Rb. Overijssel, 02-07-2025, nr. C/08/332248 / FA RK 25-1078
ECLI:NL:RBOVE:2025:5140
- Instantie
Rechtbank Overijssel
- Datum
02-07-2025
- Zaaknummer
C/08/332248 / FA RK 25-1078
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBOVE:2025:5140, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 02‑07‑2025; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2025:5130
ECLI:NL:RBOVE:2025:5130, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 16‑05‑2025; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2025:5140
Uitspraak 02‑07‑2025
Inhoudsindicatie
WVGGZ verlening zorgmachtiging
Partij(en)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familierecht en Jeugdrecht
Locatie: Almelo
Zaak-/rekestnr.: C/08/332248 / FA RK 25-1078
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 2 juni 2025 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K.K.B. Kögging te Hengelo (O).
1. Procesverloop
1.1
Het verzoekschrift is ingekomen bij de griffie op 25 april 2025.
1.2
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring d.d. 18 april 2025 ondertekend door M. Groot-Zevert, psychiater;
de aanvullende medische verklaring d.d. 26 mei 2025 ondertekend door M. Breider, psychiater;
het zorgplan d.d. 16 april 2025;
het aanvullende zorgplan d.d. 30 mei 2025;
de niet ingevulde en ongedateerde zorgkaart, ontvangen ter griffie d.d. 25 april 2025;
de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 24 april 2025;
de politie-, justitiële en strafvorderlijke gegevens van betrokkene;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wvggz.
1.3
De mondelinge behandeling van het verzoek is aangevangen op 16 mei 2025 bij betrokkene thuis. Tijdens deze mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: de advocaat van betrokkene, [naam 1] , broer van betrokkene, [naam 2] , ex-partner van betrokkene, M. Immink, sociaal psychiatrisch verpleegkundige en E. Bekhuis, psychiater (in opleiding). De rechtbank heeft vervolgens de behandeling van het verzoek aangehouden. De mondelinge behandeling is voortgezet op 2 juni 2025.
1.4
Tijdens de mondelinge behandeling van 2 juni 2025 heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
betrokkene;
de advocaat van betrokkene;
M. Groot-Zevert, psychiater;
M. Immink, sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
E. Deterd - Oude Weme, basisarts;
[naam 3], coassistent;
[naam 4], leerling verpleegkundige.
2. Beoordeling
2.1
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene dat betrokkene in een psychose verkeert, zeer waarschijnlijk in het kader van schizofrenie. Daarmee staat genoegzaam vast dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
2.2
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
levensgevaar;
ernstige psychische schade;
ernstige financiële schade;
ernstige verwaarlozing;
maatschappelijke teloorgang;
ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
2.3
De rechtbank maakt uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht het volgende op.Bij betrokkene is sprake van een psychotische stoornis met paranoïde kenmerken. In het verleden is zij reeds opgenomen geweest vanwege psychotische ontregeling, waaronder auditieve hallucinaties. Zij heeft zowel zichzelf als haar woning ernstig verwaarloosd; de woning verkeert in een staat van achterstallig onderhoud, met onder meer kapotte ramen. Betrokkene opende haar post niet, haar auto was onverzekerd, en zij toonde geen besef van haar situatie. Twee minderjarige kinderen zijn via Veilig Thuis uit huis geplaatst. Betrokkene uitte suïcidale gedachten en heeft geen ziektebesef of -inzicht. Zij is niet gemotiveerd voor behandeling, weigert hulp en staat geen huisbezoeken toe. Pogingen om contact te leggen, ook via de huisarts, zijn herhaaldelijk mislukt. Betrokkene wordt ter zake wilsonbekwaam geacht.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft betrokkene verklaard zich in een situatie te bevinden waarin zij niet wil verkeren. Zij stelt geen last te hebben van wanen, maar geeft aan zich bedreigd te voelen door personen die zich volgens haar regelmatig ophouden bij haar woning. Betrokkene spreekt van aanhoudende terreur, die zij toeschrijft aan personen van Roemeense afkomst in verband met het vroegere werk van haar ex-partner. Ook het boek dat zij momenteel schrijft zou volgens haar mogelijk verband houden met deze bedreigingen.
