RvdW 2020/386:Afwijzing verzoek van verdediging tot verwijzing van een tenlastegelegd feit naar Ktr., art. 349 lid 2 jo. 382 Sv. Indien feit a.b.i. art. 382 Sv niet voor de Ktr. wordt vervolgd maar bij een andere kamer van de Rb. aanhangig is gemaakt, kan de rechter ingevolge art. 349 lid 2, eerste volzin, Sv — afgezien van het geval genoemd in de tweede volzin van dat artikellid — het feit verwijzen naar Ktr. De opvatting dat de rechter naar Ktr. moet verwijzen na een daartoe strekkend verzoek van verdachte is onjuist.