Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/6.6.0
6.6.0 Introductie
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS497458:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een enkele greep uit de berichtgeving in de media van de afgelopen jaren: Het Financieele Dagblad van 18 mei 2007 (Geruchten over oliefusies goed voor stemming), 23 mei 2007 (Forse stijging aandeel DSM op geruchten), 31 mei 2007 (LogicaCMG hoger op overnamespeculatie), 12 juli 2007 (Speculatie zet koers Unilever richting record. Colgate uit VS genoemd als koper), 5 januari 2008 (Fusiegerucht drijft koers KPN flink op), 24 april 2008 (Geruchten overname KPN duiken weer op), 13 juni 2009 (Koers TomTom explodeert na geruchten over belang Apple. Technologieconcem Apple neemt mogelijk een belang in TomTom: aandeel stijgt 21,6%) en 27 februari 2010 (Aegon smaakmaker op Damrak door geruchten over overname. Koers verzekeraar stijgt sterk na bericht in Britse pers over belangstelling Miinich Re).
Die invloed op de beurskoers wordt mede gevoed door één van de bekende tegeltjeswijsheden uit de beurshandel: buy on the rumour, sell on the fact. Tijdens de kredietcrisis in 2008 en 2009 leek overigens veeleer een omgekeerde wijsheid te gelden: sell on the rumour, buy on the fact.
Een lastig te beantwoorden vraag is ten slotte nog of de uitgevende instelling op grond van art. 5:25i lid 2 j° art. 5:53 lid 1 Wft verplicht is te reageren op geruchten in de markt over bepaalde gebeurtenissen of ontwikkelingen die zich bij een uitgevende instelling beweerdelijk voordoen. Tegenwoordig zijn vooral rondzingende overnamegeruchten schering en inslag op de effectenmarkt.1 Incidenteel steken ook wel geruchten de kop op over onenigheid in het bestuur van een onderneming of over het onvermogen van een onderneming tijdig aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het probleem is dat geruchten ertoe kunnen leiden dat bij (een deel van) de markt een beeld ontstaat van de uitgevende instelling dat niet overeenkomt met de werkelijkheid. Onvermijdelijk is alsdan dat geruchten ook gevolgen hebben voor de koersvorming van de door de uitgevende instelling uitgegeven fmanciële instrurnenten.2
Ter beantwoording van de vraag of in dit soort gevallen een correctieplicht voor de uitgevende instelling bestaat, is het mijns inziens dienstig om twee situaties van elkaar te onderscheiden: (a) het gerucht is onwaar (§ 6.6.1) of (b) het gerucht berust geheel of ten dele op waarheid (§ 6.6.2).