Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.1.1:7.1.1 Wettekst
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.1.1
7.1.1 Wettekst
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455457:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de ratio van de geheimhoudingsplicht verder § 7.4.8.2.
Het verslag wordt ook toegezonden aan de advocaat-generaal en, indien het een rechtspersoon betreft die onder hun toezicht staat, DNB, de ECB en/of de AFM. Deze organisaties zijn uit hoofde van hun wettelijke taak al aan geheimhouding gebonden.
Meavita-verslag nr. 1.54 en 1.55.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet bepaalt niet hoe de onderzoekers het onderzoek moeten uitvoeren. Wat de wet wel regelt, zijn de bevoegdheden waarover de onderzoekers beschikken, beschreven in het vorige hoofdstuk, en een drietal verplichtingen die de onderzoekers bij de uitvoering van hun onderzoek in acht moeten nemen. Die verplichtingen zijn de verplichting tot geheimhouding, de verplichting een verslag van het onderzoek op te stellen, en de verplichting het concept van het verslag voor het maken van opmerkingen aan bepaalde partijen bij het onderzoek voor te leggen.
De door de onderzoekers in acht te nemen geheimhoudingsplicht is opgenomen in artikel 2:351 lid 3 BW:
“Het is de met het onderzoek belaste personen verboden, hetgeen hun bij hun onderzoek blijkt, verder bekend te maken dan hun opdracht met zich brengt.”
Opzettelijke schending van deze geheimhoudingsplicht is een misdrijf, met als maximumstraf een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie (artikel 272 Sr). De belangrijkste strekking van deze geheimhoudingsplicht is de bescherming van de rechtspersoon.1 Om de vertrouwelijkheid van het onderzoek verder te waarborgen, bepaalt de wet dat het verslag slechts aan de verzoekers en de rechtspersoon wordt toegezonden,2 dat de Ondernemingskamer kan bepalen voor wie het verslag overigens ter inzage wordt gelegd en dat het anderen dan de rechtspersoon niet is toegestaan uit het verslag mededelingen te doen, anders dan met machtiging van de voorzitter van de Ondernemingskamer (behoudens de schaarse gevallen waarin de Ondernemingskamer heeft bepaald dat het verslag voor eenieder ter inzage ligt). Deze regeling, opgenomen in artikel 2:353 leden 2 en 3 BW, bespreek ik in hoofdstuk 11.
De verplichting om het conceptverslag voor het maken van opmerkingen aan betrokkenen voor te leggen, is gecodificeerd in het bij de Wet aanpassing enquêterecht in 2013 aan artikel 2:351 BW toegevoegde vierde lid. Dit artikellid luidt:
“De met het onderzoek belaste personen stellen een verslag op van hun bevindingen. Zij stellen degenen die in het verslag worden genoemd in de gelegenheid om opmerkingen te maken ten aanzien van wezenlijke bevindingen die op henzelf betrekking hebben. Het is een ieder verboden om mededelingen te doen uit de inhoud van het concept verslag of delen daarvan die hem ter voldoening aan het bepaalde in de vorige volzin zijn voorgelegd.”
De laatste volzin van dit artikel strekt ertoe te waarborgen dat ook het conceptverslag vertrouwelijk blijft. Dat een hiertoe strekkende bepaling niet overbodig is, blijkt uit de Meavita-enquête, waarin het conceptverslag voortijdig uitlekte.3 De sanctie op opzettelijke overtreding van dit verbod is dezelfde als die voor de onderzoekers als zij hun geheimhoudingsplicht schenden (artikel 272 Sr).
De verplichting om een verslag van het onderzoek op te stellen en ter griffie neder te leggen is opgenomen in artikelen 2:351 lid 4 en 2:353 lid 1 BW. Het verslag komt aan de orde in hoofdstuk 10. De inlevering van het verslag ter griffie bespreek ik in § 11.2.
In dit hoofdstuk zal ik herhaaldelijk verwijzen naar ‘de partijen bij het onderzoek’. Daaronder versta ik niet alleen de partijen die in de eerste fase van de enquêteprocedure zijn verschenen, maar iedere partij die door de resultaten van het onderzoek, zoals weer te geven in het verslag, in haar belangen kan worden geschaad. In § 7.4.9.2 werk ik het partijbegrip in de onderzoeksfase verder uit.