Einde inhoudsopgave
RvdW 2020/403
Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Europees aanhoudingsbevel. Gronden tot weigering van de tenuitvoerlegging. Verbod van onmenselijke of vernederende behandeling. Detentieomstandigheden in de uitvaardigende lidstaat. Beoordeling door de uitvoerende rechterlijke autoriteit. Criteria.
HvJ EU 15-10-2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
15 oktober 2019
- Magistraten
K. Lenaerts, R. Silva de Lapuerta, J.-C. Bonichot, A. Arabadjiev, E. Regan, M. Safjan, P.G. Xuereb, M. Ilešič, J. Malenovský, L. Bay Larsen, K. Jürimäe, C. Lycourgos, N. Piçarra
- Zaaknummer
C-128/18
- Conclusie
A-G M. Campos Sánchez-Bordona
- Roepnaam
Dorobantu
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Justitiële en politionele samenwerking
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2019:857, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 15‑10‑2019
ECLI:EU:C:2019:334, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 30‑04‑2019
- Wetingang
Essentie
Dumitru-Tudor Dorobantu.
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hanseatische Oberlandesgericht Hamburg (hoogste rechterlijke instantie van de deelstaat Hamburg, Duitsland) bij beslissing van 8 februari 2018.
Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Europees aanhoudingsbevel. Gronden tot weigering van de tenuitvoerlegging. Verbod van onmenselijke of vernederende behandeling. Detentieomstandigheden in de uitvaardigende lidstaat. Beoordeling door de uitvoerende rechterlijke autoriteit. Criteria.
Artikel 1, lid 3, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.