Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.3.4.1:3.3.4.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.3.4.1
3.3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456682:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eisen die in de literatuur aan deskundigen worden gesteld zijn onderverdeeld in een drietal groepen: kennis en ervaring, vaardigheden en attitude.1Ik meen dat deze eisen ook gesteld mogen worden aan onderzoekers in de enquêteprocedure. Voordat ik hierop nader inga, roep ik in herinnering dat er veel verschillende soorten enquêtes zijn: curatieve, inquisitoire en antagonistische enquêtes, enquêtes naar beursgenoteerde en private ondernemingen, en naar grote en kleine ondernemingen.2 De rechtspersonen die het voorwerp zijn van het onderzoek, zijn actief in vele diverse sectoren en de enquêtes kunnen zijn uitgelokt door verschillende verzoekers met verschillende belangen. Die verscheidenheid aan enquêtes heeft tot gevolg dat ook de eisen die aan de onderzoekers moeten worden gesteld, verschillend zijn. In het onderstaande zal ik vooral ingaan op de eisen die moeten worden gesteld aan onderzoekers in inquisitoire enquêtes, omdat die enquêtes de zwaarste eisen aan onderzoekers stellen. Voor onderzoekers in andere typen enquêtes, vooral curatieve enquêtes bij kleinere ondernemingen, kan onder omstandigheden met minder zware eisen kan worden volstaan. Een tweede opmerking vooraf is dat als in een onderzoek meerdere onderzoekers worden benoemd, het niet noodzakelijk is dat alle onderzoekers aan alle eisen voldoen. Voldoende is dat de onderzoekers tezamen aan de eisen voldoen met betrekking tot kennis en ervaring en vaardigheden (de eisen met betrekking tot attitude gelden uiteraard wel voor iedere onderzoeker afzonderlijk). Dat maakt het mogelijk om in bepaalde grotere enquêtes mede een onderzoeker te benoemen die zelf niet aan alle te stellen eisen voldoet, maar vanwege zijn specifieke deskundigheid een toegevoegde waarde heeft. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan de benoeming van een oud-bestuurder in een enquête naar een beursgenoteerde onderneming. In het onderstaande werk ik de vereisten waaraan onderzoekers moeten voldoen nader uit.
Een vereiste dat in het onderstaande niet aan de orde komt, maar wel aandacht behoeft, is de beschikbaarheid van de te benoemen onderzoeker en de infrastructuur die hij ter beschikking heeft. Het onderzoek moet binnen een redelijke termijn worden uitgevoerd.3 Om die reden moet de Ondernemingskamer zich ervan vergewissen dat de te benoemen persoon voldoende tijd heeft voor de uitvoering van het onderzoek.4 Zeker bij grotere onderzoeken is het wenselijk dat de onderzoeker ook kan beschikken over een kantoororganisatie om het onderzoek te kunnen faciliteren.