Rechtbank Overijssel 16 mei 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5130 (schriftelijk uitgewerkt op 20 mei 2025). Zie ook HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1526.
HR, 12-12-2025, nr. 25/02796
ECLI:NL:HR:2025:1887
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12-12-2025
- Zaaknummer
25/02796
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1887, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑12‑2025; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1094
ECLI:NL:PHR:2025:1094, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑10‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1887
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑08‑2025
- Vindplaatsen
JGz 2026/7 met annotatie van mr. dr. R.B.M. Keurentjes
Uitspraak 12‑12‑2025
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02796
Datum 12 december 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT OOST-NEDERLAND,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/08/332248/ FA RK 25-1078 van de rechtbank Overijssel van 2 juni 2025.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank, en tot terugwijzing van de zaak naar die rechtbank.
2. Uitgangspunten en feiten
2.1
In deze zaak heeft de officier van justitie verzocht een zorgmachtiging te verlenen ten aanzien van betrokkene voor de duur van zes maanden.
2.2
Na een mondelinge behandeling waarbij betrokkene niet aanwezig was, heeft de rechtbank bij deelbeschikking van 16 mei 2025 een zorgmachtiging verleend voor de duur van drie weken en het verzoek voor het overige aangehouden.1.
2.3
Op 2 juni 2025 heeft een voortgezette mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voorafgaand aan deze mondelinge behandeling heeft de officier van justitie onder meer een aanvullende medische verklaring overgelegd. De aanvullende medische verklaring bevat aan het slot een handtekening, maar niet de naam van de psychiater die de verklaring heeft opgesteld en ondertekend.
2.4
Het proces-verbaal van de voortgezette mondelinge behandeling vermeldt, voor zover in cassatie van belang, het volgende:
“Advocaat: Volgens betrokkene is er geen juiste diagnose gesteld. Er is nauwelijks diagnostiek verricht. Ze heeft kort met een psychiater gesproken. Er is geen enkel diagnostisch instrument gebruikt. Bovendien stond in de medische verklaring niet eens een naam van de psychiater die het onderzoek heeft gedaan.
[Zorgverantwoordelijke]: De psychiater was [betrokkene 2].”
2.5
Bij beschikking van 2 juni 20252.heeft de rechtbank de zorgmachtiging verleend voor de resterende verzochte duur, derhalve tot en met 16 november 2025. In deze beschikking heeft de rechtbank, voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen:
“2.4 De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkene van mening is dat er geen deugdelijke diagnose is gesteld die een zorgmachtiging op grond van de Wvggz kan rechtvaardigen. Het contact met de onafhankelijk psychiater was zeer beperkt, er zijn geen diagnostische instrumenten gehanteerd en in de medische verklaring ontbreekt de naam van de onderzoekend psychiater. Onder deze omstandigheden kan dit onderzoek niet dienen als basis voor een ingrijpende maatregel als een zorgmachtiging. (…)
2.6 (…)
De medische verklaring en de diagnose van de onafhankelijk psychiater worden door de rechtbank als voldoende zorgvuldig en helder beschouwd binnen het kader van de Wvggz. Dat deze door een onafhankelijk psychiater werd opgemaakt, lijdt geen twijfel. Dat het gesprek met de psychiater relatief kort was, is niet ongebruikelijk in deze context en vormt geen reden om aan de gestelde diagnose voorbij te gaan, het verzoek af te wijzen of de duur van de machtiging te verkorten. (…)”
3. Beoordeling van het middel
3.1
Het middel klaagt dat de rechtbank de zorgmachtiging niet had mogen verlenen op basis van de aanvullende medische verklaring, waarin de naam van de onderzoekend psychiater ontbreekt. Niet voldoende is dat tijdens de voortgezette mondelinge behandeling de naam is genoemd van de psychiater die het onderzoek zou hebben verricht; deze psychiater had zelf moeten bevestigen dat hij de medische verklaring heeft opgesteld en het onderzoek heeft verricht dat daaraan ten grondslag heeft gelegen, aldus het middel.
3.2
Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt, mede gelet op art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM, dat geen zorgmachtiging mag worden verleend indien de medische verklaring die ten grondslag ligt aan het daartoe strekkende verzoek niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen.3.
Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg.4.De psychiater dient de door hem opgestelde medische verklaring te ondertekenen. Aldus is voor een ieder duidelijk dat de psychiater de inhoud van de medische verklaring voor zijn rekening neemt.5.
3.3
Met het hiervoor in 3.2 overwogene strookt dat de medische verklaring ook de naam moet vermelden van de psychiater die de verklaring heeft opgesteld. Zonder vermelding van deze naam kan immers door de rechtbank en de betrokkene niet worden vastgesteld welke psychiater de medische verklaring heeft opgesteld, en of deze psychiater voldoet aan de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Het ontbreken van de naam van de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld en ondertekend, kan slechts worden geheeld door een verklaring van die psychiater dat hij degene is die de medische verklaring heeft opgesteld en ondertekend.
3.4
In deze zaak ontbreekt in de aanvullende medische verklaring de naam van de psychiater die deze heeft opgesteld en ondertekend, en is slechts door de zorgverantwoordelijke de naam genoemd van de psychiater die de medische verklaring zou hebben opgesteld en ondertekend. Uit hetgeen hiervoor in 3.3 is overwogen, volgt dat bij deze stand van zaken de rechtbank niet op basis van de aanvullende medische verklaring een zorgmachtiging mocht verlenen. Het middel slaagt.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel van 2 juni 2025;
- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 12‑12‑2025
Rechtbank Overijssel 2 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5140 (schriftelijk uitgewerkt op 5 juni 2025).
Zie o.a. HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1546, rov. 3.1.2.
Zie HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:885, rov. 3.2.
Zie o.a. HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1143, rov. 3.3; HR 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:62, rov. 3.2.
Conclusie 10‑10‑2025
Inhoudsindicatie
Wvggz. Zorgmachtiging. Medische verklaring is ondertekend door psychiater maar vermeldt niet naam psychiater. Mocht rechtbank zorgmachtiging verlenen? Samenhang met zaak 25/02443.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 25/02796
Zitting 10 oktober 2025
CONCLUSIE
B.J. Drijber
In de zaak van
[betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Inleiding en samenvatting
1.1
In deze Wvggz-zaak heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. De bijgevoegde medische verklaring was opgesteld zonder dat de onafhankelijk psychiater betrokkene had kunnen zien of spreken. Betrokkene was ook niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. Daarop heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor drie weken, onder aanhouding van het overige verzochte. Tegen die deelbeschikking heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld (zaaknr. 25/02443). Ik verwijs naar mijn conclusie van 29 augustus 2025 in die zaak,1.waarin ik concludeer dat de deelbeschikking niet in stand kan blijven.
1.2
De behandeling van het verzoek van de officier van justitie is voortgezet op 2 juni 2025, waarna de rechtbank direct mondeling uitspraak heeft gedaan en de zorgmachtiging voor de verzochte vormen van zorg heeft verleend voor de resterende duur van de verzochte zes maanden, tot en met 16 november 2025. Tegen deze eindbeschikking richt zich het in deze conclusie te bespreken tweede cassatieberoep van betrokkene.
1.3
Betrokkene stelt aan de orde de bruikbaarheid van de aanvullende medische verklaring die voor deze zorgmachtiging is gebruikt, omdat daarin niet de naam staat vermeld van de onafhankelijk psychiater die haar heeft onderzocht.
1.4
Mijns inziens kan de eindbeschikking niet in stand blijven. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat een niet-ondertekende medische verklaring gebrekkig is: op basis daarvan mag de rechtbank niet een zorgmachtiging verlenen. Het is misschien wat strikt, maar mijns inziens heeft hetzelfde te gelden als de medische verklaring wel is ondertekend, maar niet de naam vermeldt van de psychiater die heeft ondertekend.
2. Feiten en procesverloop
2.1
Bij verzoekschrift, binnengekomen op 25 april 2025, heeft de officier van justitie de rechtbank Overijssel, zp. Almelo (hierna: de rechtbank) verzocht om ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen, voor de duur van zes maanden en voor verschillende vormen van verplichte zorg.