De psychiater heeft daarentegen toegelicht dat er bij betrokkene sprake is van langdurige waanvorming, een gebrek aan ziektebesef en een ernstig verstoord realiteitsbesef. Het contact met haar is zeer beperkt en wordt bemoeilijkt door diepgewortelde achterdocht jegens instanties. Problemen op het gebied van financiën en huisvesting worden door betrokkene gebagatelliseerd, en zij weigert mee te werken aan vrijwillige behandeling of het verstrekken van informatie over eerdere behandelingen. Het doel van de opname is verdere observatie, diagnostiek en behandeling, met aandacht voor psychiatrische stabilisatie én het in kaart brengen van sociale en maatschappelijke problematiek. Er wordt ingezet op passende therapieën en begeleiding bij praktische zaken, zoals huisvesting, financiën en toekomstig contact met haar kinderen. Indien nodig zal beschermingsbewind worden aangevraagd om verdere achteruitgang te voorkomen. De aanvullende diagnostiek zal naar verwachting enkele weken in beslag nemen, terwijl de behandeling van de wanen vermoedelijk meer tijd vergt. Terugkeer naar huis is pas aan de orde bij voldoende stabilisatie en zodra sprake is van een passende woonvoorziening.
2.4
De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkene van mening is dat er geen deugdelijke diagnose is gesteld die een zorgmachtiging op grond van de Wvggz kan rechtvaardigen. Het contact met de onafhankelijk psychiater was zeer beperkt, er zijn geen diagnostische instrumenten gehanteerd en in de medische verklaring ontbreekt de naam van de onderzoekend psychiater. Onder deze omstandigheden kan dit onderzoek niet dienen als basis voor een ingrijpende maatregel als een zorgmachtiging. Voorts betwist betrokkene de gestelde diagnose en stelt zij dat er geen reden is om een machtiging voor langere duur af te geven. De advocaat heeft benadrukt dat het positief is dat betrokkene aanwezig is en haar standpunt kan toelichten, maar volgens hem biedt de Wvggz geen ruimte om een verzoek aan te houden voor nader onderzoek; de wet is daar niet op ingericht. Gezien de gestelde inhoudelijke en formele gebreken heeft de advocaat primair verzocht het verzoek tot het verlenen van de zorgmachtiging af te wijzen.
Subsidiair heeft de advocaat betoogd dat, indien de rechtbank toch van oordeel is dat een zorgmachtiging noodzakelijk is, deze beperkt zou moeten worden tot een korte duur van maximaal drie weken. Dit zou ruimte bieden voor aanvullend psychiatrisch onderzoek en het inwinnen van een second opinion, zoals door betrokkene gewenst.
2.5
Volgens de psychiater is reeds sprake van diagnostisch onderzoek, onder meer op basis van gesprekken en hetero-anamnese. In elk contactmoment wordt de diagnose opnieuw getoetst. De meer formele diagnostiek staat nog gepland om het beeld verder te onderbouwen. Volledige diagnostiek wordt echter bemoeilijkt doordat betrokkene laboratoriumonderzoek weigert en geen toestemming geeft voor inzage in eerdere behandelgegevens.
De psychiater benadrukt dat een langere behandelperiode noodzakelijk is vanwege het zorgmijdende gedrag, het ontbreken van ziekte-inzicht en de neiging van betrokkene om haar problematiek te bagatelliseren. Hoewel betrokkene verbaal sterk en bovengemiddeld intelligent is, maskeert dit de ernst van de psychische problematiek. De executieve functies blijven daarbij grotendeels buiten beeld. Gezien de ernst en complexiteit van de problematiek acht de psychiater een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden noodzakelijk als vangnet om hernieuwde ontregeling te voorkomen.
