Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/8.2.1:8.2.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/8.2.1
8.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS580680:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alvorens de mogelijkheid tot precedentwerking van rechtersregelingen verder kan worden uitgewerkt, dient eerst de preliminaire vraag te worden beantwoord óf een rechtersregeling, theoretisch bezien, wel als 'precedentnorm' kan gelden. Een rechtersregeling onderscheidt zich immers op bepaalde punten van de normale regels van jurisprudentierecht. Ten eerste is een rechtersregeling, anders dan de in een rechterlijke uitspraak gevormde regels, niet gerelateerd aan de feiten van een concreet geval (§ 8.2.2). Voorts hebben rechtersregelingen doorgaans niet slechts betrekking op de beantwoording van 'rechtsvragen', maar ook op de invulling van diverse vormen van rechterlijke 'beleidsruimte'. Hierbij rijst de vraag of de mogelijkheid tot precedentwerking in beide gevallen aanwezig is (§ 8.2.3).