Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang
Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/3.2.2:3.2.2 Het uitgangspunt is niet absoluut
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/3.2.2
3.2.2 Het uitgangspunt is niet absoluut
Documentgegevens:
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS343159:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk ten aanzien van Duits recht: C.H. Seibt, Verbandssouveränität und Abspaltungsverbot im Aktien- und Kapitalmarktrecht, Zeitschrift für Unternehmens- und Gesellschaftsrecht 39.5 (2010), p. 822.
W.-G. Ringe, The deconstruction of equity – Activist shareholders, decoupled risk, and corporate governance, Oxford University Press 2016, p. 75, 76.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet biedt op veel plaatsen ruimte voor statutaire afwijking van dit uitgangspunt. Het meest prominent is dat in artikelen 2:92 lid 1 en 201 lid 1 BW. Slechts voor zover de statuten niet anders bepalen zijn aan alle aandelen in verhouding tot hun bedrag gelijke rechten verbonden. Zo kunnen de statuten bepalen dat het winstrecht verbonden aan een aandeel niet aansluit bij het bedrag van het aandeel maar bij een ander aanknopingspunt. Bij de NV geldt de beperking dat geen van de aandeelhouders geheel kan worden uitgesloten van het delen in de winst, artikel 2:105 lid 9 BW. Preferente aandelen en prioriteitsaandelen zijn voorbeelden van veel voorkomende afwijkende statutaire regelingen. Verder valt te wijzen op loyaliteitsaandelen met extra stem- of winstrecht. Sinds de flexibilisering van het BV-recht per 1 oktober 2012 zijn bij de BV zelfs winstrechtloze aandelen mogelijk, artikel 2:216 lid 7 BW. Ook van de koppeling van het stemrecht aan de proportionele kapitaalsdeelname kan binnen zekere grenzen worden afgeweken, door de zogenoemde x%-regeling, artikel 2:118 lid 5 BW. Bij de BV zijn bij de flexibilisering ruimere mogelijkheden voor afwijking ingevoerd, waaronder de mogelijkheid van stemrechtloze aandelen, artikel 2:228 leden 4 en 5 BW. Daarmee worden (bij de BV) economisch belang zonder stemrecht en zeggenschapsrecht zonder economisch belang mogelijk gemaakt. Tot een totale loskoppeling leidt dit niet per definitie. Aan een stemrechtloos aandeel zijn wel andere zeggenschapsrechten verbonden. Een winstrechtloos aandeel kan wel aanspraak op het liquidatiesaldo verlenen. Voorts moet aan een aandeel op grond van artikel 2:228 lid 5 BW ten minste óf stemrecht óf recht op deling in winst of reserves verbonden zijn, al is dat stem- of winstrecht niet per definitie afhankelijk van de proportionele kapitaalsdeelname, gelet op de afwijkingsmogelijkheden van artikel 2:216 lid 7 en 228 lid 4 BW. De koppeling van rechten aan de proportionele kapitaalsdeelname is door deze mogelijkheden voor statutaire afwijking met name voor de BV enigszins ondergraven. Als hoofdregel blijft de koppeling echter staan. Dat leidt ook tot een mate van standaardisering die efficiëntievoordelen oplevert.1 Ringe wijst er voorts op dat de bekende control-enhancing mechanisms zoals preferente aandelen, maximering van stemrechten of meervoudig stemrecht in de markt bekend zijn en geworteld zijn in het vennootschapsrecht maar dat dit niet geldt voor het meer verborgen fenomeen van synthetische belangen, welke belangen wel het gedrag van de aandeelhouder beïnvloeden.2