Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/242
Verbintenissenrecht; verrekening na verjaring (art. 6:131 BW).
HR 23-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:93
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03825
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:93, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:970, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑10‑2024
- Wetingang
Art. 6:127, 6:131 BW
Essentie
Verbintenissenrecht; verrekening na verjaring (art. 6:131 BW).
Samenvatting
Art. 6:131 lid 1 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot verrekening niet eindigt door verjaring van de rechtsvordering. De ratio van deze bepaling is dat degene die tot verrekening bevoegd is, zich veelal reeds als bevrijd zal beschouwen en pas aan het afleggen van de in art. 6:127 lid 1 BW bedoelde verrekeningsverklaring zal denken wanneer de schuldeiser hem aanspreekt tot nakoming van de verbintenis. De bepaling laat een bestaande verrekeningsbevoegdheid dus voortbestaan na het moment waarop de in verrekening te brengen vordering verjaart, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.