Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/76
Vermogensrecht. Goederenrecht. Pandrecht. Overdraagbaarheid vordering (art. 3:83 lid 1 BW); maatstaf; vorderingen op overheid uit hoofde van coronasteunmaatregelen (NOW en TVL).
HR 12-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1897
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03615
- Conclusie
A-G mr. S.E. Bartels
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Corona (V)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Bestuursrecht algemeen / Subsidie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1897, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1042, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑08‑2024
- Wetingang
Art. 3:83 BW
Samenvatting
Vorderingsrechten kunnen naar hun aard onoverdraagbaar zijn indien zij een persoonlijk karakter hebben, zoals wanneer de te verrichten prestatie verband houdt met persoonlijke eigenschappen van de schuldeiser, of als de aard van de aan de vordering ten grondslag liggende rechtsverhouding zich tegen overdracht verzet. De rechtsverhouding tussen schuldeiser en schuldenaar kan een dusdanig persoonlijk karakter hebben dat een daaruit voortvloeiend vorderingsrecht niet door een ander dan deze schuldeiser kan worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.