Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.10
7.10 Taalregeling
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS501144:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor de begripsomschrijving van 'gereglementeerde informatie' in art. 1:1 Wft. Onder het begrip 'gereglementeerde informatie' is mede de koersgevoelige informatie begrepen die op grond van art. 5:25i Wft door een uitgevende instelling door middel van een persbericht openbaar moet worden gemaakt.
Ook de Transparantierichtlijn schiet in de omschrijving van de reikwijdte van de taalregeling tekort. Art. 20 van de Transparantierichtlijn ziet namelijk uitsluitend op het begrip 'effecten'. Dat de taalregeling een ruimere werkingssfeer dient te hebben, is eenvoudig inzichtelijk te maken. Art. 6 lid 1 van de Richtlijn marktmisbruik betrekt de openbaarmakingsplicht op 'emittenten van financiële instrumenten'. Blijkens art. 1 onder 3 van de Richtlijn marktmisbruik is het begrip 'financieel instrument' belangrijk ruimer dan het begrip 'effect' (zie ook § 4.3). Oorspronkelijk was de taalregeling voor de openbaarmakingsplicht geregeld in art. 2 lid 1 van de (bij de Richtlijn marktmisbruik behorende) Uitvoeringsrichtlijn definities en openbaarmaking. In art. 2 lid 1 van deze uitvoeringsrichtlijn werd voor wat betreft de taalregeling van door emittenten van financiële instrumenten openbaar te maken koersgevoelige informatie verwezen naar art. 102 lid 1 en art. 103 van de Noteringsrichtlijn (zie § 7.9.1). Het ging hier om een tijdelijke regeling in afwachting van de in de Transparantierichtlijn voorziene definitieve taalregeling. Als gevolg van art. 32 van de Transparantierichtlijn zijn voormelde bepalingen van de Noteringsrichtlijn komen te vervallen. Ten slotte kan erop worden gewezen dat het begrip 'gereglementeerde informatie' in art. 2 lid 1 onderdeel k) van de Transparantierichtlijn mede de informatie omvat die de uitgevende instelling op grond van art. 6 van de Richtlijn marktmisbruik openbaar moet maken.
De tekst van art. 5:25j lid 2 Wft is ingevoegd bij de Derde Nota van wijziging. De motivering voor deze toevoeging was — verkort weergegeven — als volgt. De reikwijdte van art. 5:25i Wft is ruimer dan de overige informatieverplichtingen van hoofdstuk 5.1A van de Wet op het financieel toezicht. De reikwijdte van art. 5:25m Wft was door art. 5:25j Wft beperkt tot uitgevende instellingen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt en waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is. Door de uitbreiding van art. 5:25j Wft met een tweede lid zijn de regels ten aanzien van de wijze van algemeen verkrijgbaar stellen en deponeren van informatie (art. 5:25m Wft) ook van toepassing geworden op het algemeen verkrijgbaar stellen en deponeren van koersgevoelige informatie door uitgevende instellingen van financiële instrumenten als bedoeld in art. 5:25i Wft. Zie Kamerstukken H, 2007-2008, 31 093, nr. 15, p. 2.
Hoewel in art. 5:25p lid 1 Wft — evenals in art. 5:25p lid 2 Wft — ook wordt verwezen naar een in Nederland functionerende gereglementeerde markt is dit begrip niet relevant voor de werkingssfeer van de openbaarmakingsplicht (zie § 4.4.3).
Zie de Nota van toelichting op het Besluit marktmisbruik Wft (Stb. 2006, 510), p. 39.
Volledigheidshalve wordt hier nog vermeld dat art. 5:25p lid 5 Wft een bijzondere regeling bevat voor het geval de effecten een nominale waarde per eenheid van ten minste E 50.000 (of de tegenwaarde daarvan in een andere valuta) hebben en de effecten toegelaten zijn tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een andere lidstaat. In dat geval dient de informatie, naar keuze van de uitgevende instelling, openbaar gemaakt te worden in de taal die door de bevoegde autoriteit van die andere lidstaat wordt aanvaard of een taal die in internationale financiële kringen gebruikelijk is.
Gelet op de internationale samenstelling van de aandeelhouders van het leeuwendeel van de aan Euronext Amsterdam genoteerde uitgevende instellingen zou het volgens de AFM zelfs aanbeveling verdienen om persberichten in elk geval in de Engelse taal te publiceren. Zie Het Financieele Dagblad van 25 november 2005 (AFM licht kleine lettertjes toe).
Zie hiervoor de Nota van toelichting op het Besluit marktmisbruik Wft (Stb. 2006, 510), p. 39.
Zie hiervoor art. 5:25p lid 3 van het wetsvoorstel (Kamerstukken H, 2006-2007, 31 093, nr. 2 en nr. 3, p. 32).
Zie Hettinga, Effect 2008. Uit het door Hettinga verrichte onderzoekje blijkt bijvoorbeeld dat destijds nog maar negen van de 24 AEX-fondsen de persberichten in de Nederlandse taal publiceren.
Art. 5:25p Wft bevat een algemene regeling voor de taal waarin gereglementeerde informatie1 opgesteld en openbaar gemaakt dient te worden.
