie openbaar maakt. Genoemde maatregelen zouden dan ook evenzeer in de sleutel van een verantwoorde omgang met koersgevoelige informatie geplaatst kunnen worden.
In deze paragraaf beperk ik mij tot een bespreking van de maatregelen die moeten worden getroffen door uitgevende instellingen, die niet tevens fmanciële onderneming (als bedoeld in art. 1:1 Wft) zijn.2