Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.1.5
4.1.5 Enkele feitelijke gegevens
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS451863:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 21 juni 2007, ARO 2007/101 (Hadenta).
OK 24 november 2008, JOR 2009/9, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Fortis).
Geerts 2004, p. 216.
OK 8 mei 2009, ARO 2009/87 (Fortis); OK 26 november 2009, ARO 2009/188 (Fortis); OK 18 mei 2010, ARO 2010/91 (Fortis).
Geerts 2004, p. 215.
De Fortis-enquête is geen uitzondering. Ook in de enquêtes naar Ahold en Meavita bedroeg het onderzoeksbudget € 1.000.000 of meer.
Zie § 4.7 en §4.8.
OK 23 februari 2005, ARO 2005/32 (Avantech Europe), r.o. 3.8.
OK 23 juni 2007, ARO 2008/111 (Sampan Trading Nederland), r.o. 3.4.
Geerts 2004, p. 221.
OK 21 augustus 2008, JOR 2008/267, m.nt. M. Brink (KPNQwest), r.o. 2.3.
Zie bijvoorbeeld de enquêtes naar NIBO: OK 3 november 2003, ARO 2003/176 (NIBO); OK 8 maart 2004, ARO 2004/42 (NIBO), verhoging van € 15.000 tot € 66.000; Ahold: OK 15 juli 2005,ARO 2005/122 (Ahold); OK 27 december 2005, ARO 2006/19 (Ahold), verhoging van € 250.000 tot € 1.350.000; Unilever: OK 18 juli 2005, ARO 2005/114 (Unilever); OK 8 maart 2006, ARO 2006/61 (Unilever), verhoging van € 60.000 tot € 180.000; PCM Holding: OK 13 november 2008, ARO 2008/173 (PCM Holding), verhoging van € 150.000 tot € 500.000. De procentueel grootste verhoging vond plaats in de enquête naar Cancun Holding II, van € 15.000 naar € 179.413,83. Zie OK 28 april 2010, ARO 2010/71 (Cancun Holding II); OK 19 april 2011, ARO 2011/74 (Cancun Holding II).
In de periode 2002-2016 varieerde het aanvankelijk vastgestelde onderzoeksbudget tussen de € 4.0001 en € 600.000,2 de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.3 In de Fortis-zaak heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget uiteindelijk verhoogd tot € 2.350.000, bijna 4 keer zo hoog als aanvankelijk door haar was begroot.4 De onderzoekskosten zijn de laatste jaren ook sterk gestegen, vooral bij inquisitoire enquêtes. In zijn proefschrift schreef Geerts dat het hoogste onderzoeksbudget dat hij was tegengekomen, ƒ 200.000 bedroeg.5 Het onderzoeksbudget in de Fortis-enquête was dus meer dan 25 keer hoger dan het hoogste onderzoeksbudget in de jaren 1971-2003!6
De Ondernemingskamer motiveert niet hoe zij tot vaststelling van het onderzoeksbudget komt. In algemene zin kan men zeggen dat het onderzoeksbudget bij inquisitoire enquêtes op een hoger bedrag wordt vastgesteld dan bij curatieve enquêtes en bij (voormalige) beursvennootschappen op een hoger bedrag dan bij niet-beursvennootschappen. Dit komt mede omdat bij inquisitoire enquêtes meestal meerdere onderzoekers worden benoemd en het onderzoeksbudget hoger is als de Ondernemingskamer twee of drie onderzoekers benoemt. Of de draagkracht van de rechtspersoon een rol speelt bij de vaststelling van het onderzoeksbudget blijkt niet uit de beschikkingen waarbij het onderzoeksbudget wordt vastgesteld. Afgezien van (inquisitoire) enquêtes naar in staat van faillissement verkerende rechtspersonen heb ik slechts een enkele keer in een beslissing op het verzoek tot het gelasten van een enquête een verwijzing naar de betalingsonmacht van de rechtspersoon aangetroffen.7 In de Avantech Europe-zaak overwoog de Ondernemingskamer dat nu verzoeker zich bereid had verklaard de kosten van het onderzoeksverslag te dragen, ervan uit kon worden gegaan dat het feit dat de rechtspersoon geen middelen had, geen reden was het geïndiceerde onderzoek niet te bevelen.8 In de Sampan Trading-zaak besliste de Ondernemingskamer hetzelfde.9
In de periode 2002-2016 heeft de Ondernemingskamer tientallen keren het onderzoeksbudget op verzoek van de onderzoekers verhoogd, met enige regelmaat zelfs meerdere keren. Het lijkt erop dat de onderzoekers vaker dan voorheen een verzoek om verhoging van het onderzoeksbudget doen. In zijn in 2004 verschenen proefschrift schreef Geerts nog dat de Ondernemingskamer in het merendeel van de gevallen de omvang van de te verrichten werkzaamheden van de onderzoeker goed (in)schat, gezien het kleine aantal beschikkingen waarin de Ondernemingskamer het maximumbedrag heeft verhoogd.10 Dat is nu beslist niet meer het geval. De Ondernemingskamer is zich er ook van bewust dat zij het onderzoeksbudget “niet zelden” te laag vaststelt en dat dit nadien moet worden verhoogd.11 De Fortis-enquête is niet de enige enquête waarin de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget heeft verhoogd tot een veelvoud van het oorspronkelijk vastgestelde budget. Sinds 2002 heeft de Ondernemingskamer in ca. 10 zaken het onderzoeksbudget verhoogd tot een bedrag dat meer dan driemaal het oorspronkelijk vastgestelde budget bedroeg.12 Vooral bij inquisitoire enquêtes komt dit voor.