2.2
Bij het verzoekschrift zijn onder meer overgelegd:
- het zorgplan van 16 april 2025;
- een medische verklaring van 18 april 2025 (hierna: de eerste medische verklaring), opgesteld door [betrokkene 1] als onafhankelijk psychiater;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 24 april 2025; en
- het historisch overzicht, waaruit blijkt dat ten aanzien van betrokkene niet eerder een zorgmachtiging is afgegeven.
2.3
De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld op 16 mei 2025 bij betrokkene thuis. Betrokkene is toen zelf niet gehoord; zij was niet aanwezig. De rechtbank heeft mondeling uitspraak gedaan en ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van zorg verleend voor de duur van drie weken (tot en met 6 juni 2025), en het verzoek voor het overige aangehouden tot 2 juni 2025. De mondelinge uitspraak van 16 mei 2025 is schriftelijk uitgewerkt op 20 mei 2025 (hierna: de deelbeschikking).2.
2.4
Tegen de deelbeschikking heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld. Die procedure is bij de Hoge Raad bekend onder zaaknummer 25/02443. In die zaak heb ik op 29 augustus 2025 geconcludeerd tot vernietiging van de deelbeschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.3.In mijn conclusie heb ik onderhavig cassatieberoep al aangekondigd.4.Ik ga ervan uit dat uitspraak snel zal volgen maar meen dat de conclusie in de onderhavige vervolgzaak daar niet op hoeft te wachten.
2.5
De rechtbank heeft de mondelinge behandeling voortgezet op 2 juni 2025 (hierna: de voortgezette mondelinge behandeling). Gehoord zijn betrokkene, haar advocaat, de eerste onafhankelijk psychiater (in haar nieuwe hoedanigheid van zorgverantwoordelijke5.), een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, een basisarts, een coassistent en een leerling-verpleegkundige.
2.6
In aanloop naar de voortgezette mondelinge behandeling zijn overgelegd een aanvullende medische verklaring van 26 mei 2025 (hierna: de aanvullende medische verklaring) en een aanvullend zorg-/behandelplan van 30 mei 2025.
2.7
De aanvullende medische verklaring bevat aan het slot een handtekening, maar vermeldt niet van wie die handtekening is, wie het psychiatrisch onderzoek heeft verricht en/of wie de medische verklaring afgeeft. Het daartoe bedoelde veld ‘Naam’ in rubriek 2 ‘Psychiater die de verklaring afgeeft en die het psychiatrisch onderzoek verricht’, is blanco gebleven.6.
2.8
In het proces-verbaal van de voortgezette mondelinge behandeling is onder meer het volgende opgenomen (onderstreping door mij toegevoegd, ook in citaten hierna, A-G):
“Advocaat: Volgens betrokkene is er geen juiste diagnose gesteld. Er is nauwelijks diagnostiek verricht. Ze heeft kort met een psychiater gesproken. Er is geen enkel diagnostisch instrument gebruikt. Bovendien stond in de [aanvullende] medische verklaring niet eens een naam van de psychiater die het onderzoek heeft gedaan.
Psychiater [Zorgverantwoordelijke, A-G]: De psychiater was [betrokkene 2].”
2.9
Aan het eind van de voortzette mondelinge behandeling heeft de rechtbank uitspraak gedaan. De rechtbank heeft ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van zorg verleend voor de resterende duur van de verzochte zes maanden, tot en met 16 november 2025. De mondelinge uitspraak van 2 juni 2025 is schriftelijk uitgewerkt op 5 juni 2025 (hierna: de bestreden beschikking).7.
