Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.5.1
2.5.1 Inleiding
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456689:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 november 1996, NJ 1997/188, m.nt. J.M.M. Maeijer (Wijsmuller); HR 18 november 2005,NJ 2006/173, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2005/295, m.nt. M. Brink (Unilever), r.o. 4.4.2; herhaald in HR 26 juni 2009, NJ 2011/210, m.nt. W.J.M. van Veen onder NJ 2011/211, JOR 2009/192, m.nt. J.J.M. van Mierlo onder JOR 2009/193 (KPNQwest), r.o. 3.2.4.
HR 6 juni 2003, NJ 2003/486, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2003/161, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Scheipar); HR 30 maart 2007, NJ 2007/293, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/138, m.nt. M.W. Josephus Jitta (ATR).
De Ondernemingskamer heeft, indien er sprake is van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken, een discretionaire bevoegdheid om al dan niet een enquête te gelasten.1 Die discretionaire bevoegdheid strekt zich ook uit tot de formulering van de onderzoeksopdracht. De Hoge Raad heeft beslist dat de Ondernemingskamer een grote mate van vrijheid toekomt bij het bepalen van de omvang van een door haar bevolen onderzoek.2 Ik meen echter dat die vrijheid niet onbeperkt is en dat de Hoge Raad de Ondernemingskamer te veel speelruimte laat. In het navolgende zal ik bespreken in hoeverre de vrijheid van de Ondernemingskamer om de onderzoeksopdracht te formuleren wordt beperkt door (i) het wettelijk systeem van de enquêteprocedure, (ii) doel en strekking van het recht van enquête en (iii) de omvang van de rechtsstrijd. Een bijzondere situatie doet zich voor als op de rechtspersoon een toezichtmaatregel van toepassing is, aan de rechtspersoon surseance van betaling is verleend of de rechtspersoon in staat van faillissement verkeert. Dat roept de vraag op of die situaties de Ondernemingskamer beperkingen opleggen bij het formuleren van de onderzoeksopdracht.