Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1130
Poging tot kraken (art. 138a lid 1 Sr). Verweer strekkende tot onverbindend verklaren van art. 138a Sr vanwege strijdigheid met art. 11 IVESCR en art. 21 Maastricht Guidelines. Kon hof oordelen dat art. 11 IVESCR niet kan worden aangemerkt als ‘een ieder verbindende bepaling’ a.b.i. art. 93 en 94 Gw? HR: art. 81 lid 1 RO. CAG gaat in op doorwerking van verdragen in Nederlandse rechtsorde.
HR 12-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1649
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C. Caminada, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03443
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1649, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:930, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑09‑2024
Essentie
Poging tot kraken (art. 138a lid 1 Sr). Verweer strekkende tot onverbindend verklaren van art. 138a Sr vanwege strijdigheid met art. 11 IVESCR en art. 21 Maastricht Guidelines. Kon hof oordelen dat art. 11 IVESCR niet kan worden aangemerkt als ‘een ieder verbindende bepaling’ a.b.i. art. 93 en 94 Gw? HR: art. 81 lid 1 RO. CAG gaat in op doorwerking van verdragen in Nederlandse rechtsorde.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03443
Datum 12 november 2024
ARREST
op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.