2.10
In de bestreden beschikking overweegt de rechtbank onder meer het volgende:
“2.4 De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkene van mening is dat er geen deugdelijke diagnose is gesteld die een zorgmachtiging op grond van de Wvggz kan rechtvaardigen. Het contact met de onafhankelijk psychiater was zeer beperkt, er zijn geen diagnostische instrumenten gehanteerd en in de medische verklaring ontbreekt de naam van de onderzoekend psychiater. Onder deze omstandigheden kan dit onderzoek niet dienen als basis voor een ingrijpende maatregel als een zorgmachtiging. (…)
2.6
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het verlenen van de zorgmachtiging noodzakelijk is. Het aanhouden van de mondelinge behandeling als betrokkene bij een eerste poging tot horen niet wordt aangetroffen is op zichzelf mogelijk en komt in de praktijk vaker voor. In dit geval was motief daartoe enkel gelegen in het verkrijgen van meer duidelijkheid over de mate van vrijwilligheid en om te bewerkstelligen dat betrokkene kort na opname nogmaals door een onafhankelijk psychiater zou worden beoordeeld. Eén en ander doet er niet aan af dat er ook ten tijde van de tussenbeschikking een beoordeling van een onafhankelijk psychiater lag die tot (gedeeltelijke) toewijzing van het verzochte aanleiding gaf. De rechtbank passeert het verweer van de advocaat op dit punt.
De medische verklaring en de diagnose van de onafhankelijk psychiater worden door de rechtbank als voldoende zorgvuldig en helder beschouwd binnen het kader van de Wvggz. Dat deze door een onafhankelijk psychiater werd opgemaakt, lijdt geen twijfel. Dat het gesprek met de psychiater relatief kort was, is niet ongebruikelijk in deze context en vormt geen reden om aan de gestelde diagnose voorbij te gaan, het verzoek af te wijzen of de duur van de machtiging te verkorten.
(…)”
2.11
Namens betrokkene is op 25 augustus 2025 – tijdig – cassatieberoep ingesteld.
2.12
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
3. Bespreking van het cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel bevat één onderdeel, waarmee betrokkene de bruikbaarheid van de aanvullende medische verklaring aan de orde stelt. Geklaagd wordt dat rov. 2.6 van de bestreden beschikking onjuist, althans onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd is.
3.2
Betrokkene wijst erop dat de eerste medische verklaring is opgesteld zonder dat de onafhankelijk psychiater (te weten: de eerste psychiater, thans de behandelaar) betrokkene had onderzocht. Nu ligt er een aanvullende medische verklaring van een tweede psychiater zonder dat in die aanvullende medische verklaring is vermeld wie die psychiater is. De rechtbank overweegt in rov. 2.6 dat er geen twijfel is dat deze aanvullende medische verklaring door een onafhankelijk psychiater werd opgemaakt, maar dit zou volgens betrokkene gecontroleerd moeten kunnen worden. En:
“Uit het proces-verbaal blijkt dat de [eerste onafhankelijk] psychiater (…), een naam van een psychiater noemde. Maar dat kan niet geaccepteerd worden zonder dat die psychiater zelf aangeeft dat hij die medische verklaring heeft opgesteld en het onderzoek dat daaraan onderliggend is heeft gedaan, dat zelf heeft bevestigd. Een medische verklaring zonder dat vermeld wordt wie het onderzoek heeft gedaan en wie de verklaring heeft uitgeschreven is een stuk dat naar de mening van [betrokkene] kan worden beschouwd als een obscuur libel. Kontrole als bedoeld in artikel 5:7 Wvggz is niet mogelijk. Geen verklaring op basis waarvan beslist kan worden over een vrijheidsbeneming die valt onder artikel 5 lid 1 aanhef en onder e EVRM.”
3.3
Ik maak eerst enkele algemene opmerkingen over de aan de medische verklaring te stellen eisen.
3.4
De medische verklaring vervult een cruciale rol in de Wvggz-procedure die kan leiden tot vrijheidsbeneming van de betrokkene: het ontbreken van een deugdelijke medische verklaring betekent dat de rechter geen zorgmachtiging kan verlenen.8.Uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene moet blijken dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit (art. 5:8 lid 1, 5:17 lid 3 en 6:4 Wvggz).9.
3.5
Als uitgangspunt dient de psychiater zijn onderzoek aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact (dus: in diens fysieke aanwezigheid) spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is, waarbij het bijvoorbeeld kan gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken.10.
3.6
Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in art. 5:7 Wvggz genoemde cumulatieve voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. Een en ander strookt met de rechtspraak van het EHRM inzake art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM.11.
