Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.9.2
2.9.2 Uitbreiding van de onderzoeksopdracht
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS457895:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 11 juni 2014, ARO 2014/133 (Trends-In-Center-Aalsmeer (TICA)), r.o. 3.4. Zie ook OK24 februari 2014, ARO 2014/54 (Body Control Concepts Holding), r.o. 3.10-3.11; OK 14 maart 2014, ARO 2014/58 (Trends-In-Center-Aalsmeer (TICA)); OK 25 oktober 2002, JOR 2002/217,m.nt. M. Brink (Laurus), r.o. 3.7. Anders OK 3 november 2010, ARO 2010/168 (Inter Access Groep), r.o. 3.3.
Zie § 2.1.5.
Zie § 2.2.5 en § 2.2.6 over de aanpassing of verduidelijking van de onderzoeksopdracht van het door de rechter gelaste deskundigenbericht en conclusie A-G Timmerman nr. 3.10 voor HR 26 juni 2009, NJ 2011/211, m.nt. W.J.M. van Veen, JOR 2009/193, m.nt. J.J.M. van Mierlo (KPNQwest).
Vgl. Josephus Jitta 2001, p. 117. Hij bepleit dat partijen in iedere stand van de procedure het recht moeten hebben de Ondernemingskamer te vragen een uitbreiding van het onderzoek of een nader of nieuw onderzoek te gelasten.
Zie § 2.4.2.
Zie § 9.4.4.3. Zie over de uitwerking van de onderzoeksopdracht in een plan van aanpak § 7.6.3.
Zie § 9.4.4.3.
Zie § 2.1.5.
OK 3 december 2012, ARO 2013/4 (Harbour Antibodies), r.o. 3.10.
R-C OK 10 november 2014, JOR 2015/98, m.nt. M. Holtzer, Ondernemingsrecht 2015/11, p. 69-71, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Xeikon), r.o. 2.5.
Zie bijvoorbeeld OK 25 oktober 2002, JOR 2002/217, m.nt. M. Brink (Laurus) (zelfstandig verzoek); OK 7 juli 2010, ARO 2011/116 (Meepo Holding) (verweer in verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget). In OK 3 november 2010, ARO 2010/168 (Inter Access Groep) heeft de Ondernemingskamer beslist dat in een verzoek op grond van artikel 32 Rv niet een nadere motivering van de beslissing waarbij het onderzoek is gelast, kan worden verwacht.
Een verzoek tot uitbreiding van een reeds gelaste enquête kan worden toegewezen indien in de periode na indiening van het oorspronkelijke verzoek feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen of zich hebben voorgedaan die een nieuwe gegronde reden om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen opleveren, of die zozeer samenhangen met de redenen voor het reeds gelaste onderzoek dat die feiten en omstandigheden in het onderzoek betrokken dienen te worden. Aldus besliste de Ondernemingskamer in de TICA-zaak.1 De onderzoekers hebben nietde bevoegdheid de onderzoeksopdracht op eigen gezag uit te breiden.2 Dat de Ondernemingskamer het mogelijk acht het onderzoek uit te breiden als er sprake is van nieuwe gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken spreekt voor zich. Als die situatie zich voordoet, heeft de Ondernemingskamer ook de bevoegdheid een nieuw zelfstandig onderzoek te gelasten. Het is echter veel praktischer om dan geen nieuw onderzoek te gelasten, maar de nieuwe onderzoeksthema’s mee te nemen in het reeds bestaande onderzoek. Wel moet het verzoek tot uitbreiding van de onderzoeksopdracht op deze grond afkomstig zijn van een partij die zelfstandig de enquêtebevoegdheid heeft. Anders wordt er inbreuk gemaakt op het gesloten stelsel van enquêtegerechtigden. Iets meer bespreking behoeft de tweede mogelijkheid die de Ondernemingskamer biedt om het onderzoek uit te breiden: wegens feiten en omstandigheden die na indiening van het oorspronkelijke verzoek aan het licht zijn gekomen of zich hebben voorgedaan en zozeer samenhangen met de redenen voor het reeds gelaste onderzoek, dat die feiten en omstandigheden in het onderzoek betrokken dienen te worden. Ten principale ben ik het eens met de mogelijkheid dat de Ondernemingskamer de onderzoeksopdracht aanpast. Dit past bij de regiefunctie van de Ondernemingskamer.3 Wat mij betreft is er geen reden om uitbreiding van het onderzoek alleen toe te laten als na de indiening van het enquêteverzoek nieuwe feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen of zich hebben voorgedaan. Ook voortschrijdend inzicht kan meebrengen dat er redenen zijn om de onderzoeksopdracht aan te passen. Ik ben het wel eens met de beperking dat het onderzoeksthema moet samenhangen met het reeds gelaste onderzoek.4
Het gevolg van de uitbreiding van de onderzoeksopdracht kan zijn dat deze zich uitstrekt over een periode gelegen na de oorspronkelijke beschikking waarbij het onderzoek is gelast. Onder omstandigheden kan dat bij curatieve en antagonistische enquêtes acceptabel zijn.5
Uitbreiding van de onderzoeksopdracht op de tweede door de Ondernemingskamer in de TICA-beschikking bedoelde grond kan behalve door de Ondernemingskamer zelf ook plaatsvinden door de raadsheer-commissaris, bijvoorbeeld als hij beslist over een plan van aanpak waarin de onderzoeksopdracht in deelvragen is uitgewerkt.6 Het gaat mij daarentegen te ver om de raadsheer-commissaris de bevoegdheid te geven de onderzoeksopdracht uit te breiden op de grond dat er sprake is van nieuwe gronden om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken. Die beslissing is voorbehouden aan de Ondernemingskamer.7 Voor de goede orde merk ik op dat de vrijheid die de Ondernemingskamer de onderzoekers laat om ook feiten en omstandigheden te onderzoeken die zich buiten de onderzoeksperiode of buiten de onderzoeksopdracht hebben voorgedaan, voor zover dat licht kan werpen op deze feiten en omstandigheden, de onderzoekers ook de ruimte biedt om de onderzoeksopdracht door interpretatie iets uit te breiden.8 De Ondernemingskamer kan een verzoek tot uitbreiding van de onderzoeksopdracht daarom afwijzen op de grond dat het verzoek daartoe overbodig is, omdat de onderzoeksopdracht de onderzoekers al de vrijheid biedt dit te onderzoeken.9 Hetzelfde geldt voor de raadsheer-commissaris bij een ‘verzoek’ om de onderzoekers een aanwijzing te geven de onderzoeksopdracht uit te breiden.10
Vervolgens rijst de vraag in welke procedure de Ondernemingskamer de onderzoeksopdracht kan uitbreiden. Ik zou hier pragmatisch mee omgaan. Het verzoek kan zelfstandig worden gedaan door partijen die eerder in de procedure zijn verschenen, maar kan ook als tegenverzoek worden gedaan in een verweerschrift tegen een ander verzoek, bijvoorbeeld tot verhoging van het onderzoeksbudget.11 Ofschoon het niet erg voor de hand ligt dat dit zou gebeuren, zie ik geen reden waarom de onderzoekers de bevoegdheid om uitbreiding van de onderzoeksopdracht te verzoeken op de tweede door de Ondernemingskamer bedoelde grond zou moeten worden ontzegd. Het ligt echter meer voor de hand dat zij zich met een dergelijk verzoek tot de raadsheer-commissaris richten (artikel 2:350 lid 4 BW).