Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/90
Vormverzuimen, artikel 359a Sv. Het verweer strekkende tot strafvermindering kon — anders dan aan eerdere rechtspraak over het gesloten stelsel van rechtsmiddelen kan worden ontleend — aan de zittingsrechter worden voorgelegd.
HR 09-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1868
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/04259
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1868, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:931, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Vormverzuimen, artikel 359a Sv. De verdachte is tijdens zijn aanhouding in zijn been geschoten, naar het hof heeft vastgesteld in strijd met de Ambtsinstructie. Volgens het hof betreft dit een vormverzuim dat had moeten worden voorgelegd aan de rechter-commissaris. De Hoge Raad laat thans weten dat aan zijn vroegere rechtspraak over het gesloten stelsel van rechtsmiddelen geen betekenis meer toekomt. Als een vormverzuim op grond van artikel 359a Sv kan leiden tot strafvermindering, bewijsuitsluiting of de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, kan zo’n verweer aan de zittingsrechter worden voorgelegd, ook als dat vormverzuim eerder had ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.