2.6
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het verlenen van de zorgmachtiging noodzakelijk is. Het aanhouden van de mondelinge behandeling als betrokkene bij een eerste poging tot horen niet wordt aangetroffen is op zichzelf mogelijk en komt in de praktijk vaker voor. In dit geval was motief daartoe enkel gelegen in het verkrijgen van meer duidelijkheid over de mate van vrijwilligheid en om te bewerkstelligen dat betrokkene kort na opname nogmaals door een onafhankelijk psychiater zou worden beoordeeld. Eén en ander doet er niet aan af dat er ook ten tijde van de tussenbeschikking een beoordeling van een onafhankelijk psychiater lag die tot (gedeeltelijke) toewijzing van het verzochte aanleiding gaf. De rechtbank passeert het verweer van de advocaat op dit punt.
De medische verklaring en de diagnose van de onafhankelijk psychiater worden door de rechtbank als voldoende zorgvuldig en helder beschouwd binnen het kader van de Wvggz. Dat deze door een onafhankelijk psychiater werd opgemaakt, lijdt geen twijfel. Dat het gesprek met de psychiater relatief kort was, is niet ongebruikelijk in deze context en vormt geen reden om aan de gestelde diagnose voorbij te gaan, het verzoek af te wijzen of de duur van de machtiging te verkorten.
Ten aanzien van de duur van de zorgmachtiging overweegt de rechtbank dat zij geen aanleiding ziet om de machtiging te beperken tot een kortere periode. Waar er ten tijde van de tussenbeschikking al voldoende aanleiding was om tot gedwongen zorg over te gaan, is dat thans na het daadwerkelijk horen van betrokkene ter zitting ruimschoots het geval.
Daarbij merkt de rechtbank op dat een opname niet noodzakelijkerwijs hoeft voort te duren tot het einde van de machtiging; indien het behandelteam dat raadzaam acht kan op termijn worden overgegaan tot een ambulante vorm van verplichte zorg.
2.7
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat zij zoveel mogelijk haar autonomie herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.8
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.9
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn:
toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
opnemen in een accommodatie.
De officier van justitie heeft in zijn toelichting bij de verzochte vormen van verplichte zorg vermeld
dat de verplichte vorm van zorg bestaande uit het toedienen van vocht en voeding niet op betrokkene
van toepassing is. De rechtbank zal conform het verzoekschrift deze zorgvormen niet in de
zorgmachtiging opnemen.
2.10
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.11
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de resterende verzochte duur, en geldt aldus tot en met 16 november 2025.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de duur van deze machtiging:
toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
opnemen in een accommodatie,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 16 november 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2025 door mr. A.M. Koene, rechter, in tegenwoordigheid van S. de Vogel, griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni 2025. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitspraak 16‑05‑2025
Inhoudsindicatie
WVGGZ zorgmachtiging
Partij(en)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familierecht en Jeugdrecht
Locatie: Almelo
Zaak-/rekestnr.: C/08/332248 / FA RK 25-1078
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 16 mei 2025 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K.K.B. Kögging te Hengelo.
1. Procesverloop
1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 25 april 2025.
1.2
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring d.d. 18 april 2025 ondertekend door M. Groot-Zevert, psychiater;
het zorgplan d.d. 16 april 2025;
de niet ingevulde en ongedateerde zorgkaart, ontvangen ter griffie d.d. 25 april 2025;
de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 24 april 2025;
de politie-, justitiële en strafvorderlijke gegevens van betrokkene;
het historisch overzicht, waaruit blijkt dat niet eerder een machtigingen is afgegeven ingevolge de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) en de Wvggz.
1.3
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 mei 2025 bij betrokkene thuis, [adres] .