Werkingssfeer
De taalregeling geldt uitsluitend voor uitgevende instellingen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt en waarvan Nederland lidstaat van herkomst is (art. 5:25j lid 1 Wft). Naar mag worden aangenomen, zal het de bedoeling van de wetgever zijn geweest dat de taalregeling óók geldt voor de naleving van de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen indien andere financiële instrumenten dan effecten zijn uitgegeven.2 De Wet op het financieel toezicht voorziet daarin ten onrechte nog niet. De wetgever heeft namelijk in art. 5:25j lid 2 Wft voor wat betreft de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen wel verwezen naar de toepasselijkheid van art. 5:25m Wft (zie § 7.8), maar nagelaten ook te verwijzen naar de toepasselijkheid van de taalregeling van art. 5:25p Wft.3 De wetgever heeft bovendien over het hoofd gezien dat de taalregeling ook dient te gelden indien fmanciële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit in Nederland (art. 5:25i lid 1 Wft). Ook daarin wordt met de wettelijke regeling ten onrechte nog niet voorzien.
Inhoud van de taalregeling
De taalregeling van art. 5:25p Wft knoopt aan bij de lidstaat of de lidstaten waar de door de uitgevende instelling uitgegeven effecten (beter gezegd: fmanciële instrumenten) zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of waarvoor verzocht is om dan wel ingestemd is met toelating tot de handel op een dergelijke markt.
Wanneer de effecten uitsluitend zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen4 gereglementeerde markt, dient de gereglementeerde informatie ter keuze van de uitgevende instelling in de Nederlandse of de Engelse taal algemeen verkrijgbaar gesteld te worden (art. 5:25p lid 1 Wft). Zijn de effecten daarentegen uitsluitend toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in een andere lidstaat, dan dient de gereglementeerde informatie ter keuze van de uitgevende instelling algemeen verkrijgbaar te worden gesteld in een taal die door de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat wordt aanvaard of een taal die in internationale financiële kringen gebruikelijk is (art. 5:25p lid 4 Wft). Als een taal die in internationale financiële kringen gebruikelijk is, wordt de Engelse taal aangemerkt.5 Ten slotte geldt een combinatie van beide vereisten in het geval de effecten zowel zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland als op een gereglementeerde markt in een andere lidstaat (art. 5:25p lid 2 Wft).6 Welbeschouwd betekent het voorgaande dat een uitgevende instelling waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is te allen tijde kan volstaan met het algemeen verkrijgbaar stellen van gereglementeerde informatie in de Engelse taa1.7
In aanvulling op de wettelijk voorgeschreven taalregeling geldt nog het volgende. In het geval de taalregeling een keuze mogelijk maakt uit verschillende talen, dan mag de uitgevende instelling er ook voor kiezen het persbericht in al deze talen op te stellen. Het zal de uitgevende instelling eveneens zijn toegestaan om het persbericht — in aanvulling op de wettelijk voorgeschreven talen — op te stellen in een andere taal.8
Oorspronkelijk was in het wetsvoorstel waarmee de Transparantierichtlijn in de Wet op het fmancieel toezicht zou worden omgezet, voorzien in een andere regeling. Bepaald was dat een uitgevende instelling met zetel in Nederland gereglementeerde informatie alleen dan uitsluitend in de Engelse taal kon opstellen indien de algemene vergadering van aandeelhouders daarmee tevoren had ingestemd.9 Dit zou betekenen dat na inwerkingtreding van de wet waarmee de Transparantierichtlijn zou worden omgezet in de Wet op het fmancieel toezicht uitgevende instellingen die hun gereglementeerde informatie — met uitzondering overigens van de jaarrekening en het jaarverslag waarvoor een bijzondere wettelijke regeling geldt (zie hierna) — uitsluitend in de Engelse taal wensten op te stellen daarvoor eerst toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders moesten verkrijgen. Om de taalregeling meer in overeenstemming te brengen met art. 20 van de Transparantierichtlijn is de taalregeling op de valreep alsnog in de Vierde Nota van wijziging in de hiervoor aangegeven zin gewijzigd.10
Intussen blijft de taalregeling ten aanzien van de jaarrekening (art. 2:362 lid 7 BW) en het jaarverslag (art. 2:391 lid 1 BW) onverminderd van kracht. De (geconsolideerde) jaarrekening en het jaarverslag mogen slechts in een buitenlandse taal worden opgesteld indien de algemene vergadering van aandeelhouders tot het gebruik van die taal heeft besloten.
Met lede ogen moet worden aangezien dat het gebruik van de Nederlandse taal steeds verder wordt teruggedrongen.11 De door de taalregeling aan uitgevende instellingen geboden keuzevrijheid zal ertoe leiden dat de opmars van de Engelse taal bij Nederlandse uitgevende instellingen onverminderd voortgaat. Hoewel deze ontwikkeling op zich begrijpelijk is, zijn daaraan toch ook bezwaren verbonden. Immers, de aan Euronext Amsterdam toegelaten uitgevende instellingen kennen nog steeds een groot aantal Nederlandstalige beleggers. Hoewel de inwoners van ons land zich er graag op laten voorstaan dat zij een aardig woordje buiten de deur spreken, blijkt de kennis van het Engelstalige financiële jargon toch veelal beperkt te zijn.