Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.4.4
4.4.4 Achterwege blijven van zekerheidstelling
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454277:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aandachtspunt 5.3.
Zie bijvoorbeeld OK 1 februari 2001, JOR 2001/89 (Houthandel C. van Duijn & Zonen). In OK 11 maart 2013, ARO 2013/47 (Weblimits) onthief de Ondernemingskamer de onderzoeker van zijn taak als onderzoeker en benoemde hem bij wege van onmiddellijke voorziening tot bestuurder. In die hoedanigheid kreeg hij de opdracht mee te onderzoeken of er zekerheid zou kunnen wor den gesteld voor de onderzoekskosten.
In § 6.1.2 ga ik nader in op de vraag of de Ondernemingskamer op verzoek van de onderzoekers de bevoegdheid zou moeten krijgen om in het belang van het onderzoek onmiddellijke voorzieningen te treffen.
Zie bijvoorbeeld OK 17 februari 2006, ARO 2006/42 (Decidewise); OK 17 december 2008, ARO 2009/2 (Delascos Holding); OK 12 november 2009, ARO 2009/184 (Broekmans Assuranti ë n); OK 25 november 2010, ARO 2010/174 (Comos International).
HR 26 juni 2009, NJ 2011/211, m.nt. W.J.M. van Veen, JOR 2009/193, m.nt. J.J.M. van Mierlo (KPNQwest), r.o. 3.3; OK 8 maart 2016, ARO 2016/106 (Phanos Reit c.s.).
HR 26 juni 2009, NJ 2011/211, m.nt. W.J.M. van Veen, JOR 2009/193, m.nt. J.J.M. van Mierlo (KPNQwest), r.o. 3.4.
Wanneer de rechtspersoon in gebreke blijft om voor de onderzoekskosten zekerheid te stellen, kan dat liggen aan betalingsonmacht of betalingsonwil van de rechtspersoon (of soms een combinatie van beide). Op de situatie van een onderzoek naar een insolvente rechtspersoon ga ik in § 4.7 verder in. Hier bespreek ik de situatie dat de rechtspersoon (mogelijk) wel de middelen heeft om zekerheid te stellen, maar daartoe niet overgaat.
Voorop zij gesteld dat de onderzoekers niet verplicht zijn om met het onderzoek aan te vangen alvorens er zekerheid voor de betaling van de onderzoekskosten is gesteld. Zij doen er ook verstandig aan om niet met het onderzoek te beginnen, omdat zij anders een aanzienlijk risico lopen nooit voor hun werkzaamheden te worden betaald. Dit is ook het standpunt van de Ondernemingskamer.1
Indien de rechtspersoon, ook na een termijnstelling door de Ondernemingskamer, in gebreke blijft zekerheid te stellen, kan de Ondernemingskamer bij wege van onmiddellijke voorziening de bestuurders van de rechtspersoon schorsen en (een) nieuwe bestuurder(s) benoemen, die alsnog voor zekerheidstelling kan (kunnen) zorgdragen.2Artikel 2:349a lid 2 BW biedt hiervoor de ruimte: een onmiddellijke voorziening kan ook worden getroffen in het belang van het onderzoek. Het verzoek tot het treffen van deze onmiddellijke voorziening zal moeten worden gedaan door de verzoeker. De Ondernemingskamer kan niet ambtshalve of op verzoek van de onderzoekers onmiddellijke voorzieningen treffen.3
Indien zekerheidstelling uitblijft, pleegt de Ondernemingskamer de onderzoekers op hun verzoek van hun taak te ontheffen.4 De Ondernemingskamer is ook bevoegd om, indien moet worden aangenomen dat een door haar bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon bij gebreke van de daartoe noodzakelijke middelen niet zal kunnen worden uitgevoerd, te beslissen dat dit onderzoek geen doorgang zal vinden.5 Het staat de Ondernemingskamer vrij een periode te bepalen waarbinnen de door haar verlangde zekerheid omtrent het beschikbaar komen van het benodigde geld voor het onderzoek nog kan plaatsvinden, en de beëindiging van de procedure van het uitblijven daarvan afhankelijk te stellen, om te bereiken dat aldus voor betrokkenen, die daarom hebben gevraagd, duidelijk wordt of de procedure en het bevolen onderzoek doorgang kunnen vinden.6