1.4
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
de advocaat van betrokkene;
[naam 1] , broer van betrokkene;
[naam 2] , ex-partner van betrokkene;
M. Immink, sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
E. Bekhuis, psychiater i.o.
1.5
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene thuis niet aanwezig was. De advocaat heeft aangegeven dat hij evenmin contact heeft kunnen krijgen met betrokkene en betwijfelt of betrokkene de uitnodiging voor de zitting heeft ontvangen. De psychiater i.o. en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige bevestigen dat zij ook geen contact hebben kunnen krijgen met betrokkene.
2. Beoordeling
2.1
Op grond van artikel 6:1 lid 1 Wvggz kan de rechtbank de zaak afdoen als de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is om te worden gehoord. Betrokkene is bij brief van 30 april 2025 door de rechtbank in kennis gesteld van de geplande mondelinge behandeling bij haar thuis op 16 mei 2025 om 10:35 uur. De rechtbank leidt daaruit af dat betrokkene redelijkerwijs op de hoogte was van de zitting op 16 mei 2025. De psychiater i.o. heeft toegelicht dat meer dan zes pogingen ondernomen zijn om betrokkene te spreken, maar zij hebben haar zelf niet kunnen spreken. Betrokkene is of niet thuis, of loopt weg als ze ziet dat zij eraan komen. Uit het dossier blijkt dat betrokkene zorg- en contact mijdend is naar verschillende personen. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat voldoende is gebleken dat betrokkene niet gehoord wil worden.
2.2
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene in een psychose verkeert, zeer waarschijnlijk in het kader van schizofrenie. Daarmee staat genoegzaam vast dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
2.3
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
levensgevaar;
ernstige psychische schade;
ernstige financiële schade;
ernstige verwaarlozing;
maatschappelijke teloorgang;
ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Uit de medische verklaring blijkt dat het de psychiater, ondanks herhaaldelijke pogingen daartoe, niet is gelukt om betrokkene te spreken. Betrokkene houdt alle contact met de geestelijke gezondheidszorg af, ook de ambulante thuisbegeleiding vanuit de WMO accepteert zij niet. Zij heeft bij hen aangegeven geen zorg nodig te hebben. Ondanks de steeds verder vorderende maatschappelijke teloorgang lukt het betrokkene niet om problemen voortkomend vanuit haar achterdocht zelfstandig op te lossen. Het huis van betrokkene oogt fors verwaarloosd. Uit angst voor bombrieven was betrokkene bang om haar brievenbus te openen, waardoor haar uitkering tijdelijk werd stopgezet. Daarnaast is zijinmiddels afgesloten van gas en licht. Recent zijn haar twee minderjarige kinderen door de jeugdbescherming uit huis geplaatst (naar hun vader). Betrokkene heeft in het verleden tijdens gebruik van antipsychotica minder psychotische klachten gehad. Het doel van het inzetten van verplichte zorg is om betrokkene zorg te kunnen geven en om een goede observatie en diagnostiek te kunnen doen, om zodoende een goede behandeling te kunnen bieden voor haar psychose en vermoedelijke schizofrenie. Volgens de beoordelend psychiater lijdt betrokkene aan een psychische stoornis waaruit gedrag voortvloeit dat een ernstig nadeel veroorzaakt dat niet zonder verlening van verplichte zorg kan worden afgewend.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de psychiater i.o. toegelicht dat de informatie die de zorgverleners hebben, is verkregen van de familie en de betrokken zorg. Zij hebben het beeld gekregen van een vrouw die in het verleden opgenomen is geweest in verband met een psychose, die veel praat over complottheorieën, bommen in de brievenbus en de maffia die achter haar aan zou zitten. Betrokkene heeft uitspraken gedaan dat zij zal reïncarneren als zij haar tanden, kinderen, en partner zou verliezen. Nu alle drie die feiten zijn ingetreden is er zorg dat zij zichzelf iets aan zal doen. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige brengt naar voren dat zij zes keer vruchteloos met de psychiater bij betrokkene is geweest. Zij heeft bij betrokkene de zorgkaart onder de deur door geschoven, maar daar is niet op gereageerd. Een keer heeft zij betrokkene gezien, maar toen liep betrokkene weg. De ex-partner van betrokkene heeft verklaard dat betrokkene eerder een psychose heeft gehad. Hij was bij het toetreden tot de woning erg geschrokken van hoe het er binnen uitzag en maakte melding van de aanwezigheid van een groot mes naast het bed van betrokkene.
