Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.2:7.5.2 Aanvaarding van de opdracht
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.2
7.5.2 Aanvaarding van de opdracht
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455445:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldaar heb ik ook uiteengezet waarom Aandachtspunt 1.1, dat bepaalt dat de onderzoeker wordt benoemd bij beschikking door de Ondernemingskamer, onvolledig is.
Zie § 3.3.4.4.2.
Zie § 7.4.9.2.
Leidraad deskundigen in civiele zaken nr. 117.
Zie ook Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 27. Zij hebben in de door hen opgestelde richtlijnen opgenomen dat de onderzoekers uit hun midden een voorzitter kiezen die, voor zover de onderzoekers niet anders bepalen, de onderzoekers vertegenwoordigt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De benoeming van de onderzoekers vindt plaats doordat zij hun benoeming door de Ondernemingskamer aanvaarden. In § 3.9 heb ik uiteengezet waarom ik meen dat de onderzoekers hun benoeming schriftelijk moeten aanvaarden en daarbij verklaren (i) dat zij onafhankelijk zijn en (ii) dat zij hun opdracht onpartijdig en naar beste weten zullen uitvoeren.1 Als de onderzoekers een disclosure statement2 hebben opgesteld, kunnen zij daarnaar in hun verklaring verwijzen. Alle in de eerste fase van de enquêteprocedure verschenen partijen en degenen van wie bij voorbaat duidelijk is dat zij door het onderzoek in hun belangen worden geraakt,3 ontvangen hiervan van de secretaris van de Ondernemingskamer een afschrift.
Als partijen bij het onderzoek menen dat een of meer onderzoekers niet onafhankelijk zijn, kunnen zij, binnen een door de Ondernemingskamer te bepalen termijn van bijvoorbeeld 14 dagen, bezwaar maken tegen de benoeming. Op deze wijze kan de Ondernemingskamer eventuele geschillen daarover direct beslechten en kan nodeloze vertraging van het onderzoek worden voorkomen.
De regel dat de onderzoekers, als de Ondernemingskamer hen dat heeft gevraagd in de beschikking waarin zij worden benoemd, een disclosure statement aan de secretaris van de Ondernemingskamer zenden, waarvan een kopie aan partijen bij het onderzoek wordt toegezonden, leent zich voor opname in de Aandachtspunten. Hetzelfde geldt voor de regel dat partijen, behoudens een andere door de Ondernemingskamer te stellen termijn, gedurende 14 dagen de gelegenheid hebben om een eventueel gebrek aan onafhankelijkheid van een onderzoeker aan de orde te stellen.
Voor een bespreking van de vraag of de onderzoekers aan hun benoeming voorwaarden kunnen verbinden verwijs ik naar § 3.9.
Voor het geval dat er meerdere deskundigen worden benoemd, schrijft de Leidraad deskundigen in civiele zaken voor dat als de rechter niet heeft bepaald wie de leiding in het onderzoek heeft, de deskundigen uit hun midden een persoon aanwijzen die de leiding heeft. De deskundigen moeten dat aan de door het gerecht aangewezen contactpersoon en partijen laten weten.4 Als de Ondernemingskamer meer dan één onderzoeker benoemt, bepaalt zij nooit dat een van de onderzoekers de leiding van het onderzoek heeft. Bij mijn weten is het ook niet gebruikelijk dat de onderzoekers zelf een van hen als zodanig benoemen. Evenmin ben ik bekend met een situatie dat het niet-aanwijzen van een onderzoeksleider ooit een probleem heeft opgeleverd. Ik zie daarom geen reden om in de Aandachtspunten een vergelijkbare regel op te nemen.5