3.7
Art. 5:7 Wvggz stelt onder a t/m d vier voorwaarden. De psychiater moet zonder beperkingen als psychiater in het BIG-register zijn ingeschreven (onder a en b). Daarnaast moet de psychiater onafhankelijk functioneren ten opzichte van de zorgaanbieder (onder c), wat niet eraan in de weg staat dat de psychiater in dienst kan zijn van de zorgaanbieder.12.Tot slot geldt als voorwaarde dat de psychiater minimaal een jaar13.geen zorg heeft verleend aan betrokkene (onder d).
3.8
De psychiater dient de door hem opgestelde medische verklaring te ondertekenen, zo heeft de Hoge Raad beslist, ook al komt die eis niet voor in de wettekst van de Wvggz (in tegenstelling tot de Wzd).14.Op die manier is voor een ieder duidelijk dat de onafhankelijke psychiater de inhoud van de medische verklaring voor zijn of haar rekening neemt.15.Het ontbreken van de handtekening van de onafhankelijke psychiater kan niet worden geheeld door uitlatingen van de geneesheer-directeur.16.
3.9
Gelet op het grote belang dat de onafhankelijke medische verklaring speelt in de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging, acht Legemaate het volkomen terecht dat de Hoge Raad de wet aanvult en eist dat de psychiater zélf de medische verklaring ondertekent: er mag geen twijfel bestaan over de positie van de onafhankelijk psychiater die de verklaring opstelt.17.Bij deze opvatting sluit ik mij aan.
3.10
Bovendien lijkt mij niet alleen vereist dat de medische verklaring is ondertekend door de onafhankelijk psychiater, maar ook dat diens naam staat vermeld in de daarvoor bestemde rubriek op het formulier. Alleen dan is immers voor een ieder, waaronder betrokkene en zijn of haar advocaat, duidelijk wie de inhoud van de medische verklaring voor zijn rekening neemt. Het is ook alleen dan mogelijk om te controleren of deze psychiater voldoet aan de vereisten uit art. 5:7 Wvggz (zie 3.6 en 3.7 hiervoor).
3.11
Ik keer terug naar de klacht uit het middel.
3.12
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend zonder dat de medische verklaring (in de rubriek onder 2) de naam bevat van de psychiater die de inhoud van de medische verklaring voor zijn rekening neemt. Tijdens de zitting heeft betrokkene de rechtbank daarop gewezen. Dat het volgens de rechtbank “geen twijfel lijdt” dat de medische verklaring “door een onafhankelijk psychiater werd opgemaakt” (rov. 2.6), is niet alleen onvoldoende gemotiveerd in het licht van de stellingen van betrokkene, maar is bovendien gebaseerd op de verklaring van de zorgverantwoordelijke en kan het gebrek die het gevolg is van het ontbreken van de naam van de psychiater in de medische verklaring niet helen. Aldus heeft de rechtbank in de bestreden beschikking blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De klacht die dit aan de orde stelt, slaagt.
3.13
Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling heeft de zorgverantwoordelijke gemeld dat de handtekening afkomstig is van psychiater [betrokkene 2] , zo volgt uit het proces-verbaal (zie 2.8 hiervoor). Ik heb kunnen vaststellen dat deze arts inderdaad als psychiater in het (openbare) BIG-register is opgenomen.18.Dat kan de vraag doen rijzen wat betrokkene ermee opschiet als de rechtbank, na vernietiging en verwijzing, zou vaststellen dat het deze psychiater is die het onderzoek heeft verricht en de aanvullende medische verklaring heeft ondertekend. Mijns inziens is dat in dit geval echter geen reden om van terugwijzing af te zien, nu betrokkene zich over deze informatie niet heeft kunnen uitlaten.19.
4. Conclusie
De conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van 2 juni 2025 van de rechtbank Overijssel, zp. Almelo, en tot terugwijzing van de zaak naar die rechtbank.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 10‑10‑2025
Rb. Overijssel, zp. Almelo, 16 mei 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5130.
Zie nr. 2.11 van die conclusie.
Zie het aanvullende zorgplan, p. 1 (productie 4).
Zie de aanvullende medische verklaring, p. 1 (productie 3).
Rb. Overijssel, zp. Almelo, 2 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5140.
