Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.2.1
7.4.2.1 Gebondenheid aan de onderzoeksopdracht
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS457869:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld OK 3 november 2010, ARO 2010/168 (Inter Access Groep), r.o. 3.2.
Zie § 2.1.5.
Zie § 7.6.3, waar ik bespreek wanneer het opstellen van een plan van aanpak is geïndiceerd.
Zie § 9.4.2.2.
Zie hierover Soerjatin 2016, p. 3. Zie verder over de gebondenheid van de Ondernemingskamer aan de bevindingen van de onderzoekers § 1.4.3.
In gelijke zin artikel 4.11 Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken.
Anders onderzoeker Willems in het verslag in de Curaçaose enquête naar Integrated Utility Holding. Zie § 2.1.5, waarin ik zijn opvatting heb bestreden.
Zie § 5.4.4.
Zie § 5.4.5.
HR 18 november 2016, JOR 2017/30, m.nt. A. Hammerstein, Ondernemingsrecht 2017/50,p. 299-302, m.nt. M.H.C. Sinninghe Damsté (Meavita), r.o. 3.6.2.
In iedere enquête is er sprake van een onderzoeksopdracht. In hoofdstuk 2 ben ik hierop uitvoerig ingegaan. De door de Ondernemingskamer geformuleerde onderzoeksopdracht is soms concreet, maar laat de onderzoekers vaak ook veel ruimte om hieraan een eigen invulling te geven.1 Ongeacht of de onderzoeksopdracht ruim of concreet is, zijn de onderzoekers eraan gebonden. Deze regel moet mijns inziens in alle typen enquêteprocedures gelden. Een verschil is dat bij curatieve enquêtes, anders dan bij inquisitoire en antagonistische enquêtes, er redenen kunnen zijn de onderzoeksopdracht extensief uit te leggen.2
Als de onderzoekers menen dat de onderzoeksopdracht aangepast of gewijzigd moet worden, moeten zij hiervoor de procedure volgen die ik heb beschreven in§ 2.9. Zij kunnen niet op eigen houtje de onderzoeksopdracht aanpassen of wijzigen. Als de onderzoekers een plan van aanpak opstellen kunnen zij daarin de onderzoeksopdracht concretiseren.3 Indien partijen het niet eens zijn met de uitwerking van de onderzoeksopdracht, kunnen zij de raadsheer-commissaris verzoeken de onderzoekers een aanwijzing te geven.4
Het onderzoeksverslag is het document waarin de onderzoekers, primair aan de Ondernemingskamer maar indirect natuurlijk ook ten behoeve van partijen, de vragen beantwoorden die uit de onderzoeksopdracht voortvloeien (uiteraard voor zover de resultaten van het onderzoek de onderzoekers in staat stellen dit te doen).5 De Ondernemingskamer heeft dit in Aandachtspunt 4.1 zo geformuleerd: “Het onderzoeksverslag (…) beantwoordt aan de in de eerste fase beschikking door de Ondernemingskamer geformuleerde onderzoeksopdracht.”6 Het verslag moet de gegevens bevatten die de Ondernemingskamer in staat stellen op een tweedefaseverzoek een beslissing te nemen. De onderzoekers moeten er echter rekening mee houden dat het niet tot een tweedefaseprocedure behoeft te komen. Daarom is het een eigen verantwoordelijkheid van de onderzoekers dat zij zich aan de onderzoeksopdracht houden, en niet iets wat de Ondernemingskamer achteraf moet beoordelen.7
In één opzicht ben ik het niet eens met de formulering van dit Aandachtspunt. Het gaat bij het vaststellen bij wie de verantwoordelijkheid voor mogelijk blijkend wanbeleid berust, om de verantwoordelijkheid van de organen van de rechtspersoon, en niet om de verantwoordelijkheid van individuele personen die deel uitmaken van de organen van de rechtspersoon. Ik vind dat de onderzoekers in beginsel uitsluitend specifiek onderzoek naar de verantwoordelijkheid voor mogelijk blijkend wanbeleid van individuele personen behoren te doen als de Ondernemingskamer hen dat uitdrukkelijk heeft verzocht.8
Op basis van het verslag kan de Ondernemingskamer ook een beslissing nemen op een verzoek om kostenverhaal. Het is geen taak van de onderzoekers om te onderzoeken of daartoe gronden zijn.9 Dat neemt niet weg dat uit het verslag ten aanzien van een bestuurder, commissaris of werknemer individueel en concreet kan blijken dat hij verantwoordelijk is voor het onjuiste beleid of de onbevredigende gang van zaken bij de rechtspersoon.10 De Ondernemingskamer kan op die basis een verzoek tot kostenverhaal toewijzen.
Uit het bovenstaande volgt dat Aandachtspunt 4.1 als volgt aangescherpt en uitgewerkt zou kunnen worden:
Het onderzoeksverslag beantwoordt aan de door de Ondernemingskamer geformuleerde onderzoeksopdracht.
Indien de onderzoekers een plan van aanpak opstellen, werken zij daarin de door de Ondernemingskamer verstrekte onderzoeksopdracht uit in concrete onderzoeksvragen.
Indien de onderzoekers menen dat de onderzoeksopdracht aangepast of gewijzigd moet worden, volgen zij de procedure als beschreven in § 2.9.
De onderzoekers gaan alleen in op de vraag wie verantwoordelijk is voor mogelijk blijkend wanbeleid indien de Ondernemingskamer dit in de onderzoeksopdracht uitdrukkelijk heeft verzocht. In dat geval onderzoeken en bespreken de onderzoekers uitsluitend de verantwoordelijkheid van de onderscheiden organen van de rechtspersoon, en niet de verantwoordelijkheid van individuele leden van die organen.
Het onderzoeksverslag bespreekt niet de vraag of kostenverhaal mogelijk is.