Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/92
OM-cassatie in jeugdzaak. Het hof heeft miskend dat een overschrijding van de redelijke termijn nooit kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
HR 09-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1875
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 december 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Damsteegt
- Zaaknummer
25/00821 J
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1875, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:995, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑06‑2025
- Wetingang
Art. 6 EVRM
Essentie
OM-cassatie in jeugdzaak. Het hof heeft het openbaar ministerie in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege een zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn, welke overschrijding niet kan worden verklaard of gerechtvaardigd door de eventuele complexiteit van het onderzoek, als gevolg waarvan het recht op een eerlijk proces van de verdachte is geschonden. Daarmee heeft het miskend dat een overschrijding van de redelijke termijn nooit kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
Samenvatting
Het hof heeft vooropgesteld dat een overschrijding van de redelijke termijn in uitzonderlijke gevallen tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.