Zie bijv. HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1546, NJ 2024/324.
Zie bijv. HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:726, NJ 2025/145, JGz 2025/41, m.nt. F. Westenberg, rov. 3.2.
Zie bijv. HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:663, NJ 2023/262, m.nt. J. Legemaate onder NJ 2023/263, JGz 2023/25, m.nt. R.B.M. Keurentjes, rov. 3.2.
Zie HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:885, NJ 2021/245, m.nt. J. Legemaate, JGz 2021/62, m.nt. R.B.M. Keurentjes, rov. 3.2, met verwijzing naar EHRM 24 oktober 1979, nr. 6301/73, NJ 1980/114, m.nt. E.A. Alkema (Winterwerp/Nederland) en EHRM 5 oktober 2000, nr. 31365/96, BJ 2001/36, m.nt. W.J.A.M. Dijkers (Varbanov/Bulgarije).
Zie HR 2 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1545, NJ 2020/371, JGz 2021/1, m.nt. W.J.A.M. Dijkers, rov. 3.1.4, met verwijzing naar Kamerstukken II 2013/14, 32 399, nr. 10, p. 86.
Dit vereiste betekent overigens niet dat een jaar na het einde van de behandelrelatie de psychiater automatisch als onafhankelijk psychiater kan optreden: feiten en omstandigheden over de vroegere behandelrelatie (in het bijzonder de duur en de intensiteit daarvan) kunnen meebrengen dat de psychiater toch niet kan worden aangemerkt als ‘onafhankelijk’ in de zin van art. 5:7 Wvggz (zie HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1076, NJ 2024/246, m.nt. J. Legemaate, JGz 2024/74, m.nt. R.B.M. Keurentjes, rov. 3.3.2). Anderzijds is niet uitgesloten dat dezelfde onafhankelijke psychiater twee keer binnen een jaar een medische verklaring opstelt (zie HR 25 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:666, NJ 2025/129, JGz 2025/40, m.nt. J.J. de Jong, rov. 3.2.4-3.3).
Zie HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1143, NJ 2021/344, m.nt. J. Legemaate, rov. 3.3, bij welk oordeel de Hoge Raad betrekt dat in de Wvggz in afwijking van de Wzd niet uitdrukkelijk is bepaald dat een medische verklaring moet worden ondertekend, maar dat in de Wvggz-wetsgeschiedenis geen aanknopingspunt te vinden is dat op het punt van ondertekening iets anders zou gelden dan onder de Wzd. Deze rechtspraak is bevestigd in HR 10 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1232, JGz 2021/77, m.nt. red., rov. 3.2.
Zie bijv. HR 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:62, JGz 2022/9, m.nt. J.F. Groen, rov. 3.2. Vgl. ten aanzien van art. 16 lid 1 Wet Bopz (oud) o.a. HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:635, rov. 3.3.4, waarnaar wordt verwezen in de Wvggz-uitspraak HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1143, NJ 2021/344, m.nt. J. Legemaate, rov. 3.3.
Zie HR 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:62, JGz 2022/9, m.nt. J.F. Groen, rov. 3.2. Zie ook HR 10 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1232, JGz 2021/77, m.nt. red, rov. 2.2 en 3.3. In die procedure overwoog de rechtbank dat zij uit de bevindingen van de geneesheer-directeur begrijpt dat deze zich ervan heeft vergewist dat de niet-ondertekende medische verklaring afkomstig is van de daarin genoemde psychiater en dat deze psychiater onafhankelijk is zoals bedoeld in de Wvggz. De rechtbank overwoog dat een ondertekende verklaring de voorkeur verdient, maar dat zij in dit geval van oordeel is de mededeling van de geneesheer-directeur voldoende waarborg biedt, zodat het verweer van betrokkene op dat punt werd verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet ter zake doet: “In deze zaak staat vast dat de medische verklaring niet is ondertekend. Gelet hierop mocht de rechtbank niet op basis van deze medische verklaring een zorgmachtiging verlenen.”
Zie J. Legemaate in punt 3 van zijn noot in NJ 2021/344 (bij HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1143).
BIG-nummer 19921658401.
