Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.3.6
11.3.6 Terinzagelegging voor eenieder
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453003:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit is conform de verwachting van de Commissie-Verdam, zoals geciteerd in de memorie van toelichting bij de wetswijziging van 1971. Zie Commissie-Verdam 1964, p. 73 en Handelingen II 1967/68, 9596, 3, p. 8.
OK 3 april 2006, ARO 2006/84 (TCA); OK 15 december 2008, ARO 2009/8 (PCM); OK21 augustus 2013, ARO 2013/146 (Meavita); OK 9 december 2014, ARO 2015/52 (Middle Europe Investments c.s.) en OK 28 maart 2014, ARO 2014/70 (Jeemer (Slotervaartziekenhuis)).
De vereniging FOCWA telde volgens de Ondernemingskamer 2254 leden, van wie er 254 een enquêteverzoek deden, dat door de Ondernemingskamer bij beschikking OK 4 februari 2008, JOR 2008/95, m.nt. M.W. Josephus Jitta (FOCWA) werd toegewezen. Aanleiding voor de enquête was een voorgenomen herstructurering waar groepen leden over van smening verschilden. Desalniettemin bepaalde de Ondernemingskamer zonder veel motivering dat het verslag (behalve voor de 254 verzoekers en de vereniging zelf) alleen voor belanghebbenden ter inzage lag. Zie OK 8 september 2009, ARO 2009/141 (FOCWA).
Zie § 7.4.8.
Zie § 11.3.4.
Vgl. Assink & Kroeze 2016, p. 54.
Vgl. OK 26 oktober 2015, ARO 2015/224 (Leaderland), r.o. 2.4. Zie voorts OK 22 maart 2005, ARO 2005/67 (Van Doorn Corporate Development Group), r.o. 3.10, waarbij de Ondernemingskamer het verzoek van verzoeker om het verslag voor eenieder ter inzage te leggen afwees met het argument dat de voorzitter van de Ondernemingskamer de verzoeker al had gemachtigd mededelingen uit het verslag te doen, zodat hij bij het verzoek geen belang had. Zie over het verkrijgen van een machtiging tot het doen van mededelingen uit het verslag § 11.4.
Vgl. OK 25 augustus 2010, JOR 2010/340, m.nt. M. Brink (Fortis); OK 16 maart 2011, ARO 2011/ 59 (Ageas (voorheen Fortis)).
Zie ook § 6.3.5.5.
Als het gaat om een (voormalige) beursonderneming pleegt de Ondernemingskamer het verslag zelf altijd ter inzage te leggen voor eenieder.1 Dit geldt niet altijd voor de bijlagen, waarover hieronder meer. Sinds 2002 heeft de Ondernemingskamer in slechts vijf enquêtes naar niet-beursondernemingen besloten het verslag voor eenieder ter inzage te leggen, te weten in de enquêtes naar Taxi Centrale Amsterdam, PCM, Meavita, Jeemer (Slotervaartziekenhuis) en Middle Europe Investments c.s.2 In geen van deze beschikkingen heeft de Ondernemingskamer gemotiveerd waarom zij het enquêteverslag voor eenieder ter inzage heeft gelegd. Aannemelijk is dat dit komt door de grote publicitaire aandacht die de enquêtes naar deze vennootschappen hebben gehad (de eerste vier onderzoeken) of omdat er veel beleggers bij de rechtspersoon waren betrokken (het laatste onderzoek). Er zijn echter ook wel enquêtes geweest naar rechtspersonen met vele belanghebbenden waar de Ondernemingskamer het verslag niet voor eenieder ter inzage heeft gelegd.3
Ik meen dat de Ondernemingskamer bij haar beslissing om het verslag al dan niet voor eenieder ter inzage te leggen geen harde regels zou moeten hanteren. Daarvoor verschillen de enquêtes en de onderzoeksverslagen te veel van elkaar. Ik zou mij de volgende vuistregels kunnen voorstellen:
Uitgangspunt is dat een verslag niet voor eenieder ter inzage wordt gelegd. Dit vloeit voort uit de hoofdregel dat de inhoud van het verslag vertrouwelijk is.4
Het verslag wordt niet voor eenieder ter inzage gelegd indien de verzoeker(s) en de rechtspersoon daarom gezamenlijk verzoeken of indien de rechtspersoon het verslag op zijn website heeft gepubliceerd of aankondigt dit te zullen doen.5
Bij beursondernemingen wordt het verslag zelf, zonder eventuele bijlagen die niet door de onderzoekers zelf zijn opgesteld (zie hierover het slot van deze paragraaf), in beginsel voor eenieder ter inzage gelegd, tenzij zich de hiervoor bedoelde uitzondering voordoet.
