Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/8.2.4:8.2.4 Conclusies
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/8.2.4
8.2.4 Conclusies
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS575959:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel rechtersregelingen op bepaalde punten verschillen van de meer gebruikelijke (jurisprudenHële) regels van 'rechtersrecht', vormt dit gegeven niet per definitie een belemmering om (nadat een rechtersregeling in een of meer rechterlijke uitspraken is toegepast) precedentwerking van die regeling aan te kunnen nemen.
De hier bedoelde precedentwerking ziet primair op de normatieve oordelen omtrent het objectieve recht die in een rechtersregeling zijn neergelegd, zoals bijvoorbeeld de uitleg van wettelijke begrippen als 'eis in de hoofdzaak', 'tijdige betekening' of 'niet te goeder trouw ontstane schulden' of de vaststelling van factoren die een bepaalde vorm van rechterlijke beleidsruimte normeren. Daarnaast is denkbaar dat ook de louter 'feitelijke' toepassing van een rechtersregeling, zonder dat daaraan een rechtsoordeel in de hier bedoelde zin ten grondslag ligt, kan leiden tot een bepaalde vorm van binding, die te onderbouwen valt met de argumenten die ook voor de precedentwerking van rechtsbeslissingen kunnen worden aangevoerd. Een koppeling aan de feiten van een concreet geval is bij dit alles niet noodzakelijk, net zo min als dat voor de precedentwerking van een gewone rechterlijke uitspraak het geval is.