Vgl. HR 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1429, RvdW 2021/958, JGz 2021/80, m.nt. red. In die zaak had de advocaat van betrokkene de dag voorafgaand aan de mondelinge behandeling aan de rechtbank gemeld dat de psychiater niet in het BIG-register te vinden was. De psychiater was ter zitting niet aanwezig. Na een korte schorsing meldde een andere arts dat de psychiater onder de naam van haar man geregistreerd staat, waarna de rechtbank heeft bepaald dat de bewijsstukken hiervan binnen een week moesten worden aangeleverd. Uit die stukken bleek dat de onafhankelijk psychiater inderdaad BIG-geregistreerd is en vervolgens heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend. Op verzoek van betrokkene casseerde de Hoge Raad: de rechtbank had in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor gehandeld door betrokkene niet in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over dit bewijsstuk van de BIG-registratie, die aan de beslissing van de rechtbank ten grondslag was gelegd.
Beroepschrift 25‑08‑2025
Procesinleiding in verzoekschriftzaak met betrekking tot de Wvggz
Geeft eerbiedig te kennen
[betrokkene], wonende te [woonplaats], te dezer zake in Den Haag woonplaats kiezende aan de Riouwstraat 131, ten kantore van de advocate bij de hoge raad der Nederlanden mr. G.E.M. Later, die door verzoekster als zodanig wordt aangewezen om voor haar in dit rechtsgeding op te treden en voor verzoekster deze procesinleiding ondertekent en indient;
- 1.
Bij beschikking van 2 juni 2025 onder nummer C/08/332248/FA RK 25-1078 heeft de rechtbank Overijssel, locatie Almelo een zorgmachtiging verleend als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz tot en met 16 november 2025. Die beschikking met het verzoek van de officier van justitie van 25 april 2025, de bevindingen van geneesheer-directeur van 24 april 2025, de medische verklaring van 18 april 2025 ondertekend door [psychiater], psychiater, de aanvullende medische verklaring van 26 mei 2025 door een onbekende psychiater, het zorgplan van 16 april 2025, het aanvullend zorgplan van 30 mei 2025 , de niet ingevulde en ongedateerde zorgkaart ontvangen 25 april 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 maart 2025, het historisch overzicht van 25 april 2025 en het proces-verbaal van de zitting van 2 juni 2025 legt verzoekster hierbij over.
- 2.
Verzoekster kan zich met de onderhavige beschikking van 2 juni 2025 niet verenigen en stelt daarvan bij deze — derhalve tijdig — beroep in kassatie in onder aanvoering van het navolgende:
Middel van kassatie
Schending van het recht althans verzuim van vormen waarvan niet inachtneming nietigheid medebrengt, aangezien de rechtbank Overijssel, locatie Almelo ten aanzien van het verzoek zorgmachtiging van 25 april 2025 heeft overwogen zoals in de beschikking van 2 juni 2025 staat vermeld en heeft beslist zoals in die beschikking staat beschreven, welke overwegingen en beslissingen als hier herhaald en overgenomen dienen te worden beschouwd, zulks ten onrechte om de navolgende redenen.
I.
Naar uit de bestreden beschikking blijkt heeft de rechtbank sub 2.6. het volgende overwogen:
‘…De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het verlenen van de zorgmachtiging noodzakelijk is. Het aanhouden van de mondelinge behandeling als betrokkene bij een eerste poging tot horen niet wordt aangetroffen is op zichzelf mogelijk en komt in de praktijk vaker voor. In dit geval was motief daartoe enkel gelegen in het verkrijgen van meer duidelijkheid over de mate van vrijwilligheid en om te bewerkstelligen dat betrokkene kort na opname nogmaals door een onafhankelijk psychiater zou worden beoordeeld. Eén en ander doet er niet aan af dat er ook ten tijde van de tussenbeschikking een beoordeling van een onafhankelijk psychiater lag die tot (gedeeltelijke) toewijzing van het verzochte aanleiding gaf. De rechtbank passeert het verweer van de advocaat op dit punt.
