Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.11
7.11 De corporate website van de uitgevende instelling
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS499980:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 6 lid 1, tweede alinea van de Richtlijn marktmisbruik voor de communautaire grondslag van deze verplichting.
Uitgevende instellingen worden door de AFM geadviseerd om de persberichten langer dan een jaar op de website beschikbaar te houden. Zie de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 14.
Zie in dit verband ook art. 6 lid 1, tweede alinea, van de Richtlijn marktmisbruik. Volgens deze bepaling moeten de lidstaten erop toezien dat emittenten van financiële instrumenten alle voorwetenschap die zij openbaar dienen te maken gedurende een passende periode op hun website plaatsen.
Zie best practice bepaling IV.3.6 van de Code.
Zie de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 14.
Zie Kamerstukken II, 2005-2006, 29 708, nr. 41, p. 94.
Zie Nieuwe Weme/Stevens, Serie OO&R, deel 34(2008), p. 268.
Zie hiervoor Loss/Seligman, Fundamentals of Securities Regulation (2004), p. 103 e.v. Meer recent heeft de SEC de regelgeving ten aanzien van gun jumping aanzienlijk versoepeld. Zie SEC Release No. 33-8591 en 34-52056 (Final Rule: Securities Offering Reform) van 1 december 2005. Op grond van de gewijzigde regelgeving wordt meer dan voorheen rekening gehouden met de omstandigheid dat uitgevende instellingen wel moeten kunnen blijven voldoen aan de reporting requirements van de beide securities acts.
Het tweede instrument van het voor art. 5:25i Wft geldende openbaarmakingsregime is de corporate website van de uitgevende instelling. De uitgevende instelling dient koersgevoelige informatie onverwijld op haar website openbaar te maken (art. 5:25m lid 3 Wft).1 De uitgevende instelling dient de aldus op de website geplaatste informatie gedurende ten minste een jaar toegankelijk te houden.2 Teneinde aan deze wijze van openbaarmaking te kunnen voldoen, dient de uitgevende instelling uiteraard over een website te beschikken. Hoewel dat in het huidige tijdsgewricht wel geen issue meer zal zijn, legt art. 5:25m lid 3 Wft desalniettemin een uitdrukkelijke verplichting aan uitgevende instellingen op om te beschikken over een website.3 In dit verband kan ook nog gewezen worden op de Corporate Governance Code4 , waarin de volgende best practice bepaling voorkomt:
"De vennootschap plaatst en actualiseert alle informatie die zij krachtens het op haar van toepassing zijnde vennootschapsrecht en effectenrecht dient te publiceren of deponeren, op een afzonderlijk — dat wil zeggen: gescheiden van commerciële informatie van de vennootschap — en als zodanig herkenbaar gedeelte van de website van de vennootschap. De vennootschap kan volstaan met het aanbrengen van een hyperlink naar de website van de instellingen die op grond van wettelijke bepalingen of het beursreglement de betreffende informatie (ook) langs elektronische weg publiceren."
De uitgevende instelling zal ervoor dienen te zorgen dat de website goed beveiligd is, zodat het voor buitenstaanders niet mogelijk is vroegtijdig — dat wil zeggen: vóór het moment van daadwerkelijke openbaarmaking door de uitgevende instelling toegang te verkrijgen tot de daarop geplaatste koersgevoelige informatie.5
Indien de uitgevende instelling een beleggingsinstelling is, kan de informatie ook op de website van de beheerder van die beleggingsinstelling worden geplaatst (art. 5:25m lid 3 Wft). De reden hiervoor is dat de beheerder van een beleggingsinstelling de normadressant is van de voor beleggingsinstellingen op grond van de Wet op het financieel toezicht geldende informatieverplichtingen.6 Bovendien zullen beleggers de door de beleggingsinstelling op grond van art. 5:25i Wft openbaar te maken koersgevoelige informatie eveneens op de website van de beheerder verwachten.7
De praktijk wijst uit dat veelal het persbericht waarmee koersgevoelige informatie krachtens art. 5:25m lid 2 Wft openbaar wordt gemaakt door de uitgevende instelling op de website wordt geplaatst. Het is ook mogelijk dat de uitgevende instelling een uitgebreider bericht op de website plaatst, bijvoorbeeld met een toelichting op het persbericht, een verwijzing naar andere informatie die beschikbaar is of een Q&A (Questions & Answers).
Intussen mag de betekenis van plaatsing van het persbericht op de website van de uitgevende instelling niet worden onderschat. Hiervoor is in § 7.9.2 uiteengezet dat aan het gebruik van een persbericht beperkingen zijn verbonden, zowel voor wat betreft de onverwijlde toegankelijkheid van het bericht voor beleggers als voor wat betreft de inhoud van het bericht. De beperkingen die aan het uitbrengen van een persbericht zijn verbonden, zullen in belangrijke mate gecompenseerd kunnen worden door onverwijlde plaatsing van het bericht op de website van de uitgevende instelling. Met de plaatsing van een persbericht op de website worden beleggers in staat gesteld kennis te nemen van het volledige persbericht zonder dat daarvoor de tussenkomst van een intermediair nodig is. Eén van de met de openbaarmakingsplicht nagestreefde doeleinden — te weten de onverwijlde toegankelijkheid van het bericht voor alle beleggers — komt daarmee in elk geval dichterbij. Aangezien beleggers er niet meteen van op de hoogte zullen zijn dat een nieuw persbericht op de website van de uitgevende instelling is geplaatst, kan de website nog voorzien worden van een investor alert. Met een dergelijke investor alert worden beleggers per e-mail geattendeerd op nieuw verschenen persberichten van een uitgevende instelling.
In de doctrine is gewezen op een probleem dat zou kunnen ontstaan door het plaatsen van een persbericht op de website van de uitgevende instelling, terwijl verspreiding van die informatie in bepaalde jurisdicties verboden is.8 Dit probleem ontstaat doordat informatie op internet in beginsel in alle landen ter wereld toegankelijk is. Sommige landen kennen echter strikte voorschriften voor dergelijke bekendmakingen. Zo kent de federale effectenwetgeving van de USA strenge regels waarmee wordt beoogd te voorkomen dat de effectenmarkt wordt voorbewerkt voor een aankomend aanbod van effecten (gun jumping). Iedere uitlating van de uitgevende instelling wordt vanuit dat perspectief door de bevoegde toezichthouder nauwlettend bekeken.9 Teneinde dit soort mogelijke problemen te ondervangen, zou de uitgevende instelling bepaalde informatie op een afgeschermd deel van de website kunnen plaatsen. Om toegang tot bepaalde informatie op de website te verkrijgen, zouden beleggers eerst moeten aangeven uit welk land zij afkomstig zijn. Praktisch heeft een dergelijke maatregel overigens geen betekenis, omdat ook de AFM alle persberichten van uitgevende instellingen in een openbaar register op haar website opneemt (zie § 7.12).