Bij andere rechtspersonen kan het verslag in beginsel (zonder bijlagen) voor eenieder ter inzage worden gelegd als de enquête zeer veel publiciteit heeft getrokken, de onderneming van de rechtspersoon diensten voor een groot publiek verricht (zoals bij TCA, Meavita en het Slotervaartziekenhuis het geval was), de rechtspersoon met publiek geld wordt gefinancierd (zoals bijvoorbeeld zorginstellingen en woningcorporaties) of er zeer veel belanghebbenden bij het enquêteverzoek zijn (bijvoorbeeld de enquête naar Middle Europe Investments c.s.). In dit soort situaties is met het ter inzage leggen voor eenieder een openbaar belang gemoeid.6
Het verslag wordt niet voor eenieder ter inzage gelegd als de Ondernemingskamer verwacht dat de voorzitter van de Ondernemingskamer een eventueel verzoek van een of meer verzoekers tot de enquête tot het doen van mededelingen uit het verslag niet integraal zou toewijzen.
Een contra-indicatie voor het ter inzage leggen van het verslag voor eenieder is dat de inhoud van het verslag bedrijfs- of privacygevoelige gegevens bevat of door de openbaarmaking de rechtspersoon of in het verslag genoemde personen schade zouden kunnen lijden en deze risico’s niet door partiële openbaarmaking van het verslag kunnen worden weggenomen.
Geen reden voor het ter inzage leggen van het verslag voor eenieder is dat degenen die daarom vragen de inhoud van het verslag in eventuele vervolgprocedures willen gebruiken. Daarvoor is het verzoek tot het verkrijgen van machtiging om mededelingen te doen uit het verslag bestemd.7
Bij de beslissing of het verslag al dan niet voor eenieder ter inzage wordt gelegd, speelt het type enquête geen doorslaggevende rol. Er is geen reden om als vuistregel aan te nemen dat het verslag van een inquisitoire enquête voor eenieder ter inzage wordt gelegd, ook al leert de praktijk dat als de Ondernemingskamer een verslag voor eenieder ter inzage legt, het vaak gaat om een inquisitoire enquête. Dit hangt sterk af van de aard van de rechtspersoon en de omstandigheden van het geval.
Indien bij het verslag bijlagen zijn gevoegd rijst de vraag of, als het verslag zelf voor eenieder ter inzage wordt gelegd, dat ook voor de daarbij behorende bijlagen moet gelden. Als het gaat om bijlagen die de onderzoekers zelf hebben opgesteld, zoals een lijst met afkortingen, een organogram of een overzicht van de samenstelling van het bestuur en de raad van commissarissen, eventueel voorzien van een tijdlijn (zie Aandachtspunt 4.3), kunnen deze met het verslag voor eenieder ter inzage worden gelegd. Bijlagen bij het verslag afkomstig van de rechtspersoon (of anderen) die de onderzoekers bij hun onderzoek hebben verkregen, worden in beginsel niet voor eenieder, maar alleen voor te specificeren belanghebbenden ter inzage gelegd.8 Dit geldt in ieder geval voor e-mails die als bijlage zijn bijgevoegd of andere privacygevoelige documenten.9