De medische verklaring en de diagnose van de onafhankelijk psychiater worden door de rechtbank als voldoende zorgvuldig en helder beschouwd binnen het kader van de Wvggz. Dat deze door een onafhankelijk psychiater werd opgemaakt, lijdt geen twijfel. Dat het gesprek met de psychiater relatief kort was, is niet ongebruikelijk in deze context en vorm geen reden om aan de gestelde diagnose voorbij te gaan, het verzoek af te wijzen of de duur van de machtiging te verkorten….’.
Welke overwegingen naar de mening van verzoekster onjuist zijn althans onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd.
Toelichting
1.1. Standpunt van de advocaat
Sub 2.4. is in de beschikking het volgende vermeldt:
‘…De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkene van mening is dat er geen deugdelijke diagnose is gesteld die een zorgmachtiging op grond van de Wvggz kan rechtvaardigen. Het contact met de onafhankelijk psychiater was zeer beperkt, er zijn geen diagnostische instrumenten gehanteerd en in de medische verklaring ontbreekt de naam van de onderzoekend psychiater. Onder deze omstandigheden kan dit onderzoek niet dienen als basis voor een ingrijpende maatregel als een zorgmachtiging. Voorts betwist betrokkene de gestelde diagnose en stelt zij dat er geen reden is om een machtiging voor langere duur af te geven…’.
Op 16 mei 2025 is een eerste beschikking gegeven. Uit de medische verklaring die toen is overgelegd blijkt dat de betreffende psychiater — die nu in het zorgplan als behandelaar staat vermeld! — verzoekster niet heeft kunnen onderzoeken. Nu ligt er een medische verklaring van een psychiater zonder dat in de medische verklaring vermeld is wie die psychiater is. De rechtbank overweegt dat er geen twijfel is dat deze medische verklaring door een onafhankelijk psychiater werd opgemaakt. Maar dat zou gecontroleerd moeten kunnen worden.
Uit het proces-verbaal blijkt dat de psychiater die de eerste medische verklaring verstrekte en die verzoekster niet had onderzocht en die nu de behandeld psychiater is, een naam van een psychiater noemde. Maar dat kan niet geaccepteerd worden zonder dat die psychiater zelf aangeeft dat hij die medische verklaring heeft opgesteld en het onderzoek dat daaraan onderliggend is heeft gedaan, dat zelf heeft bevestigd. Een medische verklaring zonder dat vermeld wordt wie het onderzoek heeft gedaan en wie de verklaring heeft uitgeschreven is een stuk dat naar de mening van verzoekster kan worden beschouwd als een obscuur libel. Kontrole als bedoeld in artikel 5:7 Wvggz is niet mogelijk. Geen verklaring op basis waarvan beslist kan worden over een vrijheidsbeneming die valt onder artikel 5 lid 1 aanhef en onder e EVRM.
1.2. Eerdere beslissing
De beslissing van 16 mei 2025 in deze zaak ligt ook bij uw hoge raad onder nummer 25/02443 omdat er in die zaak beslist is zonder dat er een medisch onderzoek heeft plaatsgevonden, met een zorgplan waar verzoekster niet bij betrokken was, waarbij niet duidelijk is of verzoekster opgeroepen is op de juiste wijze en dat heeft ontvangen, waarbij verzoekster niet gehoord is en ook de advocaat geen kontakt met verzoekster heeft kunnen krijgen. Het gaat om een zorgmachtiging waar toch aan alle voorwaarden uit de wet moeten worden voldaan. Iemand kan niet van zijn vrijheid beroofd worden zonder dat er aan enige voorwaarde is voldaan. En de voortzetting van die vrijheidsberoving met een summiere medische verklaring van een psychiater waarvan de naam niet bekend is, kan ook niet worden geaccepteerd.
Dat verzoekster meent dat op grond van het bovenstaande middel de beschikking voor vernietiging in aanmerking komt;
Dat verzoekster toevoeging heeft aangevraagd, waarvan zij kopie zal overleggen na ontvangst;
Weshalve
Het de hoge raad der Nederlanden moge behagen te vernietigen de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 2 juni 2025 met zodanige beschikking als uw hoge raad in goede justitie zal vernemen te behoren, kosten rechtens.
Den Haag, 25 augustus 2025
mr. G.E.M. Later
advocaat