2.4
De advocaat brengt naar voren dat hij zich afvraagt of de rechtbank al op het verzoek kan beslissen nu betrokkene niet gehoord kan worden, maar ook niet kan worden vastgesteld dat zij niet gehoord wil worden. Daar heeft het wel de schijn van, maar betrokkene heeft de oproepbrief waarschijnlijk niet gelezen. Volgens de advocaat geeft het dossier aanleiding voor veel zorgen, maar hij wijst er ook op dat betrokkene nog niet is onderzocht door een onafhankelijke psychiater. Als de rechtbank wel een beslissing gaat nemen en het verzoek gaat toewijzen, wordt verzocht om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot maximaal drie weken, zoals bij een crisismaatregel. Verder bepleit de advocaat dat als betrokkene wordt opgenomen, zij dan op hele korte termijn gezien wordt en dat er een medische verklaring komt van een onafhankelijk psychiater op basis van persoonlijk contact.
2.5
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of zodanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.6
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.7
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn:
toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
opnemen in een accommodatie.
De officier van justitie heeft in zijn toelichting bij de verzochte vormen van verplichte zorg vermeld
dat de verplichte vorm van zorg bestaande uit het toedienen van vocht en voeding niet op betrokkene
van toepassing is. De rechtbank zal conform het verzoekschrift deze zorgvormen niet in de
zorgmachtiging opnemen.
2.8
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9
De rechtbank is van oordeel dat een zorgmachtiging noodzakelijk is. De rechtbank gaat daarbij uit van de medische verklaring, omdat de psychiater op grond van veel verschillende bronnen en feitelijke informatie de diagnose acute psychose heeft gegeven. Zonder een zorgmachtiging, en indien nodig de inzet van verplichte zorg, is het ernstig nadeel niet af te wenden. Gelet op de omstandigheden en na het horen van de psychiater i.o. en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige, zal de rechtbank de zorgmachtiging toewijzen. Bijzonder aan deze zaak is dat betrokkene door vrijwel geen enkele zorgverlener daadwerkelijk en recent is gezien, en dat het ook haar eigen advocaat nog niet is gelukt om contact met haar te krijgen. De rechtbank ziet daarin aanleiding om de zorgmachtiging vooreerst voor de zeer beperkte duur van drie weken af te geven, en voor het overige aan te houden. Deze periode kan gebruikt worden om betrokkene op te nemen en meer zicht te krijgen op haar toestand en op de mate van vrijwilligheid. De rechtbank zal in het dictum een datum bepalen waarop opnieuw zal worden geprobeerd om betrokkene te horen.
Verzoeker dient voor die nadere mondelinge behandeling zitting een (aanvullende) medische verklaring op te stellen, waarbij betrokkene (voor zover zij zich daar niet aan onttrekt) wel is gezien door de beoordelend psychiater.
2.10
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van drie weken, en geldt aldus tot en met 6 juni 2025, onder aanhouding van het overig verzochte.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de duur van deze machtiging:
toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
opnemen in een accommodatie,
bepaalt dat deze machtiging vooreerst geldt tot en met uiterlijk 6 juni 2025;
bepaalt dat de mondelinge behandeling wordt voorgezet op 2 juni 2025, op een nader te bepalen tijdstip en plaats;
houdt voor het overige iedere beslissing aan
.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2025 door mr. A.M. Koene, rechter, in tegenwoordigheid van E.K. Veld, griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 mei 2025. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.